NAi

In haar artikel "Architectuur verdient geld en aandacht van alle ministeries' (NRC Handelsblad, 13 juni) stelt Tracy Metz zich op het standpunt dat de waardevolle archieven van het Nederlands Architectuurinstituut moeilijk toegankelijk zijn en het instituut het bruikleenrecht gebruikt om op protectionistische wijze het eigen tentoonstellingsbeleid veilig te stellen.

De collectie, die na ruim tachtig jaar verzamelen ca. 470 archieven en collecties omvat, met een omvang van meer dan vijfhonderdduizend tekeningen, twee kilometer dozen, meer dan duizend objecten en een bibliotheek van ca. dertigduizend banden, kan pas sinds enige jaren structureel worden aangepakt en ontsloten. Dat er nu nog sprake is van aanzienlijke achterstanden, dat de collectie dus niet optimaal toegankelijk is en dat deze situatie de komende jaren nog wel zal voortduren, mag het NAi niet worden aangerekend. Er wordt met man en macht getracht deze achterstanden weg te werken, waarvoor WVC tijdelijk extra subsidie beschikbaar heeft gesteld.

Toch zijn de archieven in 1990 door tweehonderd, en in 1991 door 268 onderzoekers uit binnen- en buitenland, geraadpleegd, de bibliotheek in deze twee jaar door circa achttienhonderd mensen. Voor de dienstverlening zijn drie dagen per week medewerkers van het instituut beschikbaar.

Ook het punt over het bruikleenbeleid is niet op feiten gebaseerd. In 1990 zijn aan 26, en in 1991 aan 41 instellingen in binnen- en buitenland collectieonderdelen uitgeleend voor tentoonstellingen met een totaal van ongeveer 230 stukken. Overigens zijn deze cijfers gepubliceerd in de jaarverslagen van het NAi over 1990 en 1991.

Dat een collectiebeherende instelling als het NAi, die tevens een eigen museale taak heeft en hiervoor een tentoonstellingsprogramma vaststelt, materiaal voor de uitvoering van zijn eigen programma reserveert is algemeen gebruik in museale kringen. Overigens betekent een reservering bij het NAi niet, dat een desbetreffende collectie dan niet meer voor onderzoek beschikbaar is.