KERSEN MET GRAPPA

Niet van het steeltje, maar van een lepeltje is het ook goed kersen eten. Voor 2-4 personen:

250 gram kersen

60 gram suiker

2 eetlepels water

1 theelepel gemalen pimentkorrels

1 theelepel versgeraspte nootmuskaat

2 mespunten kaneelpoeder

1 eetlepel aalbessengelei

1 eetlepel grappa

Ontpit de kersen met behulp van een kersenontpitter. Doe de suiker, het water en de specerijen in een pannetje en verwarm het geheel al roerend tot de suiker is opgelost. Doe de kersen erbij en houd ze in gesloten pan 10 minuten tegen de kook aan. Schep de kersen met een schuimspaan uit de pan en laat ze uitlekken in een bolzeef boven een kom. Voeg de aalbessengelei toe, breng het geheel al roerend (tot de gelei is opgelost) aan de kook en laat het 5 minuten zachtjes inkoken, of tot het kookvocht enigszins stroperig is geworden. Giet de grappa erbij en het lekvocht van de kersen en kook de siroop nog halve minuut. Doe de kersen in een schaal, schenk de warme siroop erover, laat het geheel afkoelen en zet de schaal daarna in de ijskast tot gebruik. De kersen kunnen ook met pit worden gepocheerd, waardoor hun vorm mooier blijft; prik de kersen dan wel hier en daar in met een speld zodat ze iets van hun vocht kunnen afgeven en de smaak van de specerijen in het vruchtvlees kan trekken. Serveer deze koude kersen in glazen coupes en geef er flinterdunne amandelkrulkoekjes bij. Ze zijn ook heerlijk bij een petit-suisse, dat cilindervormige verse koemelkkaasje uit Frankrijk, verrijkt met room, ontwikkeld met flinterdun papier en niet zwaarder dan 30 gram. Vroeger werden er zes petit-suisses knusjes samen in een spanen doosje gestopt, tegenwoordig zijn ze gedoemd alleen in een plastic cilindertje te toeven. Wat gebleven is, is die heerlijk frisse smaak en dat welhaast onzichtbare flinterdunne papiertje, dat je bijna over het hoofd ziet in de haast je lepeltje in dat zalvigzachte kaasje te zetten.