CAMARON DE LA ISLA 1950 - 1992; Picasso van de zang

Zijn stem was van schuurpapier en honing - en veel te groot voor het tengere lichaam dat er omheen was gebouwd.

Sinds gisterochtend rouwt Spanje om de dood van de zanger José Monge, Camaron de la Isla, die op 42-jarige leeftijd in een kliniek in Badalona aan longkanker overleden is. Camaron was niet alleen verreweg de populairste beoefenaar van de cante jondo, de zang die in Nederland meestal "flamenco' wordt genoemd, maar ook een vernieuwer van het genre en een sociaal fenomeen. Dat was te zien bij zijn concerten, schrijft vandaag het dagblad El Pais in een hoofdartikel (!) onder de kop "De Picasso van de zang'.

Niet alleen de leden van zijn eigen volk, de zigeuners, verschenen er in hun zondagse kostuums om eer te bewijzen aan een levende legende. Ook andere muziekliefhebbers stroomden er naartoe in de wetenschap dat Camaron niet alleen de tradities van zijn kunst beheerste en respecteerde, maar er ook iets nieuws aan toevoegde dat “altijd verrassend was en aan het wonder raakte”. Zelfs als hij muzikale uitstapjes maakte, bijvoorbeeld in de richting van de tango, of begeleid werd door het Royal Philharmonic Orchestra, bleef hij trouw aan de essentie van de cante door zijn karakteristieke, emotionele manier van zingen. De gitarist Paco de Lucia, die vooral in de eerste helft van de jaren zeventig veel met hem samenwerkte, heeft eens gezegd: “Terwijl andere zangers teksten met een maatschappelijke boodschap nodig hebben, evoceert de hartverscheurende stem van Camaron zelf al heel de eenzaamheid van zijn volk.”

Zijn compromisloze levenswijze droeg daarnaast niet weinig tot de legendevorming bij. De kleine man met de lange, donkerblonde krullen werd geboren in San Fernando, een dorp aan de baai van Cadiz dat ook wel "la isla', het eiland, wordt genoemd. Als kind zong hij al in autobussen en café's om in het levensonderhoud van zijn uitgebreide familie te voorzien. In de jaren tachtig vond hij een vaste begeleider in de jonge gitarist "Tomatito', met wie hij volgens kenners zijn beste platen heeft gemaakt. Maar terwijl zijn faam gestaag groeide, raakte hij succesievelijk aan de drank, de hasjies, de heroïne en de cocaïne. Tot in de laatste weken voor zijn dood bleef de pers verslag doen van zijn worsteling met de verschillende verslavingen, zonder dat dit afbreuk aan zijn populariteit leek te doen.

Het uitdrukken van wanhoop was essentieel voor zijn werk. Het publiek leek overtuigd van de noodzaak, die wanhoop te putten uit zijn dagelijks bestaan en vergaf hem daarom alles. Vrienden houden vol dat zij Camaron nooit hebben zien lachen.

In San Fernando werden gisteren de vlaggen halfstok gehangen en brachten vrienden en bewonderaars van Camaron de nacht wakend door. Vanavond komt zijn lichaam per vliegtuig in Cadiz aan, vanwaar het door de bevolking van zijn geboortedorp naar de laatste rustplaats zal worden gedragen. Alle grote zangers en gitaristen van Spanje zullen morgen bij de begrafenis van Camaron de la Isla aanwezig zijn.