Pont: ABP moet in '94 op eigen benen staan

DEN HAAG, 3 JULI. Grote efficiency, kleine efficiency, het afstoten van rijkstaken naar provincies en gemeenten (decentralisatie), het samenvoegen van departementen. Het dossier dat uiteindelijk moet resulteren in een kleine, slagvaardige, doelmatig werkende overheid groeit per dag. Deze week is daar het rapport van de commissie ABP-complex aan toegevoegd. “Alle problemen die er nog zijn bij het privatiseren van het ambtenarenpensioenfonds zijn in dit rapport systematisch geïnventariseerd”, zegt commissie-voorzitter H.A.P.M. Pont op zijn werkkamer op het ministerie van binnenlandse zaken.

Volgens de topambtenaar moet het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (belegd vermogen 170 miljard gulden) met ingang van 1 januari 1994 “op eigen benen staan”. De onderhandelingen over de privatisering zouden aan het eind van het jaar een convenant moeten opleveren waar de handtekeningen van minister Dales (binnenlandse zaken), de vakcentrales en het ABP onder staan. In 1993 zou het convenant verder moeten worden uitgewerkt.

De onderhandelingen over de privatisering beginnen met een negatief saldo waarvan de schattingen uit een lopen van 15 tot 25 miljard gulden. In de jaren tachtig hebben de kabinetten Lubbers systematisch te weinig premie afgedragen. De Verzekeringskamer berekende op basis van gegevens tot en met 1990 dat het pensioenfonds 15 miljard gulden tekort komt om aan de toekomstige financiële verplichtingen te voldoen; een actualisering van de commissie-Pont komt uit op ruim 25 miljard gulden.

De commissie van overheidswerkgevers, overheidswerknemers en ambtenaren van het ABP en de ministeries van binnenlandse zaken en financiën heeft berekend dat de premie (voor pensioen, WAO en Vut samen) met ongeveer acht procentpunt moet worden verhoogd. Gebeurt dit niet dan stijgt het tekort van het ABP met 3,9 miljard gulden per jaar. De meerderheid van de commissie vindt dat het tekort moet worden weggewerkt door de premie te verhogen, ambtenaren van Financiën vinden dat dit kan gebeuren door de aanspraken te verminderen.

“De "grepen in de pensioenkas' in de jaren tachtig leidde tot een groeiende onvrede bij de vakcentrales en het ABP-bestuur. En de wens om op veilige afstand van de politiek te komen, is groot”, signaleert Pont. Hij ziet grote voordelen in de privatisering van het pensioenfonds. “Het ABP-bestuur hoeft de verantwoordelijkheid van pensioenafspraken niet meer te delen met de politiek en de overheid kan als een normale werkgever met de vakcentrales over de pensioenen onderhandelen in het arbeidsvoorwaardenoverleg.”.

Een “niet onbelangrijke stap” zet minister Dales volgend jaar wanneer in acht sectoren over de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren wordt onderhandeld. Pont: “Minister Ritzen moet dan bijvoorbeeld onderhandelen met de onderwijzers en minister Ter Beek met de militairen.” Voor provincies, gemeenten en waterschappen zijn inmiddels aparte werkgeversverenigingen op gericht. Verwacht de rechterhand van Dales bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden grote beloningsverschillen? “Neen. Het ontbreekt de overheid aan financiële middelen om grote verschillen te laten ontstaan. Maar de nieuwe structuur heeft een heel groot voordeel. Wanneer er bij voorbeeld in de sector van de provincies belangrijke efficiëntie voordelen worden behaald dan kun je dit geld aanwenden voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor alleen provinciale ambtenaren.”

Het ministerie van binnenlandse zaken zal een coördinerende rol innemen. “De overheidswerkgevers zullen naast de acht sectorale organisaties een overkoepelende werkgeversorganisatie vormen.” En deze organisatie gaat een plaats claimen in de Sociaal-Economische Raad en de Stichting van de Arbeid. Aan de onderhandelingstafel ontmoeten de "normale' overheidswerkgevers met ingang van 1 januari 1995 "normale' werknemers omdat het kabinet dan alle ambtenaren wil onderbrengen in de werknemersverzekeringen Ziektewet, Werkloosheidswet, en WAO. Op dit moment gelden nog specifiekere regelingen, maar minister Dales "knabbelt' er per onderhandelingsronde iets vanaf.

De minister van binnenlandse zaken zou een grote slag slaan wanneer het invaliditeitspensioen - de WAO voor ambtenaren - niet langer uit het vermogen van het ABP zou worden betaald, maar via een omslagstel waarbij de jaarlijkse premie wordt afgestemd op het totaal van de uitkeringen. Wanneer ambtenaren onder de WAO zouden vallen, komt deze "spaarpot' vrij. Volgens het ABP gaat het om een bedrag van 15 à 20 miljard gulden. Pont plaatst een kanttekening: “dit geld zou conform de marktsector moet worden gebruikt voor bovenwettelijke uitkeringen”.