Kafi benoemd als president van Algerije

ALGIERS, 3 JULI. Algerijes Hoge Staatsraad, het collectieve presidentschap, heeft gisteren Ali Kafi als zijn voorzitter gekozen, als opvolger van de maandag vermoorde Mohamed Boudiaf.

Tot lid van de raad is benoemd Redha Malek, een diplomaat die in de jaren zeventig minister was. Zowel Kafi als Malek staan bekend om hun verzet tegen elke dialoog met de moslim-fundamentalistische oppositie. De werkelijke macht binnen de staatsraad blijft echter in handen van generaal Khaled Nezzar, die tevens minister van defensie is.

Kafi, die al lid van de raad was, kondigde vervolgens aan de strijd tegen moslim-extremisten voort te zetten, waarbij hij overigens het ontbonden Front van Islamitische Redding (FIS, dat in januari door ingrijpen van de autoriteiten van een verkiezingsoverwinning werd afgehouden) niet noemde. In zijn eerste toespraak tot de natie voor de televisie beloofde hij Boudiafs pad te volgen, “wat ook de prijs en de offers zijn”. Kafi beschuldigde “verscheidene partijen” ervan achter de moord op Boudiaf te zitten, die “het land willen destabiliseren en anarchie zaaien”. Deze partijen betitelde hij als een “misdadige verradersbende”.

De staatsraad kondigde tegelijk aan dat een zes leden tellende commissie van onderzoek morgen aan het werk gaat om “licht te werpen op de omstandigheden (..) en de identiteit van de daders, aanstichters en breinen van deze infame daad”. Deze commissie moet haar eerste bevindingen binnen 20 dagen bekendmaken.

Het officiële persbureau APS maakte eerder al bekend dat een onmiddellijk na de moord gearresteerde man een lid was van een contra-spionage-eenheid die was belast met Boudiafs bewaking in de oostelijke stad Annaba, waar hij werd doodgeschoten. Een Algerijnse krant, De Natie, meldde gisteren dat hij een aanhanger was van Ali Djeddi, een van zeven fundamentalistische topleiders tegen wie zondag een proces wegens gewapende opstand tegen de staat begon. Er zijn echter ook kranten die zijn opdrachtgevers zoeken in kringen van de vroeger regerende elite die Boudiafs strijd tegen de corruptie zouden hebben gevreesd. (Reuter, AP, AFP)