”Je kunt de junkies moeilijk op een eiland zetten'

Neemt de tolerantie tegenover drugverslaafden af? Na de actie van de mariniers in Rotterdam en de ”schoonveegactie' van GVB-personeel in de Amsterdamse metro volgde een stroom adhesiebetuigingen. Meningen uit de grote stad.

ROTTERDAM, 3 JULI. De relaties tussen reizigers en junks op het Centraal Station in Rotterdam zijn de laatste dagen merkbaar slechter geworden. “Men is agressiever tegen onze jongens”, zegt vrijwilligster R. ten Broek van Perron 0. “Dat was voor de actie van de mariniers veel minder.” De geruchtmakende schoonveegactie heeft ook de bewoners in de omgeving in negatieve zin beïnvloed, aldus Ten Broek. “Ik merk het in mijn vriendenkring. Maar over een paar weken, als we uit de publiciteit zijn, zullen we wel weer wat rust krijgen.”

Ds. H. Visser van de Pauluskerk, opvangcentrum voor junkies, ontving sinds de mariniersactie tientallen anonieme brieven, waarin hem onder meer de uitspraak ”junks zijn ook mensen' kwalijk werd genomen. “In één brief stond dat junks luizen zijn die je moet uitroeien.” Volgens Visser is de overlast de laatste maanden toegenomen omdat junks in groten getale uit andere steden naar Rotterdam komen.

Hoewel het naar zijn inzicht de laatste jaren goed ging in dit ”liberale landje', zegt Visser dat bepaalde groepen nooit wennen aan het gedrag van een junk. “In de meeste buurten heb je een groep bewoners die zich altijd keihard opstelt tegen junks. Die horen verhalen over berovingen, steek- en schietpartijen. Ze vinden Perron 0 een griezelige wereld. Het zijn de ruzietjes, de kleding en het stemgeluid die het voor een buitenstaander weerzinwekkend maken.” Maar uiteindelijk heeft hij vertrouwen in de Rotterdamse tolerantie: “De gemiddelde Rotterdammer is voor legalisering van drugs, zoals een paar maanden geleden uit een enquête bleek.”

In Amsterdam is de overlast van druggebruikers en handelaren de afgelopen jaren over de stad uitgewaaierd. Beperkte het probleemgebied zich traditioneel tot de Zeedijk en de Bijlmermeer, de laatste jaren krijgen de gebieden langs de metrolijn, in Amsterdam Oost, Amsterdam West en op de westelijke eilanden in toenemende mate te maken met de gevolgen van druggebruik.

In het wijkcentrum d'Oude Stadt, dat al jarenlang met overlast van de verslaafden kampt, bestaat niet de indruk dat de weerstand onder de bevolking toeneemt. Circuleerden onder sommige binnenstadbewoners een tiental jaren geleden nog plannen voor het organiseren van knokploegen om de verslaafden te lijf te gaan, recent is hier niets meer van vernomen.

Herman Vuijsje, socioloog en binnenstadbewoner, bespeurt juist een grotere tolerantie bij mensen die langere tijd te maken hebben met verslaafden naast de deur. “Je leert van de meeste junks wel ongeveer de grenzen van hun gedrag kennen,” aldus Vuijsje. Als auteur van het boekje ”Lof der dwang', waarin ondermeer een pleidooi werd gehouden voor een consequentere handhaving van de regels, viel het Vuijsje vooral op dat een aantal mariniers in Rotterdam van het station werd weggereden door toegesnelde taxichauffeurs. Dezelfde chauffeurs die volgens de junks niet te beroerd waren een gestolen video-recorder te helen. “Iedereen maakt gebruik van de marges die hem worden gelaten”, concludeert Vuijsje.

Van een tendens tot georganiseerde kloppartijen is volgens hem geen sprake. “Nederlanders zijn uiteindelijk te ongeïnteresseerd om over te gaan tot groepsgewijze eigenrichting. Dat vereist namelijk een zekere solidariteit. En die ontbreekt bij de verzameling individuele burgers waar dit land uit bestaat”, aldus Vuijsje.

D. Uittenboogaart, hoofd van het Amsterdamse Dienstencentrum, waar junkies en daklozen op afspraak kunnen douchen, eten of een dokter bezoeken, merkt weinig van toenemende spanningen tussen zijn clientèle en omwonenden. Integendeel zelfs; in 1990, bij de opening van het Dienstencentrum, was de stemming aanmerkelijk grimmiger. Toen waren er wilde protestacties en werd het pand met een brandbom bekogeld. Uittenboogaart: “Onze doelgroep is nooit erg populair geweest. Als ze zich ergens vestigen, krijg je steevast protestacties van omwonenden, daarna ebt dat weg.”

