Fed verlaagt rente na een dringende oproep van Bush

NEW YORK, 3 JULI. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, heeft gisteren het disconto met een half procent verlaagd tot 3,0. De verlaging volgde bijna onmiddellijk op het bekend worden van een stijging van de werkloosheid naar 7,8 procent in juni, het hoogste niveau sinds acht jaar. De renteverlaging wordt gezien als een teken van zwakte van de Amerikaanse economie.

Het verlagen van het disconto, de rente waartegen de centrale bank aan de commerciële banken leent, werd direct gevolgd door een verlaging van de zogeheten prime rate door de grote banken, eveneens met een half procent. De prime rate is de rente die banken vragen voor leningen aan bedrijven.

De Federal Reserve Bank ("Fed') erkent met de verlaging dat de economie opnieuw of nog steeds in het slop zit. Sommige economen spreken van “het derde been” van de recessie, andere zeggen weer dat het herstel nog niet begonnen was.

Voor president Bush, die in het zicht van de verkiezingen geen tegenslagen kan gebruiken, komen de slechte cijfers over de economie uiterst ongelegen. Uit een recente enquête blijkt dat 78 procent van de Amerikanen ontevreden is over de wijze waarop Bush de economische problemen aanpakt.

In wat algemeen gezien werd als een wanhoopsoffensief deed Bush vorige week een oproep aan de Fed om de rente te verlagen. Bush maakte het de voorzitter van de Fed, Alan Greenspan, daarmee bijzonder moeilijk. Greenspan is Republikein en kon moeilijk de schijn van onpartijdigheid ophouden als hij de suggestie van zijn partijgenoot onmiddellijk zou overnemen.

Maar gisteren werd het disconto toch verlaagd. Als redenen gaf Greenspan op de stijgende werkloosheid, een stagnerende industriële produktie en het feit dat voor het eerst in vijf maanden het aantal orders voor duurzame goederen is gedaald.

Bush reageerde gisteren onmiddellijk op de discontoverlaging: “Het economisch herstel is niet zo robuust als ik graag zou zien. Het goede nieuws is dat het disconto is verlaagd en dat de prime rates volgen. Dat zal heel erg goed ontvangen worden door de bedrijven en dat zal de economie goed doen”.

De discontoverlaging leidde gisteren tot een stijging van obligatiekoersen en een verdere daling van de dollarkoers. Op de Europese geldmarkten daalde de dollar vanochtend licht.

Pag.15: Optimisme over groei is dikwijls overdreven

Wall Street, dat de afgelopen dagen licht aan het stijgen was in anticipatie op een renteverlaging, reageerde nu het zover was echter vooral op de tegenvallende werkloosheidscijfers met een daling.

In een eerste reactie prees minister Lynn Martin van Werkgelegenheid de stap van de Fed, maar gevraagd naar de oorzaken die die stap noodzakelijk maakten, wees zij met de beschuldigende vinger naar het Congress, dat volgens haar te weinig maatregelen neemt om de economie te stimuleren.

Verder spreken de economen en analisten elkaar tegen. Sommigen speculeren op meer renteverlagingen, bijvoorbeeld van de geldmarktrente. Anderen wijzen op het stijgende consumentenvertrouwen en het afnemende totaal van consumentenkredieten op een markt die een relatief lage inkomensgroei kent. Het vergroten van de geldvoorraad door de renteverlagingen van gisteren zou groeiende bestedingen en dus een economisch herstel bespoedigen.

De Amerikaanse economie is al bezig zich langzaam te herstellen. Hoopvol klampen politici en ondernemers zich vast aan cijfers die per maand of per kwartaal met slechts tienden stijgen - niet echt overtuigende signalen. Zeker niet omdat de huidige groei van hoogstens 2,5 procent na een periode van recessie buitengewoon laag is en de helft van wat het zou moeten zijn.

Daarom is het optimisme over die minieme groei dikwijls overdreven, ook al ongunstige veranderingen met tienden van procenten gewoon worden weggewuifd. De stijging van de werkloosheid met 0,3 procent tot 7,5 in de maand mei werd destijds afgedaan met het commentaar dat kennelijk een aantal mensen had besloten om weer werk te gaan zoeken. Daardoor was het cijfer gestegen. Nu is dat cijfer opnieuw gestegen, tot 7,8 procent. Dat is hard aangekomen. Zelfs de meest behoudende voorspellingen gingen uit van een daling naar het niveau van mei (7,2) met voor de komende maanden een voortgaande verbetering naar 7,0.

In marktonderzoeken belijdt de consument een groeiend vertrouwen in herstel, maar hij blijft wel op zijn portemonnee zitten. Hetzelfde geldt voor de banken, die zoveel mogelijk op zeker spelen om de winsten niet in gevaar te brengen. Winsten die ze hard nodig hebben, want ondanks gunstige cijfers over het eerste kwartaal en vrijwel zeker ook over het tweede kwartaal moeten de gezamenlijke banken de verliezen van gefailleerde collega's dragen. Sinds 1983 zijn de verliezen van het bankverzekeringsfonds Federal Deposit and Insurance Commission (FDIC) groter dan de inkomsten uit premies van de leden.

Dat bedrag loopt in de honderden miljarden. Omdat de banken dat niet zelf kunnen opbrengen, moet het uit de schatkist worden gefinancierd. Die last komt boven op een enorm overheidstekort van 400 miljard dollar.

De premies die de banken betalen aan het FDIC kunnen ook niet worden verhoogd want ze zitten elk afzonderlijk met enorme schulden en onzekere investeringen in onroerend goed, waarvoor voorzieningen nodig zijn. De commerciële banken hebben 96 miljard dollar uitstaan in bouwprojecten. In de gehele sector onroerend goed is dat nog vele malen hoger. Behalve deze kapitalen zijn er ook nog andere riskante leningen en investeringen, zoals in junk bonds en "buy-outs', en leningen aan derde-wereldlanden.

Het verlagen van het disconto moet de banken weer wat armslag geven. Zij zijn het die de kleinere bedrijven en de consument kredieten moeten verstrekken. Dat gebeurt te weinig en het wijst erop dat de banken in feite het vertrouwen in de eigen sector hebben verloren. Een half procent verlaging is een druppel op een gloeiende plaat en zal alleen wederom een tijdelijk herstel te zien geven.

De overheid zal moeten ingrijpen met drastische, onsympathieke maatregelen, ware het niet dat zij nog het meest lamgeslagen lijkt van allemaal. De republikein Bush moet telkens opboksen tegen een democratische meerderheid in het congres, maar blokkeert ook graag plannen van de Democraten - het is immers een verkiezingsjaar. Mogelijkheden voor een herstel zullen er dus pas zijn met het aantreden van een nieuwe president. En dat is pas begin volgend jaar.