Conjure: alles wat goed Amerikaans is

Concerten: Tweede avond en nacht van het Drum Rhythm Festival met o.a. het kwartet van de Australische vocalist/trompettist Vince Jones, zangeres Abbey Lincoln met haar trio en het project Conjure o.l.v. Kip Hanrahan.

Gehoord: 2/7 Kleine Komedie en Tuschinski, Amsterdam.

Het Drum Rhythm Festival wordt vanavond vervolgd met o.a.het Joe Zawinul Syndicate, Salif Keita, Greg Osby Sound Theatre, The Lounge Lizards en Julian Joseph.

Van chaotisch en modderig naar helder en produktief, soms mag men zo'n overgang meemaken. Zoals vannacht in Tuschinski waar het project Conjure, muziek op teksten van de Amerikaanse dichter Ismael Reed, tegen het eind zoveel vaart kreeg, dat een toegift niet uit kon blijven. Een mooi succes voor multi-media artiest Kip Hanrahan die bij een vorig project in Nederland tegen de klippen op had moeten vechten. Dat was op het North Sea Festival van vorig jaar toen de immense Statenhal ongeschikt bleek voor opera-achtige voorstellingen als deze. In Tuschinski zit het publiek echter dichterbij waardoor het makkelijker warm is te maken. De swingende praatzang van de met een vrouwenstem uitgeruste Robert Jason, de felle climaxen van saxofonist David Murray en violist Billy Bang, de ruige zang van Jack Bruce en de meeslepende polyritmiek van de drie percussionisten lieten niet na indruk te maken. De compositie begon steeds aantrekkelijker vorm te krijgen en wat er niet leuk was, nam men voor lief: het feit dat de door Ismael Reed zelf uitgesproken teksten onverstaanbaar waren, dat de basgitaar van Bruce onhoorbaar was en dat leider Hanrahan voortdurend over het podium bleef benen.

Uiteindelijk blijkt deze concertante opera bijna alles te bieden wat goed Amerikaans is: een heftig maar soepel ritme, een flinke dosis dadendrang en een intentie het publiek te bereiken. Dat de musici het zelf naar hun zin hebben, is daarbij overduidelijk.

Speelplezier en speelsheid waren ook kenmerkend voor de concerten die in de uren daarvoor in de Kleine Komedie plaats vonden. De na zijn optreden op het vorige North Sea Festival snel populair geworden vocalist/trompettist Vince Jones bevestigde zijn talent. De gelauwerde en gelouterde zangeres Abbey Lincoln (61) bleek goed bij stem en verraste andermaal door haar timing en dictie. Echt goddelijk zijn hun beider stemmen niet, wel weten ze allebei hun gebreken ruimschoots te compenseren. Jones zoekt het in vederlichte swing, kleine versieringen en een intiem gebruik van de microfoon. Lincoln heeft een strikt eigen kleur door soms voor dan weer achter in de keel te zingen, elk woord kracht mee te geven en heel onvoorspelbaar te fraseren. Haar korte cadensen aan het eind van een song zijn wondertjes waar je adem bij stokt.

Opmerkelijk is dat beide concerten een inzinking kregen toen de vocalisten een boodschap gingen brengen. Vince Jones overtuigde niet in een ode aan Greenpeace, Lincoln werd prekerig toen ze over vogeltjes en het uitspansel ging zingen. Vince Jones relativeerde echter drastisch door met Don't worry about a thing te vervolgen en Lincoln maakte veel goed door haar toegift She was as tender as a Rose. Dat ze dat laatste a capella zingt is absoluut geen motie van wantrouwen tegen haar trio, want dat speelt uitstekend, evenals trouwens dat van Vince Jones. Dat laatste maakte de concerten in de Kleine Komedie extra bevredigend: goed ingespeelde begeleidingstrio's bestaan nog steeds.