Wind moet duingebied herstellen; De aanplant van helmgras kan beter achterwege blijven

DEN HAAG, 2 JULI. "Zee, zand en zorgen' heette het rapport waarmee de Stichting Duinbehoud eind vorig jaar alarm sloeg over de voortdurende verarming en aftakeling van Nederlands "gouden rand'. Begin deze week kwam deze particuliere organisatie met de nota "Duinen voor de wind', een herstelplan voor het duingebied. Die titel weerspiegelt de vurige wens dat het de duinen weldra beter mag gaan, maar kan tegelijk letterlijk worden opgevat.

"Laat maar stuiven', luidt het adagium van de stichting. Met andere woorden: de aanplant van helmgras kan in brede duingebieden beter achterwege blijven, opdat de natuur weer kansen krijgt met mogelijk zelfs "uitstuiving' tot aan het grondwater, waardoor nieuwe vochtige duinvalleien ontstaan. Beleidscoörinator drs. M.J. Janssen weet er geestdriftig over te spreken: “Door verstuivingen toe te staan, komt er meer dynamiek in het duin met als gevolg een grotere variatie aan plantesoorten en een natuurlijker landschap. Ook een reptiel als de duinhagedis en een vogel als de tapuit profiteren ervan.”

Hoe zeer het ecosysteem langs de kust aan vooral menselijk ingrijpen ten offer valt, blijkt uit de eerste nota. Van de in totaal 42.000 hectare duin tussen Rottumeroog en Cadzand is in de afgelopen 150 jaar circa 6.800 hectare verdwenen door grote bouwlokaties, kustafslag, industrievestiging en afgravingen. Van het resterende areaal zijn grote delen ernstig aangetast door verdroging (als gevolg van waterwinning en polderpeilverlaging), de aanplant van onnatuurlijke naaldbossen, beplanting met helm ten behoeve van de zeewering, verontreiniging door infiltratie van oppervlaktewater en gebruik als militair oefenterrein.

Dit alles heeft ertoe geleid dat ruim tweederde van het Nederlandse duin zijn oorspronkelijke karakter geheel of gedeeltelijk verloor. En nog is de litanie niet ten einde: het restant van 9.500 hectare staat bloot aan toenemende recreatie met soms vernietigende effecten en luchtvervuiling. Deze laatste factor is nu al verantwoordelijk voor het dichtgroeien of "vergrassen' van stukken duin, die in de loop der jaren veranderden in soortenarme grasvlakten.

In haar gisteren gepresenteerde plan, opgesteld op verzoek en met subsidie van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij, roept de stichting op tot een zodanig nationaal, regionaal en lokaal beleid, dat in het jaar 2020 weer tweederde van het duinengebied aan de term "natuurlijk' beantwoordt. Deze algemene doelstelling valt weer in drieën uiteen: voorkomen van verdere verliezen, herstel van reeds aangetaste delen en de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden die aansluiten bij het duin.

Hoog op de verlanglijst van de stichting staat herstel van vochtige duinvalleien, wat onder andere een stopzetting van de grondwaterwinning vereist. Gebeurt dat laatste, dan voorspelt Janssen grote natuurwinst, vooral in de Kennemerduinen bij Haarlem en de Luchterduinen bij Hillegom. “Dan kunnen moerasvogels als roerdomp, watersnip en waterral daar weer nieuwe broedplaatsen vinden.”

Ook richt Duinbehoud haar pijlen op de zogenoemde oppervlakte-infiltratie, waarbij Rijn- en Maaswater in open vijvers stroomt en na een verblijf van enkele weken tot een paar maanden in de bovenste laag van het duinzand wordt teruggewonnen. Voor de drinkwatervoorziening heeft dit systeem belangrijke pluspunten, maar er kleven grote bezwaren aan, omdat hierdoor natuurlijke processen worden verstoord. Rond de infiltratieplassen ontwikkelde zich een eenzijdige plantenwereld als gevolg van de fosfaten en nitraten die met het rivierwater meekomen. Daarom ijvert Duinbehoud voor diepte-infiltratie, waarbij rivierwater tot veertig meter diep onder slecht doorlatende kleilagen de bodem wordt ingepompt. Zo kan men per hectare veel meer water bergen en de kleilagen verhinderen dat de verontreinigde vloeistof spontaan opwelt. Hier en daar wordt dit procédé al toegepast.

De burger mag van de stichting in het duin blijven komen; hij is zelfs hartelijk welkom, als hij zich maar beperkt tot natuurvriendelijke vormen van recreatie, als fietsen en wandelen. Recreatievormen die ronduit schadelijk zijn voor de natuur, moeten geheel uit gebied verdwijnen. Hierbij denkt Duinbehoud aan golfbanen, het racecircuit in Zandvoort, het autostrand bij Voorne en zomerhuisjes in het duin.