Vastberaden chauffeurs kamperen op het trottoir

FONTAINEBLEAU, 2 JULI. “Als je van Bordeaux naar Lille rijdt, en het zit een beetje tegen, dan ben je die zes punten in één keer kwijt.” Karst Wierenga uit Kornhorn, een dorpje bij Drachten, is het volledig eens met de blokkade-acties van de Franse vrachtwagenchauffeurs tegen de invoering van het zespuntenrijbewijs. De andere chauffeurs - een Belg, een Noor en enkele Duitsers - die hun gestrande wegkolossen langs de Boulevard du Maréchal de Lattre de Tassigny hebben geparkeerd, zijn het met de jonge Karst (25) eens. “Als de Fransen nu niet volhouden hebben ze alles verloren.”

De chauffeurs warmen zich aan een oplaaiend houtvuur op het trottoir. Ze hebben gelapt voor het avondeten: vlees en wijn en brood uit de supermarkt. “Morgen gaan we douchen in een fabriek vlakbij”, zegt een van hen. Er worden grappen gemaakt over een Duitse collega wiens tankwagen een vloeistof voor het maken van shampoo bevat die na nòg een dag blokkade niet langer gebruikt kan worden ( schade 400.000 mark). Wijn en cola gaan rond. Op de geïmproviseerde gril ligt nog een stuk vlees.

De boulevard, die vernoemd is naar de Franse oorlogsheld die in 1944 Fontainebleau bevrijdde, komt uit op het Kruispunt van de Bevrijding. Vandaar kan men naar de A6 rijden, de autoweg die Parijs met Lyon verbindt. Maar enkele honderden vrachtauto's maken alle verkeer richting autoweg onmogelijk. Op het kruispunt, in feite een rotonde waarop vier wegen uitkomen, is slechts één weg bereikbaar en dan alleen nog voor personenauto's: die naar het westen, de weg die de "vrije Fransen' van De Lattre de Tassigny destijds ook namen.

Na een tiental kilometers door een prachtig bos gaat deze weg via een brug over de A6 - daar rijdt geen enkele auto op deze woensdagmiddag en de stilte is een beetje onwezenlijk. Even verderop is de grens met het departement Essonne, dat borden langs de weg heeft geplaatst: In 1991 viel in Essonne elke derde dag een dode in het verkeer. De Franse chauffeurs die op de Carrefour de la Libération sinds dinsdagochtend vroeg de tijd doden met eindeloze discussies hebben een andere statistiek: “Vrachtauto's zijn betrokken bij slechts zes procent van de dodelijke ongelukken in Frankrijk. Invoering van het puntenrijbewijs is misschien wel nuttig om de veiligheid te bevorderen, maar voor ons is een ander gevaar belangrijker: wij kunnen onze baan gemakkelijk kwijtraken”.

Pag 5: Punten op je rijbewijs ben je zo kwijt

Pierre ( 42) - “achternaam doet er niet toe” - uit de stad Dreux, anderhalf uur stevig doorrijden hier vandaan, heeft geen principiële bezwaren tegen het puntenrijbewijs, dat gisteren voor alle 33 miljoen Franse automobilisten van kracht is geworden. “Maar zes punten is belachelijk. In Duitsland heeft men achttien punten, in Engeland twaalf. Zes punten ben je zo kwijt. Twee keer rijden door rood licht betekent verlies van vier punten. Als je de zes punten kwijt bent, kun je pas na een half jaar opnieuw een rijbewijs krijgen. Met de werkloosheid die we in Frankrijk hebben, kun je wel nagaan wat dat betekent.”

De meeste voorbijgangers op het geblokkeerde kruispunt zijn het met de "routiers' eens. “Grove overtredingen moeten natuurlijk bestraft worden, maar een mens mag zich toch ook wel eens vergissen”, meent een bejaarde inwoner van Fontainebleau. “En voor hen gaat het om hun bestaan”, voegt hij eraan toe.

