Max Roach Max Roach: To the Max! (Dureco: ENJA - ...

Max Roach Max Roach: To the Max! (Dureco: ENJA - 7021/22).

Julian Joseph Julian Joseph: The Language of Truth. (Warner: East West Records 903175122-2).

Mario Bauza Mario Bauza: The legendary Mambo King. (Dureco: Messidor 15819).

Joe Lovano Miles Davis & Michel Legrand: Dingo (Warner 759926438). Miles Davis: doo-bop (Warner 759926938).

Max Roach

Op 4 juli te horen op het Drum Rhythm Festival: Max Roach, de "Mister Melody' van het jazzslagwerk. Is drummen voor velen een kwestie van "freaken' en zweten, bij Roach heeft er altijd denkwerk achter gezeten. En dat gaat zelden ten koste van de swing, zoals te horen is op de honderden platen waar Roach sinds zijn debuut in 1943 op meespeelde. Op de dubbel cd To the Max! horen we hem als solist in "Self Portrait' en "Drums Unlimited', kort en helder. In drie stukken met zijn slagwerkgroep M'Boom worden de melodische mogelijkheden uitgebreid door instrumenten als steelpan, vibrafoon, marimba en zelfs glockenspiel. Het resultaat is een exotische wereldreis, van Bopland tot Bali. In weer andere stukken horen we Roach als leider van zijn gewone jazzkwartet met Odean Pope en Cecil Bridgewater, een dubbelkwartet met vier strijkers, en met de 16-koppige John Motley Singers. Er gaat wel eens iets mis - de harmony van het koor is soms weinig close, de contrabas van Tyrone Brown klinkt niet altijd even fraai - maar deze cd's geven toch een mooi overzicht van de kwaliteiten waar Max Roach op zijn 67ste nog altijd over beschikt: structuurbewustzijn, kleurgevoeligheid en drive.

Max Roach: To the Max! (Dureco: ENJA - 7021/22).

Julian Joseph

De jonge Engelse pianist Julian Joseph is op beide Nederlandse jazzfestivals te horen, vanavond, 3 juli, in De Kleine Komedie als leider, vrijdag 10 juli naast saxofonist Courtney Pine in de Haagse Paulus Potterzaal. Op Language of Truth presenteert hij zich als tekstschrijver, als vingervlugge solist en als componist. In die laatste hoedanigheid lijkt Joseph de meeste toekomst te hebben; stukken als "Miss Simmons' en "The High Priestess' hebben iets prettig onglads en mysterieus waardoor ze niet snel gaan vervelen. "Art of the Calm' ademt een bezonkenheid die je van een muzikant die het nog "moet maken' niet gauw zou verwachten. Dat er in twee stukken gezongen wordt doet de cd absoluut geen kwaad. Zangeres Sharon Musgrave levert een lenige versie van Curtis Mayfields "The Other Side of Town' af, collega Dee Lewis overtuigt in "The Magical One', een stuk van Joseph zelf, net als de resterende negen. De debuutcd van Julian Joseph is al met al prikkelend genoeg om hem eens live aan het werk te gaan zien.

Julian Joseph: The Language of Truth. (Warner: East West Records 903175122-2).

Mario Bauza

De in Havana geboren Mario Bauza werd vooral bekend door het Afro-Cubaanse orkest van Machito. In 1941 trad hij toe als trompettist, waarna hij al snel muzikaal leider werd; dat bleef hij tot 1976. Hij was aanwezig bij Machito's plaatdebuut en ook bij de in jazzkringen beroemde opnamen met Flip Phillips en Charlie Parker uit de jaren 1948-1950. Bauza kent de Afro-Cubaanse jazz door en door en dat geldt ook voor arrangeur Chico O'Farrill met wie hij al sinds de jaren veertig samenwerkt. Het resultaat op Mario Bauza, The legendary Mambo King is er naar: het 24-koppige orkest speelt professioneel, het enthousiasme is overweldigend zonder dat de acuratesse er onder lijdt. Solisten als Victor Paz (trompet) en Dioris Rivera (tenorsax) voelen zich als een vis in het water en alles lijkt te lukken. Bauza zelf (81) speelt niet mee maar schreef wel de vierdelige "Tanga-Suite' die via vijf andere stukken naar "Chucho' voert, een compositie van gastsolist Paquito D'Rivera. De laatste is er in Den Haag niet bij maar ook zonder hem kan het op 10 juli in de Jan Steenzaal een feest met allure worden.