Ch. van Brussel, drugspecialist bij de hoofdstedelijke GG en GD, vindt het opmerkelijk dat nog niemand de meest voor de hand liggende oorzaak heeft genoemd voor de recente acties van de mariniers in Rotterdam en het metropersoneel in de hoofdstad. “Als het regent zijn alle katjes grauw. Maar als het hier zes weken achter elkaar Marbella is, dan lopen er nu eenmaal meer mensen op straat te lallen. Ik denk dat het te maken heeft met het mooie weer.”

In Utrecht verzamelen de junkies zich traditioneel in de stille hoekjes van het winkelcentrum Hoog Catharijne. De overlast is te overzien als er duidelijke regels zijn, onderstreept V. van Vliet, coördinator van het plaatselijke inloopcentrum. “Wij zijn hier de baas”, zegt politieman Van Vliet. “Wij horen van perron 0 in Rotterdam dat de gebruikers het daar voor het zeggen hebben. Maar de scene is daar wel wat heavier.”

Bedrijfsleider P. van Luyn van dierenwinkel Jabro heeft met zijn 1.97 meter snel overzicht in zijn winkel, en overwicht. De winkel ligt in het Gildekwartier, het rustige deel van het Hoog Catharijne-complex dat in trek is bij spuiters en snuivers. Dagelijks wandelen er zo'n tien verslaafden de winkel van Van Luyn binnen om er iets van hun gading te zoeken. “Laatst kwam er een uit het plafond vallen. Die had zich daar verstopt.” Van Luyn is volgens zijn zeggen nog nooit in problemen gekomen. “Alle overdekte winkelcentra hebben het. Je kunt ze opjagen, zodat ze in beweging blijven. Maar in de rustige gebieden gebeurt dat minder. Je kunt ze toch moeilijk oppakken en op een eiland zetten?”

Na de actie van de mariniers in Rotterdam en het metropersoneel in Amsterdam leek het geen toeval dat de politie maandag in Den Haag 27 verslaafden aanhield in de wijk Transvaal en de Schilderswijk. Toch waren de aanhoudingen volgens de Haagse politie niet uitzonderlijk: met enige regelmaat wordt opgetreden tegen verslaafden die op straat samenscholen of wordt iets gedaan aan drugpanden die overlast veroorzaken. “In Den Haag zijn geen gedoogzones voor druggebruik,” aldus een woordvoerder van de politie. “Als omwonenden klagen grijpen we in, juist om eigenrichting te voorkomen.” De overlast door druggebruik neemt volgens hem niet toe.

Ook volgens R. Kamphuis en J. Sluis, hulpverleners bij het methadonproject van het Centrum Verslavingszorg Zeestraat in Den Haag is er geen sprake van een verminderde tolerantie jegens verslaafden. “Ons methadonproject bezorgt ook geen overlast. De methadonbus stopt bij drie punten en staat hoogstens twee uur lang ergens stil. Daardoor krijg je geen samenscholingen zoals in Rotterdam,” zegt Sluis. Dat omwonenden in opstand kwamen tegen het plan de methadonbus op een vierde punt, bij het Zuiderpark, te laten stoppen, komt volgens Kamphuis louter door vooroordelen.

De soldatenvakbond VVDM heeft nog geen enkel signaal opgevangen dat in het leger gebroed zou worden op nieuwe schoonveegacties tegen junks. “Maar je weet het nooit”, zegt bestuurslid H. Brink. “De stemming kan opeens omslaan”. Brink geeft grif toe, dat niet alleen junks voor overlast kunnen zorgen. Zo klagen omwonenden van de Kromhoutkazerne steen en been over de schade die dienstplichtigen 's nachts na een bezoek aan de binnenstad aanrichten.

Grafiek: De emotionele betrokkenheid van de Nederlandse bevolking bij het drugprobleem is vanaf 1987 relatief laag. De actiebereidheid is daarentegen iets hoger dan het gemiddelde. Dat blijkt uit het MDI (Multi Dimensional Involvement) -onderzoek van NSS/Marktonderzoek bv., dat vanaf 1981 de betrokkenheid peilt van de Nederlandse bevolking bij 33 maatschappelijke problemen. Drugs wordt vanaf 1987 als een apart probleem gemeten; voor die tijd was het samengevoegd met alcohol. Wat de algemene betrokkenheid betreft, de resultante van ”belangstelling' en ”emotionele betrokkenheid', is de drugproblematiek een middenmoter. In 1991 was er bij 26 procent van de ondervraagden sprake van een hoge algemene betrokkenheid, waarmee het op de 14e plaats kwam, vlak onder het terrorisme en boven de inkomensontwikkeling. Het hoogste scoorde vorig jaar de milieuproblematiek met 57 procent; tweede was ”onveiligheid van de burger' - 48 procent.