Miguel Indurain wacht een aanvalsgolf van Gianni Bugno en zijn landgenoten

SAN SEBASTIAN, 3 JULI. Onder aanvoering van Miguel Indurain en Gianni Bugno maken Zuideuropese wielrenners tegenwoordig de dienst uit in de belangrijkste klassementswedstrijden. Het zal in de komende Tour de France niet anders zijn. Afgezien van een mogelijke infiltratie door de Amerikaan Greg LeMond en de Fransman Luc Leblanc, lijkt de strijd in de 79ste Tour uit te draaien op een gevecht tussen de Spanjaard Indurain en de Italianen Bugno, Chiappucci en - mogelijk - Chioccioli.

Spanje en Italië zijn nu de wielernaties bij uitstek. Ze beschikken over de ploegen met de best betalende sponsors (Indurains Banesto en Bugno's Gatorade), terwijl in Frankrijk, België en Nederland het aanbod van royale geldschieters met het jaar afneemt. Kosten noch moeite worden op de schiereilanden gespaard om de wielersport aanzien te geven, renners krijgen de beste - dus meest geavanceerde - medische en technische begeleiding en van de televisie krijgen de sponsors ruime respons.

Franse talenten als Fignon, Bernard en Jalabert, Zwitserse sterren als Rominger en Zülle en Belgische toprenners als Bruyneel en De Wolf trokken (Museeuw volgt) al naar Spanje en Italië. En de dag dat Nederlandse kopmannen bij Zuideuropese ploegen een contract tekenen is heel dichtbij. Breukink, Theunisse en Rooks hebben over belangstelling allerminst te klagen. En wat rest Maassen, Nijdam, Van Poppel en andere coryfeeën wanneer hun ploeg ophoudt te bestaan of hun mogelijk nieuwe Nederlandse sponsor niet dat salaris kan betalen dat Spanjaarden of Italianen bieden?

De Nederlandse wielersport zal aan aantrekkingskracht inboeten. Gelukkig heeft het Oranje-gevoel voor wielrennen nooit die vormen aangenomen die voor het voetbal worden geuit. Het collectieve, realiteitverdovende chauvinisme rondom het Nederlands elftal en Ajax, waarbij vergeleken de Fransen nog genuanceerd zijn, is zelfs Zoetemelk en Breukink bespaard gebleven. Slechts in 1980 in Parijs na Zoetemelks Tourzege en op Alpe d'Huez was vaak sprake van Hollandse massahysterie.

Op Alpe d'Huez zal uiteraard weer een kroegensfeer heersen en in Zuid-Limburg wordt volgend weekeinde rondom de Tour-doorkomst een verstikkende mensenmenigte verwacht. Maar eigenlijk zal er de komende drie Tourweken weinig aanleiding zijn voor de trotse Nederlander om in euforie te ontsteken. Breukink is nog altijd een talentrijk renner, maar de stilist heeft geen gelijke tred kunnen houden met zijn generatiegenoten Indurain en Bugno. Zelfs op zijn favoriete onderdeel, de tijdrit, moest hij de laatste tijd regelmatig zijn meerdere erkennen. Mogelijk heeft de voedselvergifting bij zijn ploeg vorig jaar, waardoor het hele team voortijdig de strijd moest staken, hem een jaar in zijn ontwikkeling als Tourrenner gekost. Daarnaast mist hij zeker de harde mentaliteit en het lichaam om in de bergen om de hoogste eer mee strijden.

Nu de Nederlandse hoop op een Tour-overwinning van Breukink wegebt, menen sommige insiders de loper uit te moeten leggen voor debutant Eddie Bouwmans, de enige Nederlander nota bene in de Nederlandse Panasonic-ploeg. Vooralsnog bestaat daarvoor allerminst een aanwijsbare reden. De tijd van Rooks en Theunisse is voorbij. En in het sprintgeweld moet Van Poppel het afleggen tegen Tourdebutant Cipollini en Abdoesjaparov, geweldenaren in Italiaanse dienst, en de Belgische Panasonic-sprinter Wilfried Nelissen.

De manier waarop Indurain zich in zijn eerste Ronde van Italië manifesteerde - en won - doet het ergste vrezen voor zijn concurrenten in de Tour. De winnaar van vorig jaar was op de belangrijkste onderdelen superieur aan zijn tegenstanders Chiappucci en Chioccioli, respectievelijk tweede en derde. Zijn grootste rivaal, Bugno, schitterde echter door afwezigheid. De wereldkampioen heeft dit jaar maar één doel: de Tourzege. Elke wedstrijd in het voorjaar was van ondergeschikt belang.

