Dieven

Het is donderdagavond. Mijn vader is naar zijn orkest. Mijn moeder rijdt net weg. Ze is al bijna te laat voor haar vergadering want ze was haar sleutels weer eens kwijt. Ik zit op mijn bed voor het raam. Zwaaigeluiden!

Een oppas hoeft niet meer. Tenslotte ben ik bijna 14, dus kan ik best alleen thuis zijn. En naast de telefoon ligt een briefje met twee nummers voor noodgevallen. Of gewoon, voor als ik even wil praten.

Ik pak mijn boek. Het nieuwste boek van Anke de Vries. Ik heb nu bijna alle boeken van haar gelezen. Sommige zelfs al twee keer.

Hoor ik wat? Ja... er kraakt iets beneden... Nee het is niks... Of toch? Ik zet een bandje van Queen op. Freddie Mercury is dood. Ik kan toch niet dood gaan? Mama, ik kan toch niet dood gaan vannacht?

Maar mama is er niet en ze komt pas laat thuis. Volgens mij hoor ik echt wat beneden. Ik zet mijn bandje nog wat harder en blader in mijn boek.

Zouden er dieven kunnen zijn? Overvallers?

Bij ons valt niets te halen, zegt mijn moeder. Maar dat weten die dieven misschien niet.

En hier op mijn bureau staat wel mijn nieuwe computer. En de printer. Ik doe mijn pyjama maar uit. En mijn hemd ook. Ik krijg het zo warm!

En dan hoor ik iets in mijn kamer. Heel duidelijk. Mijn hart bonst in mijn keel. Ik kruip onder de dons en houd me heel stil. Maar Queen zingt nog en ik kan mijn hand niet naar het knopje uitsteken. Het ritselen houdt op. Ik durf weer te kijken. Niets... ik verbeeld het me maar. Weet je wat, ik knip nog een extra lampje aan. Dan zien de inbrekers duidelijk dat er iemand thuis is. Volgende week krijg ik een nieuwe poes. Dan ben ik tenminste nooit meer alleen.

Mijn beker water is leeg. Ik schuifel naar de wastafel en gluur even in de gang. Door de spijlen van het trappenhuis zie ik het buitenlicht door het glas van de voordeur. Het schijnt op de rails van de traplift. Beweegt die nu?

Ik wil me omdraaien om weer naar bed te gaan en dan ineens... een grote schaduw!

Ik slik een gil in. Daar staat iemand voor de deur. Hij heeft iets in zijn hand. Een pistool? Nee, daarvoor is het te lang. Een stuk ijzer? Ik druk me tegen de muur. Er klinkt gerommel in het sleutelgat. En dan gaat de deur langzaam open er komt een hand om de hoek met iets zwarts. Help! Mama, papa, waar is het briefje? Ik race naar de telefoon op de werkkamer, vlug, het nummer van opa en oma... ik weet het toch altijd uit mijn hoofd?

En dan hoor ik mijn vader beneden roepen: Michiel, ben je uit je bed? Hij komt naar boven met zijn zwarte fluitkoffertje nog in zijn hand.

Ik krijg nog wat te drinken voor de schrik. En dan ga ik proberen te slapen. Beneden studeert papa. Ik luister. Het is een beetje zielig muziekje. Maar heel mooi en mama komt zo thuis.