Twentse werkgevers maken zelf banenplan allochtonen

HENGELO, 2 JULI. Banenplannen voor langdurig werkloze allochtonen zijn er in Nederland inmiddels legio. Toch was het plan dat Hengelose ondernemers gisteren presenteerden in zekere zin uniek: zij besloten de ministeries, arbeidsbureaus en gemeenten eens een keer over te slaan en zelf het heft in handen te nemen. Binnen twee jaar zullen ze 100 vooral allochtone langdurig werklozen aan een vaste baan helpen.

De ondernemers willen elkaar onderling helpen bij het opvullen van vacatures. “Maar waarom doet u het niet via ons”, vroeg de directeur van het Hengelose Arbeidsbureau. “Omdat we nu eens geen vage doelstellingen op tafel willen leggen, maar een taakstelling waarop men ons kan afrekenen. We moeten maar eens zelf de mouwen opstropen”, stelde werkgeverswoordvoerder H. van Wezel.

"Maatschappelijke verantwoordelijkheid' is de noemer waaronder de Hengelose ondernemers hun actie zijn begonnen. Niet toevallig had de bijeenkomst waarop zij het initiatief gisteren bekend maakten, plaats in een congrescentrum dat de Twentse ondernemer C.T. Stork eind vorige eeuw aan zijn werknemers schonk als Vereenigingsgebouw.

Stork geldt voor de Hengelose ondernemers als lichtend voorbeeld. Een sterk sociaal betrokken man, die zijn werknemers goed betaalde, als een van de eerste ondernemers in Nederland een zieken- en pensioenfonds voor hen oprichtte, een eigen fabrieksschool stichtte en goede woningen liet bouwen. “Degenen die de belangen van arbeiders het meest bevorderen, doen op den duur de beste zaken”, luidde zijn motto en dat was beslist niet gespeend van "eigenbelang', maar daar is niks mis mee, zei gisteren een van Storks industriële nazaten toe, directeur H. Wagter van Stork Ketels in Hengelo, “Het welzijn van de onderneming wordt mede bepaald door het welzijn van de medewerkers.”

In Hengelo moeten 14.174 mensen van een minimuminkomen rondkomen en 7.731 van hen zijn afhankelijk van een uitkering van de sociale dienst. Er zijn 1.506 personen twee jaar of langer werkloos; 460 van hen zijn van allochtone afkomst die een extra hoge drempel blijkt om tot de arbeidsmarkt toe te treden. Eerdere acties om (de vooral jonge) allochtonen weer aan het werk te helpen hebben geen noemenswaardige resultaten opgeleverd.

De ondernemers nemen nu zelf het voortouw. Ze willen alle beschikbare vacatures op een centraal punt inleveren en daarbij dan op (en toch wel met behulp van) het Arbeidsbureau geschikte kandidaten zoeken voor het aanbieden van de honderd vaste banen. Vijf ondernemers hebben zich inmiddels verplicht 24 werknemers aan te nemen, de initiatiefgroep is verwacht dat ook de andere 76 vacatures binnen twee jaar gevonden worden.

Daarbij zullen ze zeker hardnekkige vooroordelen over allochtonen weg moeten te nemen, gaf Van Wezel toe. “Toen we gastarbeiders haalden vonden we hen zulke harde werkers met een geweldig arbeidsethos. Het vertrouwen in hun kinderen is kennelijk minder.” Meestal ten onrechte, lieten vele aanwezigen horen. Zij wisten trouwens nog wel een andere belangrijke reden te bedenken waarom veel vacatures onvervuld blijven en veel jongeren werkloos aan de kant staan. “Mensen moeten hun kinderen weer eens gewoon naar de het lager beroepsonderwijs doen”, stelde een ondernemer met een klein installatiebedrijf. “Ze schamen zich als hun kinderen lager beroepsonderwijs doen. Maar is er iets fout aan als je met de handen werkt?” Neen, helemaal niets, beaamde A. van Leeuwen, lid van de Adviesgroep sociale vernieuwing, die namens minister Dales het initiatief kwam toejuichen. “Er is een maatschappelijke herwaardering nodig van het werk met de handjes.”