Kabinet stemt in met verplichte identificatie

DEN HAAG, 3 JULI. Het kabinet heeft gisteren ingestemd met het wetsvoorstel voor een beperkte identificatieplicht. Minister Hirsch Ballin (justitie) zal het voorstel naar wordt verwacht volgende week naar de Tweede Kamer sturen.

Dat heeft een woordvoerster van het ministerie van justitie vanochtend gezegd. Het wetsvoorstel wijkt volgens haar slechts op ondergeschikte punten af van het concept dat enige maanden geleden voor advies naar de Raad van State is gestuurd.

Uit het geringe aantal wijzigingen valt af te leiden dat het door de PvdA-fractie betwiste punt van een algemene identificatieplicht op het werk is gehandhaafd. Wel zal minister Hirsch Ballin nog “nadenken” over enkele aanpassingen.

PvdA-afgevaardigde Kalsbeek wilde vanochtend niet reageren, omdat zij zelf de tekst van het wetsvoorstel nog niet onder ogen had gehad.

Het voorstel waarover het kabinet begin maart tot overeenstemming kwam, behelsde een beperkte identificatieplicht in een reeks nauw omschreven situaties. Iedereen moet een identiteitsbewijs bij zich hebben op het werk. Verder moet men moet zich kunnen legitimeren bij grote geldtransacties, bij het aanvragen van een sofinummer en in de stadions voor betaald voetbal. In het openbaar vervoer zou de plicht alleen moeten gelden voor zwartrijders. Een reiziger met geldig plaatsbewijs zou geen identiteitsbewijs bij zich hoeven dragen, maar een zwartrijder die wordt betrapt zou wel een extra boete krijgen.

Het concept-wetsvoorstel ging de PvdA-fractie in de Tweede Kamer op het punt van de identificatieplicht op het werk te ver. De PvdA stelde voor werkgevers te verplichten om identiteitspapieren van werknemers bij indiensttreding te kopiëren. De kopieën zouden moeten worden bewaard, zodat opsporingsambtenaren op zoek naar zwartwerkers en illegalen later eenvoudig kunnen vaststellen wie bij indiensttreding een geldig identiteitsbewijs heeft getoond.