Graandivisie Wessanen naar Meneba

AMSTERDAM, 3 JULI. Het Nederlandse voedingsconcern Koninklijke Wessanen verkoopt zijn graandivisie aan Meneba, onderdeel van de Australische multinational Goodman Fielder Wattie. Door de bundeling ontstaat een meelfabrikant met een omzet van een miljard gulden en 1125 werknemers. Bakkerijbedrijven vrezen dat de nieuwe combinatie op de Nederlandse markt een monopoliepositie krijgt.

De onderhandelingen tussen Wessanen en Meneba verkeren in een vergevorderd stadium. Dit hebben beide bedrijven gisteren bekendgemaakt.

De divisie graanprodukten van Wessanen Nederland bestaat, naast vier meelfabrieken, uit Presco Graanprodukten, Latenstein Zetmeel en drie bakkerijen. De omzet bedroeg vorig jaar circa 500 miljoen gulden en het aantal medewerkers ongeveer 675. Meneba Meel heeft drie meelfabrieken in Nederland en België. De omzet bedraagt 475 miljoen gulden en het aantal medewerkers is ongeveer 450.

Door het samengaan van de meelactiviteiten ontstaat een meelgroep die behoort tot de grootste vijf in Europa. Schaalvergroting vormde voor beide bedrijven het hoofdmotief van de bundeling, aldus drs. A.C. Kwak, secretaris van de raad van bestuur van Wessanen. Het bedrijf had in het verleden al verschillende malen kenbaar gemaakt de graandivisie niet meer tot haar kernactiviteiten te rekenen. Goodman Fielder Wattie, dat actief is op het terrein van meel, veevoeder, bakkerijen en spijsoliën, margarines en diepvriesprodukten, ziet in deze divisie voldoende groeimogelijkheden.

De Saba-groep, een samenwerkingsverband van 35 grote bakkerijbedrijven, is bezorgd over deze concentratie van toeleveranciers. Volgens adjuct-directeur R. Reversma van Saba krijgt Meneba door de overneming in Nederland een marktaandeel van 60 à 70 procent. Saba vreest dat de nieuwe combinatie hierdoor een monopoliepositie krijgt. Pogingen van de directie van Saba om Wessanen tot andere gedachten te brengen, zijn op niets uitgelopen.

De bij de Saba-groep aangesloten bakkers, die gezamenlijk een aandeel op de Nederlandse broodmarkt hebben van 25 procent en jaarlijks een omzet behalen van 600 miljoen gulden, zullen - als de plannen doorgaan - Meneba de rug toe keren. Voornaamste oorzaak daarvan is dat Meneba, in tegenstelling tot Wessanen, geen prioriteit geeft aan het voortbestaan van zelfstandige bakkerijen. Meneba heeft zelf tien grote bakkerijen met een gezamenlijk marktaandeel van acht procent. (ANP)

De Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij, een belangenorganisatie voor grote en middelgrote bakkerijen, verwacht daarentegen niet dat de plannen van Wessanen tot veel beroering onder haar leden zal leiden. Van een nieuw kartel is volgens secretaris A. Mandemaker geen sprake, omdat er “voldoende binnenlandse en buitenlandse concurrentie overblijft”.

Dat Meneba met de inlijving van de divisie graanprodukten van Wessanen een zeer sterke positie op de Nederlandse graanmarkt krijgt, is ook voor de Europese Commissie geen probleem. Van onrechtmatige mededinging is pas sprake, zegt de woordvoerder, als Meneba - door afnemers bijvoorbeeld bindende prijsafpraken op te leggen - de toetreding van buitenlandse concurrentie zou hinderen.