Zelfstandig ABP leidt tot hogere premies

DEN HAAG, 2 JULI. Het ambtenarenpensioenfonds ABP moet per 1 januari 1994 worden verzelfstandigd. Dit schrijven vertegenwoordigers van de overheidswerkgevers (rijk, pronvincies, gemeenten, onderwijs) en de vier ambtenarencentrales in een gisteren gepubliceerd rapport aan minister Dales (binnenlandse zaken). Bestuur en hoofddirectie van het ABP hebben “met instemming kennis” genomen van het advies van de commissie, zo lieten ze vanmorgen weten.

De commissie, onder leiding van top-ambtenaar H. Pont van Binnenlandse Zaken, vindt dat de werkgeverspremie moet worden verhoogd om de financiële tekorten van het ABP weg te werken. In de jaren tachtig werd de premie-bijdrage van de overheid aan het ABP systematisch verlaagd. Vorig jaar heeft de Verzekingskamer (de instantie die toezicht uitoefent op de verzekeringsmaatschappijen en de pensioenfondsen) berekend dat het ABP mede hierdoor ongeveer 15 miljard gulden tekort komt om aan de toekomstige financiële verplichtingen te voldoen.

Het bestuur van het ABP heeft het bureau McKinsey opdracht gegeven een onderzoek te doen hoe de financiële problematiek “slagvaardig” kan worden opgelost.

De commissie-Pont berekent dat de premie moet stijgen van 9,6 procent tot 17 à 19 procent (voor pensioen, WAO en Vut samen). Elk jaar dat de premie onder dit percentage blijft, stijgt het tekort van het ABP met 3,9 miljard gulden.

De commissie adviseert het kabinet het komende halfjaar de onderhandelingen over de privatisering van het ABP te voeren “en deze aan het eind van het jaar te laten uitmonden in een convenant dat de financiël en institutionele kaders voor een verzelfstandig ABP bevat”. Volgend jaar zou het convenant verder kunnen worden uitgewerkt.

Een convenant is noodzakelijk omdat dit jaar de laatste keer is geweest dat Dales en de bonden "centraal' over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren hebben onderhandeld. Het is de bedoeling het overleg volgend jaar te decnetraliseren, wat impliceert dat in acht sectoren over de arbeidsvoorwaarden van ambetnaren wordt gesproken, te weten rijksoverheid, onderwijs, defensie, brandweer, politie, provincies, gemeenten en waterschappen.