Fabrieken tijdelijk stil; Philips remt produktie van elektronica

EINDHOVEN, 3 JULI. Philips legt zijn fabrieken voor consumentenelektronica steeds langer stil om op die manier moeilijk verkoopbare voorraden te verminderen. Vooralsnog gaat het om buitenlandse fabrieken, onder andere in Italië.

Dit melden bronnen binnen de onderneming. Een woordvoerder van het concern onthield zich desgevraagd van elk commentaar.

De door verliezen geplaagde Philips-divisie voor consumentenprodukten heeft geen grote fabrieken meer in Nederland. Alleen proeffabricage en de produktie van kleine series worden hier nog ter hand genomen.

“Philips werkt altijd met flexibele arbeid”, aldus J. de Bruin, voorzitter van de ondernemingsraad van de geplaagde divisie. “Bij de huidige malaise is dat nog eens extra goed te zien.” Op den duur, voorspelt De Bruin, zullen de tijdelijke sluitingen ook gevolgen krijgen voor de toeleveranciers en voor de Philips-divisie componenten, die onderdelen levert aan de fabrieken voor audio- en video-apparatuur.

De maatregelen verschillen per fabriek. Zo wordt de tv-fabriek in het Italiaanse Monza voor maar liefst 16 weken stilgelegd. Andere produktiefaciliteiten gaan in oktober dicht, terwijl sommige vestigingen voorbereidingen treffen om in december langer te sluiten dan voorzien.

Daarnaast wil de divisie dit jaar 750 miljoen gulden besparen, onder andere op de ontwikkeling van nieuwe produkten. Op produktcreatie moet 200 tot 250 miljoen gulden worden bezuinigd. De bezuinigingsoperatie, die al in februari werd gelanceerd, voorziet ook in besparingen op de marketing (400 tot 450 miljoen), die onder andere door een ingrijpende wijziging van het Europese marketingapparaat moet worden bewerkstelligd. De resterende 100 miljoen moet door diverse activiteiten bijeengebracht worden.

Twee weken geleden moest Philips de winstverwachting onverwachts naar beneden bijstellen omdat de problemen in de al lang kwakkelende consumentensector veel groter waren dan voorzien. Met name het uitblijven van een verkoophausse in verband met de Olympische Spelen en het WK-voetbal heeft de prognoses onderuitgehaald.

Op korte termijn, zeggen bronnen binnen het bedrijf, is tijdelijke sluiting de enige manier om de achteruitgang van de markt het hoofd te bieden. Op die manier worden de variabele produktiekosten teruggedrongen zonder de produktiecapaciteit aan te tasten. Bovendien is de speelruimte voor ingrijpende maatregelen beperkt: de vaste kosten werden al gedurende eerdere saneringen onder handen genomen. Het "vet' is daarmee grotendeels uit de organisatie verdwenen.