CNV'er keert zich tegen oppositieplan sociale zekerheid; "We doen meer dan politiek weet'

Deze week presenteerden de VVD, D66 en Groen Links een plan om de uitvoering van de sociale-zekerheidswetten onder te brengen in zelfstandige organen. Nu wordt een groot deel van de wetten uitgevoerd door de bedrijfsverenigingen, waarvan vakbonden en werkgeversorganisaties de besturen vormen. Bij deze organisaties is het plan van de oppositie slecht gevallen.

AMSTERDAM, 3 JULI. “Ik erger me mateloos aan politieke partijen die zeggen dat de invloed van de sociale partners op de sociale zekerheid minder moet worden. Het is eigenlijk vloeken. Het stelsel is nota bene opgebouwd door werkgevers en werknemers.”

Gijs Wildeman is boos. De secretaris van de Hout- en Bouwbond CNV zit in het bestuur van de bedrijfsvereniging voor die branche, het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, en nog in een tiental andere besturen van organisaties van werkgevers en werknemers die zich bezighouden met arbeidsomstandigheden, ziektverzuim, scholing en dergelijke.

“Waarom de sociale partners de sociale zekerheid moeten uitvoeren? Omdat zij er het meeste verstand van hebben. Wie gaan er met werknemers om? Juist, werkgevers en werknemersorganisaties. Wij weten wie ze zijn, wij kennen ze.”

“De oppositiepartijen willen één loket, maar wij hebben al sinds de jaren vijftig één loket. Wij hebben als Hout- en Bouwbond zeshonderd plaatselijk vertegenwoordigers. Die kennen de mensen. Die doen bijvoorbeeld ook de vakantiebonnen, die zien alle WW'ers. Maar wij voelen ons niet alleen betrokken bij de sociale zekerheid, maar ook bij kwaliteit van de arbeid. We hebben al afspraken over terugkeerprojecten: als plaatsing van iemand die zijn oude werk niet meer kan doen binnen de bedrijfstak lukt, heb je de hele arbeidsvoorziening niet nodig. Die schakel je pas in als dat niet lukt. Er gebeurt tien keer meer dan de politiek weet. De oppositie weet niet eens waar we mee bezig zijn.”

“Akkoord, misschien hebben we het wel niet goed verteld aan de oppositie. In elk geval wel aan de regeringspartijen. Met CDA en PvdA hebben we als bonden regelmatig contact. Maar ja, D66, wat moet ik ermee? Die partij is al zo lang hij bestaat vakbondsonvriendelijk. Van Groen Links valt het me tegen. Die zouden beter moeten weten. Zo'n man als Paul Rosenmoller, die heeft toch een vakbondsverleden.”

Achtergrond van het oppositieplan is dat de bedrijfsverenigingen te weinig hebben gedaan om de groei van het ziekteverzuim en de instroom in de WAO te beperken. Wildeman: “Wij hebben het ziekteverzuim niet op zijn beloop gelaten. De bouw is fysiek zwaar werk. Daar hebben we wel veel aan gedaan: de introductie van de 25-kilozak, de 18-kilosteen. De werkdruk is echter enorm gestegen. We beseffen al te goed dat het ziekteverzuim van 12,5 procent te hoog is. Dat is voor ons ook niet aanvaardbaar. En dat er 22 bouwvakkers per dag de WAO in gaan is voor ons ook niet aanvaardbaar. Het mankeert nog aan de naleving van de CAO. Want we maken wel mooie plannen, zoals de verplichting om een helm te dragen. Ik vind dat als iemand geen helm draagt er dan ook sancties moeten zijn.”

“Maar de overheid moet ons niks verwijten. Kijk eens wat de overheid zelf aan ziekteverzuim heeft. Dat is nog hoger dan in de bouw. De overheid brult wel hard, maar van de bouw kun je nog zeggen dat het zwaar werk is. Bij de overheid zijn het voornamelijk kantoorbanen. Dan vind ik dat we het nog redelijk goed doen.”

Ondanks zijn tirade steekt Wildeman de hand ook in eigen boezem: “We hebben onvoldoende ingezien dat we de zaken directer moesten aanpakken. Toen Veldkamp op sociale zaken zat groeiden de bomen tot in de hemel. Toen hebben we verzuimd een goed arbeidsmarktbeleid op te zetten. Als we dat toen hadden gedaan, hadden we veel discussie over de sociale zekerheid nu niet gehad. Dan waren er nu meer mensen aan het werk geweest.”

Wat Wildeman vooral dwars zit is dat de sociale partners de kans niet krijgen te bewijzen dat ze wel degelijk wat kunnen doen. “In het najaarsakkoord van 1990 hebben we 32 punten afgesproken om het ziekteverzuim terug te dringen. De bedrijfsverenigingen hebben dat meteen aangepakt. Je ziet daar de eerste resultaten al van. Dan overvalllen je die plannen voor een nieuwe uitvoeringsstructuur voor de sociale zekerheid. We krijgen geen kans om het af te maken.”

“De collectieve lasten worden te hoog. Akkoord, dat vind ik ook. Maar daar heeft de overheid net zo goed schuld aan. Wij doen er al wat aan. Als ik heel eerlijk ben zou ik het liefste zien dat de overheid een basisuitkering geeft en dat wij dan als sociale partners het boven-basisdeel doen. Ik ga ervan uit dat we dat zeker op het huidige niveau kunnen. Ik denk zelfs dat 75 procent van het loon (nu zijn de meeste loonvervangende uitkeringen 70 procent) haalbaar is, mits we het arbeidsmarktbeleid beter doen."