Terwijl zijn landgenoten in de Giro amechtig Indurain volgden, "oefende' Bugno in de bergen van de Dauphiné Libéré. De conscentieuze voorbereiding op de Tour leidde in de Ronde van Zwitserland tot zijn eerste serieuze overwinning van dit jaar. In de tijdrit reed hij iedereen, inclusief Breukink, op grote achterstand.

Bugno wil er alles aan doen het rekenfoutje in de Pyreneeën dat hem vorig jaar mogelijk de Tourzege kostte, te vereffenen. De vraag is of Indurain in het hooggebergte weerstand kan bieden aan de Italiaanse aanvalsgolf (Bugno, Chiappucci, Chioccioli). In de Giro was het hoogteverschil tussen de cols nergens zo hoog als in de Tour. Kan Indurain bijvoorbeeld stand houden boven 2600 meter? In de dertiende etappe wacht het peloton tussen St.Gervais en Sestrière de col des Saisies (1633 meter), de Cormet de Roseland (1968), de Iséran (2770), de Mont Cenis (2083) en de klim naar Sestrières (2033), waarna de volgende dag de Montgenèvre (1850), de Galibier (2646), de Télégraph (1670), de Croix de Fer (2068) en Alpe d'Huez (1860) beklommen moeten worden. Bovendien mist Indurain zijn favoriete Pyreneeëncols, bedolven onder de Spaanse supporters.

Indurain is zonder twijfel een stijlvolle atleet. Maar hij is een volger, geen leider. Hem zal er veel aan gelegen zijn vóór de bergen, in de lange tijdrit rondom Luxemburg, afstand te nemen van Bugno cum suis. Hij rekent op de steun van Delgado en Bernard, maar zal Rondon node missen. Deze Colombiaanse "sherpa' werd speciaal voor de Tourcols door Bugno's ploeg Gatorade bij Indurains ploeg Banesto weggekocht. Om het werk te doen dat hij voorheen op indrukwekkende wijze voor Delgado deed. Abelardo Rondon woont in Colombia op ruim 3000 meter hoogte. In de periode dat hij zijn diensten aan Delgado en Indurain verleende, meldde hij zich pas kort voor de Tour (volgetankt met zuurstof) in Europa. Hij staat te boek als een soort sleeplift: onvermoeibaar rijdt hij op kop van de groep in het door zijn kopman gewenste tempo naar boven.

Het aantrekken van Rondon, Fignon en De Wolf als steun voor Bugno is het antwoord van zijn ploegleider Stanga op de vraag die Italiaanse journalisten aan het einde van de vorige Tour aan de renner stelden of de ploeg niet te zwak was geweest. Bugno ontkende dat destijds. Stanga zweeg diplomatiek, maar moet het tegendeel hebben gedacht. Twee maanden later regelde hij bij Gatorade een verhoging van het budget met 3,5 miljoen gulden naar ruim tien miljoen.

De manier waarop Bugno zich voorbereidde, is een imitatie van de formule die LeMond de laatste jaren aanwendde. Het zou wel eens een succesformule kunnen zijn. De Amerikaan hult zich dit jaar nog meer in nevelen. Is hij geschrokken van de ineenstorting die hem vorig jaar in de Tour trof en zich daarom nog voorzichtiger gaan voorbereiden? LeMond blijft een talent, een vechter en vooral een optimist.

Een outsider is Luc Leblanc. Vorig jaar droeg de 25-jarige Fransman één dag de gele trui en werd hij vijfde in de eindklassering. Dit jaar toonde hij in de Dauphiné Libéré zijn progressie met een tweede plaats (achter Mottet) en een eindoverwinning in de Midi Libre. Leblanc bleek zich vooral in de bergen ontwikkeld te hebben als een klimmer van de lange adem. Vorige week werd de renner uit de Limousin Frans kampioen. Belangrijke stimulans voor zijn prestaties in de Tour is zijn afkomst. Hij is Fransman en behoort tot de ploeg van Cyrille Guimard. Dat is een ploegleider die wel meer renners naar de Tour-zege heeft geloodst.