Veilig zitten op miljoenen boeken

Duiven voeren is er verboden, bedelen ook, honden mogen niet op het grasveld en alcohol mag er niet gedronken worden. Het zijn maar een paar van de veertien regels die op grote borden in Bryant Park staan aangegeven. Het park aan de 42ste straat op Manhattan is ongetwijfeld het schoonste, het veiligste maar ook het strengst gereglementeerde openbare park van New York.

Onlangs is het park na een drie jaar durende restauratie heropend en bij mooi weer zitten er iedere dag tussen de middag duizenden mensen. Dat wil wat zeggen, want het is niet zo groot: het loopt van de 40ste tot de 42ste straat, tussen Fifth en Sixth Avenue. Aan de Fifth Avenue-kant gaat daar ook nog eens het gebouw van de Public Library van af.

“Het bevalt me hier goed”, zegt Christine Schlank, werkzaam bij een uitgeverij in de buurt. “Ik kom hier regelmatig tussen de middag, gemiddeld eens per week.” Ze herinnert zich het park wel van voor de restauratie. “Het was erg smerig, er waren maar een paar behoorlijke bankjes en er werd veel gedeald.”

Het herstel van het park is uit gemeentegelden en privéfondsen bekostigd. “In 1983 is de Bryant Park Restauration Corporation opgericht”, vertelt woordvoerder Bruce Cohen. “Bedrijven in de buurt en de gemeente zijn om de tafel gaan zitten en hebben plannen gemaakt voor de restauratie. Het kon zo niet langer.” Dat bevestigt Evelyn Weir, die bewakingsbeambte is in het park en de hele dag patrouilleert. “Ik werkte een paar jaar geleden nog in de Public Library en kwam hier wel in mijn luchpauze, maar op het laatst namen de zwervers en drugdealers het park over.” Nu wordt er gepatrouilleerd door bewakers en door de politie. 's Avonds om acht uur wordt het park gesloten door kettingen voor de ingangen te spannen en de hele nacht lopen er twee bewakers te surveilleren.

Het park, vernoemd naar de dichter William Cullen Bryant, was honderdvijftig jaar geleden nog een armenkerkhof aan de noordrand van de stad. Waar nu de Public Library is, werd toen een waterreservoir gebouwd en daarnaast verrees in 1853 een kopie van het Londense Crystal Palace, met dezelfde naam. Daar werd de eerste Amerikaanse World Fair gehouden. Te zien waren onder meer een lift van Elisha Graves Otis en een naaimachine van Isaac Merrit Singer. Crystal Palace brandde vijf jaar later tot de grond toe af en het terrein kreeg de naam Reservoir Square. In 1872 werd het Bryant Park aangelegd. Het huidige park dateert van 1934 en is naar classicistisch ontwerp opgezet: strak en symmetrisch.

Op het grasveld in het midden gaan steeds meer mensen zitten met hun lunchpakketjes. Een overhemd met das deelt zijn jasje met een blouse en rok. Daarnaast zitten een paar verschoten T-shirtjes. Het is een zeer gemengd publiek - alle rassen, rangen en standen zijn vertegenwoordigd, zo lijkt het. Langs de kant zit een man in zijn eentje wat rond te kijken. Hij heet James Mitchell. “Ik kom hier voor het eerst”, zegt hij. “Ik ben vandaag met een nieuwe baan begonnen in de postkamer van een makelaar op Fifth Avenue. De sfeer is prettig moet ik zeggen, dus ik zal hier nog wel vaker komen.”

Opvallend is het enorme aantal agenten in het park, zelfs een te paard. Alles bij elkaar zijn het er een stuk of twintig. Een van hen is R. Suhrhoff. Zijn wijk is de 42ste tot de 45ste straat maar nu heeft hij pauze. Hij weet te vertellen dat er onder het park een magazijn is van de Public Library, dat helemaal tot Sixth Avenue doorloopt. Navraag bij de bibliotheek leert dat onder de grond plaats is voor drie miljoen boeken. Men kan nog even vooruit, want het magazijn is pas half gevuld.

Suhrhoff wijst een ijzeren kastje aan op het veld, de nooduitgang van de bibliotheek. Die blijkt vermomd te zijn als plaquette, met de namen van iedereen die zich heeft ingezet voor de restauratie. Behalve de gemeente New York prijken er ook instanties op als de Ford Foundation, de William R. Hearst Foundation, de New York Times Company Foundation, de Andy Warhol Foundation for the Visual Arts en de Municipal Arts Society. Van laatstgenoemde club maakt de voormalige presidentsvrouw Jacky Kennedy deel uit en zij schijnt zich op bijzondere wijze te hebben ingezet voor het park.

Hoewel de Bryant Park Restoration Corp. op zichzelf staat, draagt de gemente vooral financieel haar steentje bij. “Wij betalen 250.000 dollar per jaar aan onderhoud”, vertelt Stewart Desmond van de afdeling Parken en Recreatie. “Wij vinden het belangrijk dat daar een openbaar park is, in principe voor iedereen toegankelijk. Het beheer doet de Bryant Park Corp.”

Hoewel de ordehandhaving in Bryant Park niet voortvloeit uit het antimisdaadbeleid ("Safe Streets Safe City') van de New-Yorkse burgemeester Dinkins, sluit het er wel prachtig bij aan. Meer patrouillerende agenten in Midtown Manhattan hebben de misdaadcijfers de afgelopen jaren met tientallen procenten doen teruglopen. De afdeling die de intensieve surveillance uitvoert wordt geleid door Richard Dillon. Hij heeft onder meer Grand Central Station en Bryant Park, beide gelegen aan de 42ste straat, in zijn pakket. Dillon vertelde onlangs op een bijeenkomst van winkeliers en andere neringdoenden uit de buurt dat de misdaadcijfers in vier jaar met 35 procent waren teruggelopen. De New-Yorker kan zich dus dag en nacht betrekkelijk veilig voelen in Midtown.

Als ik op een avond in de buurt ben van Bryant Park besluit ik even te gaan kijken. Voor de ingang aan de 42ste straat is geen ketting gespannen dus ik loop het park in. Onmiddellijk zie ik in het donker tussen de bomen door twee man opveren van een bankje. Ze komen snel op mij af.

“Sorry, meneer, het park is gesloten, wilt u alstublieft teruggaan.”

“Maar er hangt geen ketting voor de ingang.”

“Gaat u terug, meneer”, klinkt het al wat dreigender.

Gerustgesteld ga ik naar huis.