In de woestijn (l7) slot

De Grote Sahara Expeditie was nu bijna ten einde. Op de terugweg ontdekten we hele grote tekeningen van giraffen, olifanten, vogels, apen en vissen die in de rotsen waren gekrast.

Het leek wel of we op bezoek waren in de dierentuin. Meneer Tagelmust vertelde dat de tekeningen tienduizend jaar geleden door zijn voorouders waren gemaakt. De dieren die op de rotsen waren afgebeeld, hadden vroeger allemaal in de woestijn geleefd. De woestijn was toen nog lang niet zo droog als nu. We zagen ook grappige kleine rots-tekeningetjes van Toearegs op dromedarissen. De rotsen zagen er soms net zo uit als de met graffiti bedekte gebouwen in een Nederlandse stad.

We hadden gedacht dat alle Toearegs als nomaden leefden en altijd in een tent woonden. Maar meneer Tagelmust legde uit dat zijn familie gedurende de wintermaanden, als het 's nachts vriest, in een stenen huis woonde. Toen de karavaan het woestijndorpje bereikte waar meneer Tagelmust woonde, zagen we een huis met een duiventil. Mevrouw Tagelmust opende de deur. Ze droeg een lange zwarte mantel en een zwarte hoofddoek maar ze was niet gesluierd. “De zestien duiven die je in je mandje had meegenomen, zijn allemaal naar hun hok teruggekeerd”, zei ze tegen meneer Tagelmust. “Ik heb alle verhaaltjes voor de kinderpagina uit de duivepoten-kokertjes gehaald en ze in de brievenbus bij het vliegveld op de post gedaan. Maar soms moest ik een weekje overslaan omdat de duif niet op tijd aankwam.”

In het huis van meneer Tagelmust gingen we allemaal op de kameelharen dekens zitten, die op de vloer lagen. In de kamer stond een ouderwetse stoof met gloeiende kooltjes. Nergens waren kasten te zien. Aan de zoldering zagen we een tentstok waarover kleren waren gehangen. Mevrouw Tagelmust pakte een viool met één snaar en begon te zingen. Ineens kwamen er allemaal meisjes met blikken trommels tevoorschijn die ook zwarte kleren droegen. Op hun hurken zittend, begonnen ze op de trommels te slaan en luid mee te zingen. Er kwamen nu ook Toeareg-mannen en jongens de kamer binnen. Ze voerden wonderlijke dansen uit waarbij ze hun lichaam lieten deinen als een dromedaris die door de woestijn loopt. Gied Meeuwenoog begon nu ook als een dromedaris te dansen. De trommelende Toearegmeisjes vonden dat zo'n koddig gezicht dat ze allemaal de slappe lach kregen. Na het Toeareg-feest namen mijn vriend Jan en ik hartelijk afscheid van de familie Tagelmust. Maar Gied Meeuwenoog wilde nog niet terug naar Nederland. “Ik heb het hier best naar mijn zin met al die lieve, lachende Toearegmeisjes. Ik neem wel een volgend vliegtuig”, zei hij. Toen meneer Tagelmust ons bij het vliegveld had afgezet, zei hij peinzend: “Volle Maan is nog altijd in de ban van Spook Slof. Hoe lang Volle Maan zijn vertrek naar Nederland zal uitstellen, kan niemand voorspellen.”