En het bestaan van een vrachtautochauffeur in Frankrijk is niet zo gemakkelijk: zeker eenderde en misschien wel meer, zo schat Pierre, verdient een basissalaris van slechts zo'n 6.000 francs (2.000 gulden) per maand. Premies - voor op tijd rijden, extra uren, werken in het weekeinde, schadevrij rijden enzovoort - moeten binnengehaald worden om een redelijk inkomen te verwerven. En dat legt uiteraard een extra druk op de beroepschauffeurs.

Over de invoering van het puntenrijbewijs is in Frankrijk twee jaar gepraat tussen de regering en de beroepsorganisaties, de Franse federatie van transporteurs en en zwakke vakbond van de "routiers' (veel chauffeurs zijn niet georganiseerd). De beroepsorganisaties accepteerden het rigoureuze plan van de regering en onthielden zich van steun aan de "wilde' blokkade-acties die zich vanaf maandag als een olievlek over heel Frankrijk verspreidden. De protestacties van de Franse boeren die dinsdag met hun tractoren de straat opgingen, werkten als een katalysator. “Solidariteit is alles”, zegt een Franse chauffeur die een plantje op zijn bumper heeft: een geschenk van boeren die langs de A6 bloemen en sla uitdeelden.

Vooraan in de colonne trucks die vanaf de A6 tot het Kruispunt van de bevrijding stil staat, zit “Decker, Bernhard, 53, Frau und zwei Kinder”, lijdzaam in de cabine van zijn enorme Mercedes met oplegger uit Osnabrück. Decker is bezorgd over zijn vakantie in een bungalow aan de Chiemsee bij München, die aanstaande zaterdag zou beginnen. “Ik werk het gehele jaar voor drie weken vakantie”, klaagt hij. Maar met een maandsalaris van 6.200 Duitse mark is hij heel wat beter af dan zijn Franse collega's: “Als ik hen was zou ik ook staken”. De Lady-cake die hij in een stad verderop zou laden, kan wachten.

Zoals altijd bij stakingsacties gonst het van wilde geruchten. De Franse chauffeurs weten te vertellen dat de politie door controle van de tachograaf (het instrument in de vrachtauto dat de gereden snelheid registreert) punten kan intrekken wegens overtredingen die het afgelopen jaar zijn begaan. Straf met terugwerkende kracht? “Ik heb het zelf via de radio gehoord.”

Buitenlandse chauffeurs die in Frankrijk overtredingen begaan, hoeven geen punten in te leveren, meent een ander. En: “Een firma in Lille kan dus een Belg inhuren”. Wat waar is, doet er niet zoveel toe: het gaat om de moraal. En de buitenlandse chauffeurs zoals Marie Rombouts uit het Brabantse Boekel, die het slachtoffer zijn van de actie van de Franse collega's, bewonderen eensgezind de gallische strijdvaardigheid.

Marie Rombouts, met plastic folie onderweg naar Madrid, gelooft ook in de macht van de Franse politiecomputer die de puntenstand bij de rijbewijshouders bijhoudt. “Als de politie me betrapt omdat ik te snel rijd, moet ik 900 franc cash betalen. Maar later krijg ik thuis nog eens een girootje voor 650 franc. Want ik zit in de computer.” Marie weet de verklaring: “Ik reed vroeger varkens, levend goed, 47 ton alles bijeen, en dan moet je snel zijn. Soms reed ik 110 kilometer per uur. Dat is ook een beetje te gek, maar ja, je moet ook nooit varkens rijden”.

De Vlaming uit Sint-Pieters-Leeuw, een "eigen rijder' die “drie maanden moet werken om terug te verdienen wat hij nu in enkele dagen verliest” volgt in de cabine van zijn Volvo de televisietoespraak van president François Mitterrand. Voor de uitzending werd gespeculeerd of het staatshoofd iets zou zeggen over de actie die de A6, de "autoweg naar de zon', voor toeristen en andere weggebruikers tijdelijk heeft uitgeschakeld. De toespraak ging echter uitsluitend over het referendum in september over het Verdrag van Maastricht en duurde maar enkele minuten.

“Wat zei Mitterrand”, vragen Marie en Karst aan de anderen. Zelfs de Noor die alleen enkele woorden Engels spreekt, begrijpt wat er aan de hand is. De man uit Sint Pieters Leeuw antwoordde plechtstatig: “President Mitterrand zei: Vive la France, Vive la République.”