Mario Bauza: The legendary Mambo King. (Dureco: Messidor 15819).

Joe Lovano

Rietblazer Joe Lovano, vorig jaar op het NSJF met gitarist John Scofield, bewijst zich met de cd Sounds Of Joy vooral als tenorsaxofonist. In het openingsstuk van de cd, het titelnummer, zet een knisperend, accentrijk thema de sfeer. Het trommelwerk van Ed Blackwell is feestelijk licht, de noten van contrabassist Anthony Cox zijn vol en vet. Ook in "Strength And Courage' en "Cedar Avenue Blues' komt het zangerige en enigszins gevoileerde tenorgeluid van Lovano goed tot zijn recht. Op alt- en sopraansaxofoon overtuigt hij wat minder, maar "Bass and Space' waarin hij de weinig bespeelde altklarinet ter hand neemt is een prachtig stuk met Blackwell opnieuw in topvorm. Joe Lovano bewijst op deze cd eer aan zijn collega's Ornette Coleman en Steve Lacy, maar verdient met deze plaat eindelijk zelf een plaats in het zonnetje. Op 11 juli speelt hij in de Paulus Potterzaal met de musici met wie hij najaar 1991 op twee andere Nederlandse festivals was: drummer Paul Motian en gitarist Bill Frisell.

Joe Lovano: Sounds of Joy. (Dureco: ENJA CD 7013-2).

Miles Davis

Twee grote stappen terug en een kleintje vooruit, zo liep Miles Davis op zijn laatste benen. Zijn laatste stap, terug naar de tijd met Gil Evans, verschijnt komend najaar als Miles Live at Montreux. Op Dingo horen we hem in zijn voorlaatste stap terug met de Franse componist/arrangeur Michel Legrand. In 1958 werkte Davis mee aan de lp Legrand Jazz, op Dingo uit 1991 speelt hij Legrands muziek voor de gelijknamige film van de Australiër Rolf de Heer. In het leitmotiv komt Davis (3x) mooi uit de verf, zo ook, ondanks de fletse big-band begeleiding, in "Trumpet Cleaning' en "Walking II'. De meeste trompetbijdragen komen echter van Chuck Findley, een musicus die weinigen tot de verbeelding zal spreken.

Dat laatste geldt ook voor rapper/producer Eazy Mo Bee, toch is hij het die doo-bop, de nieuwste plaat op Davis' naam aan zijn titel en driekwart van de muziek hielp. Zes stukken maakte hij samen met Davis, twee andere knutselde hij zelf in elkaar, op basis van Davis-soli uit 1985. Het resultaat laat zich raden: "hip-hoppe' dansmuziek met een sterk naar voren geschoven ritme en ergens in de verte de koele klank van Davis. Liefhebbers van een mechanische beat zullen er lekker op kunnen springen. Slechts in het openingsstuk "Mystery' mag Davis zelf voorop. Wat de rol van de meester verder betreft; zijn naam wordt in de teksten veel geprezen en wat zijn verrassend sterke solo in "High Speed Chase' betreft is dat terecht. Voor het overige is deze cd vooral een ode aan de drumcomputer, op de ritmiek waarvan het goed planken zagen is.

Miles Davis & Michel Legrand: Dingo (Warner 759926438). Miles Davis: doo-bop (Warner 759926938).