Becker speelt soms zijn eigen psychiater

LONDEN, 3 JULI. Het was bijna onredelijk om het zelfs maar te hopen: Boris Becker als serieuze kanshebber voor zijn vierde Wimbledon-titel. Na een wedstrijdarme periode, net hersteld van een blessure - daarvoor zijn in het mannentennis de krachtsverschillen te gering. En dan in de kwartfinale Andre Agassi tegenkomen, die hem al vijf keer op rij had verslagen en “zodra hij mijn gezicht ziet twee klassen beter speelt dan tegen wie dan ook”.

Dat was onbegonnen werk voor Becker, die desondanks in hopeloze toestand nog vocht voor een game. Omdat hij nu eenmaal niet wil verliezen. Zeker niet op Wimbledon, waar hij zeven jaar geleden in één keer naam maakte door als onbekende, ongeplaatste zeventienjarige de jongste winnaar uit de geschiedenis te worden. Waarna hij nog twee keer winnend van de baan stapte. Het was al heel wat dat hij zich door de eerste ronden had geworsteld. Met moeizame vijfsetters vaak, bij vlagen superieur zoals tegen Wayne Ferreira.

Maar de zware partijen vormden een aanslag op fysieke gesteldheid. Hij mag dan in een toernooi groeien door dergelijke krachtmetingen, er komt onvermijdelijk een moment dat het ook zijn mogelijkheden te boven gaat. Ook als hij goed speelt, zoals tegen Agassi. Zakelijk kan hij zijn optreden evalueren. Met het ongeloof nog in zijn blauwe ogen, die af en toe als door een zenuwtrek knipperen, ontleedt hij de partij en bespreekt zijn tegenstander. Open en eerlijk. Met respect voor het voortreffelijke spel dat Agassi liet zien, wist hij ook dat het Amerikaanse tieneridool dat niveau juist tegen hem kan bereiken omdat er in de kwartfinale tegen de drievoudige winnaar nog weinig op het spel staat. “Maar als de druk op hem toeneemt, speelt-ie nooit meer zo goed.”

Met hetzelfde gemak kan Becker ook zijn eigen spel bespreken. Hij heeft er een soort gewoonte van gemaakt om van tijd tot tijd zijn eigen psychiater te spelen en in het bijzijn van verslaggevers consult te houden, waarbij hij beurtelings op de divan ligt en er naast zit om de volgende ontboezeming eruit te krijgen. Als hij zijn hart laat spreken snijdt dat dikwijls dwars door de ziel van het establishment. Dan durft hij zijn vrees uit te spreken over de Duitse eenwording, het houden van de Olympische Spelen in Berlijn met kracht af te raden of de astronomische geldprijzen in zijn sport als "pervers' te betitelen.

Die tegendraadse houding heeft een enorme bijdrage geleverd aan zijn populariteit. Durven erkennen dat je niet onoverwinnelijk bent en toch telkens opnieuw de drang bezitten om het hoogste te bereiken. Kunnen relativeren zonder de spankracht te verliezen die voor een toernooizege nodig is. “De mensen hebben de neiging om te vergeten dat het maar tennis is en niet iets van wereldbelang”, zei hij eens, maar voegde er onmiddellijk aan toe dat hij wel de drijfveer heeft het uiterste uit zichzelf te halen.

Dat emotionele gedrag heeft een spoor van ontreddering getrokken door zijn carrière. In de afgelopen jaren heeft hij al heel wat trainers versleten: Günther Bosch, Bob Brett, Tomas Schmid en Niki Pilic. Sprak hij er openlijk over met zelfmoordneigingen te hebben rondgelopen, omdat hij de druk niet meer aankon, repte hij tegenover Stern van een erotische verhouding die hij soms voelt met het publiek. Duitsland laat zich dikwijls geselen door zijn woorden, maar draagt hem op handen. Toen vorig jaar voor een ATP-toernooi in Berlijn duizend gratis kaarten werden uitgereikt, bleken er maar tweehonderd gelukkigen de voorkeur te hebben voor een partij van Michael Stich, die Becker dat jaar in de finale van Wimbledon versloeg.

Hij is er zich van bewust dat tennissers ook acteurs zijn. Deze week liep hij naar de vrouwelijke net-scheidsrechter die een keiharde return van zijn tegenstander tegen haar bovenarm had gekregen. Becker wreef er troostend over en speelde verder. “We staan op het toneel, de mensen willen spektakel zien”, is een van zijn stellingen. Hij kan er dan ook slecht tegen dat van spelers een kadaverdiscipline wordt verlangd, met geldstraffen voor gedragingen die de mens in de tennisser hebben laten zien. Het leidt volgens hem tot de tennisrobots, waarvan het wemelt in de top tien van de wereld.

Inmiddels heeft hij een geestelijk evenwicht bereikt. Hij heeft afscheid genomen van sponsors als Coca Cola, Polaroid, Philips en BASF-tapes, want aan die verbintenissen zitten verplichtingen vast. Hij wordt dan te veel gedwongen zijn seizoen in te delen zoals de broodheren dat verlangen. Nu die dwang weg is, geeft hem dat een gevoel van rust. In Roehampton, kort voor Wimbledon, verklaarde hij erg ontspannen te zijn. “Mensen denken dat je dat pas bent als je het ene toernooi na het andere wint, terwijl het heel vaak juist andersom is.”

Niet dat hij rustiger wordt van zijn verlies op Wimbledon. “Pas over een paar dagen zal ik beseffen hoeveel pijn dat doet.” Want een droom is niet uitgekomen: stoppen na een zege op Wimbledon, “al weet ik dat het toch weer doorgaat na elk doel dat je hebt bereikt.”

Woensdag al daagde zijn ondergang tegen Agassi. Na een 6-4 winst in de eerste set verloor hij de tweede en derde kansloos: tweemaal 6-2. Juist toen hij tegen de baseliner, een type dat volgens zeggen in de huidige tijd Wimbledon onmogelijk kan winnen, in de vierde set de service brak werd de partij afgebroken wegens de regenval. Net als tegen Ferreira moest hij een dag later opnieuw opdraven op centre court. Hij voelde zich een beetje het slachtoffer van zijn populariteit. Want alleen om die reden, zei hij, werd zijn partij steeds als laatste van de dag gepland, wanneer de meeste bezoekers op het park zijn. Hij zou het niet gezegd hebben als hij net als tegen de Zuidafrikaan met briljant tennis het restant had uitgespeeld. Nu won hij nog wel de vierde set, maar brak Agassi - die fantastische returns en de scherpste passeerslagen op de Duitser afvuurde - in de beslissende set direct door Beckers eerste opslagbeurt. “Een van de grootste prestaties van mijn carrière”, zei de Amerikaan over zijn triomf.

Zijn tegenstander is vandaag John McEnroe, op 33-jarige leeftijd opgebloeid op het gras van Wimbledon waarop hij vorig jaar nog zo veel snelheid te kort kwam. In drie sets, waarvan de eerste helft ook al woensdag was gespeeld, walste hij over Guy Forget heen: 6-2, 7-6, 6-3. De Fransman liet in de tiebreak zes setpoints onbenut.

Agassi heeft samen met McEnroe op gras getraind voor Wimbledon. Maar, zei hij, het is een eer om nu ook tegen hem te mogen spelen in de halve finale. “Dat is allemaal flauwekul”, reageerde McEnroe. “Ze zeggen: We zijn vereerd dat we tegen hem kunnen spelen en we willen hem graag een schop onder zijn kont geven.”