Tweespalt over Japanse economie; De minister praat de beurs moed in. In de LDP klinkt een ander geluid

TOKIO, 2 JULI. Voor het eerst in elf jaar bezocht een Japanse minister van financiën gisteren de beursvloer van Tokio. Hij had een boodschap voor de gehavende beurshandelaren. De effectenhandel liet zich door misplaatst pessismisme op het verkeerde been zetten. De gekelderde aandelenkoersen weerspiegelden niet de ware kracht van Japans economie. Het werd een mooie dag voor de minister, alsof de handelaren hem geloofden en snakten naar een oppepper: de beurs sloot 2,34 procent hoger.

Op hetzelfde moment dat de minister de handelaren een hart onder de riem stak, verkondigde op een andere plaats in Tokio, voor de verzamelde buitenlandse correspondenten, een topman van de LDP een diametraal tegenovergestelde boodschap. Het was Ichiro Ozawa, gedoodverfd kandidaat voor het premierschap, die met oud-premier Takeshita en "kingmaker' en LDP-vice-president Kanemaru de politieke lakens uitdeelt. “De toestand op de beurs is een afspiegeling van de economie, die in een structurele recessie verkeert”. Ozawa ging nog een stapje verder. “Japan kan zijn economische expansie niet voorzetten. In die zin is de situatie heel ernstig”.

Met "structureel' bedoelde Ozawa dat “de Japanse economie niet meer zo hard kan groeien als in het verleden”. Want: “We hebben het plafond bereikt.”. Meest nodig waren daarom volgens hem “drastische hervormingen”. Daarbij noemde hij met name de bureaucratie. Weliswaar een “excellente bureaucratie”, maar ook een bureaucratie die zich nog steeds te veel met van alles bemoeide. Zo zou het ministerie van financiën, in Japan alom beschouwd als het machtigste bureaucratische bolwerk, “zijn mond eens moeten houden”.

In Tokio circuleert een theorie over de beurs. Als de beurs de fundamentals van de economie echt zou weerspiegelen, zou de Nikkei, het koersgemiddelde van 225 geselecteerde fondsen, op zo'n 30.000 yen moeten staan. Als de beurs rekening zou houden met de slechte winstcijfers van de ondernemingen, zou de Nikkei moeten schommelen rondom 22.000. En als de beurs een perfecte reflexie zou zijn van het pessimisme onder beleggers, zou de Nikkei moeten staan op 12.000. De Nikkei schommelt momenteel rondom de 16.000. Slechte winstcijfers en pessimisme dicteren dus het meest de koersen. En waarschijnlijk overheerst het pessimisme en is daarom een verdere val van de Nikkei niet ondenkbaar. Maar deze perceptie betekent ook dat de beurs momenteel uitverkoop houdt en betrekkelijk snel weer kan terugkeren naar een hoger niveau.

Hoe het zij, feit is dat de beurs als kapitaalmarkt niet meer functioneert. Er worden door de koersval geen effecten meer uitgegeven, effecten waarmee ondernemingen nieuwe investeringen financieren. Niemand wil ze kopen, bang als de beleggers zijn dat de koersen nog verder zullen dalen en ze een kat in de zak zullen kopen.

Feit is ook dat de koersval vooral de banken zwaar treft. Hun aandelen zijn het hardst gedaald. Daarbij speelt een grote rol de angst voor de slechte leningen die ze in portefeuille hebben en die de banken kwetsbaar maakt. Geruchten dat de omvang veel groter is dan het ministerie van financiën of de banken willen doen geloven, blijven hardnekkig de ronde doen. En wie wil er nu bankaandelen bezitten in de wetenschap dat zo'n bank wel eens kan bezwijken onder de uitstaande schulden?

De banken proberen momenteel naarstig hun activa te saneren. Tenslotte moeten ze aan het eind van dit boekjaar, dat eindigt op 31 maart 1993, voldoen aan de norm van de BIB, de "centrale bank der centrale banken' in Bazel. De BIB eist van de banken dat ze dan hun activa voor ten minste acht procent hebben gedekt door eigen kapitaal. Tot dat kapitaal mogen ze weliswaar een deel (45 %) van hun verborgen winsten op aandelen rekenen, maar door de koersval is de waarde van hun effectenbezit steeds verder afgekalfd.

Door dit alles zijn de banken uiterst karig geworden met het verstrekken van nieuwe kredieten. En zodoende functioneren noch beurs noch banken langer als geldverschaffer. En dat verschijnsel remt op zijn beurt weer het economische herstel. Ziedaar de vicieuze cirkel die het pessimisme voedt.

Kan een grootscheeps stimuleringspakket van de regering uitkomst bieden? Menigeen hoopt het. De beurs is er vooralsnog niet van onder de indruk. “We hebben zo'n pakket al verdisconteerd”, schamperde deze week een beurshandelaar. Pessimisme is hardnekkig. Toch was er gisteren één lichtpuntje. Voor het eerst in veertien maanden zijn de autoverkopen, die maand op maand daalden, in juni gestegen. Niet veel, ten zichte van juni vorig jaar met een half procent, maar toch. Vandaag hadden de beleggers er weer zin in. De koersen stegen met 2,65 procent.