Staat spekt banken met lage rente

ROTTERDAM, 2 JULI. De staat bevoordeelt de in Nederland gevestigde banken. Uit het jaarverslag van de Nederlandsche Bank blijkt dat er een impliciete rentesubsidie van circa 51 miljoen gulden is gegeven. Andersom levert de Nederlandsche Bank de Nederlandse staatskas een laag rendement op.

Dit zijn de voornaamste conclusies van twee economen van de Universiteit van Amsterdam, drs. C. van Ewijk en drs. L.J.R. Scholtens in een studie naar de rentabiliteit van de Nederlandsche Bank in het economenblad Economisch Statistische Berichten.

Mr. J.H. du Marchie Sarvaas van De Nederlandsche Bank zegt in een eerste reactie het onjuist te vinden te spreken over subsidies aan banken. “De Nederlandsche Bank moest na de toetreding tot de EMS een grotere gelmarktkasreserve aanhouden. Het uitgangspunt is geweest dat de banken geen nadeel zou ondervinden van het feit dat Nederland zich heeft aangesloten bij het EMS.”

Uit het jaarverslag blijkt dat de Nederlandsche Bank vorig jaar 6 miljard gulden had uitstaan bij de banken en daarvoor 7,7 procent rente incasseerde. De gemiddelde geldmarktrente bedroeg echter vorig jaar 9 procent. De economen hebben berekend dat er sprake is van een inkomensoverheveling van de centrale bank naar de banken van circa 51 miljoen gulden. “Dit is internationaal gezien zeer uitzonderlijk. In de meeste landen zijn banken verplicht zodanige renteloze kasreserves aan te houden, dat een omgekeerde inkomensoverheveling plaastvindt”, aldus Van Ewijk en Scholtens. Zo bleek bijvoorbeeld dat de Duitse banken tussen 1983 1n 1989 32 procent van de winst van de Bundesbank hebben opgebracht.

De economen constateren dat de Nederlandse banken in de watten worden gelegd en vragen zich af of dit doelbewust beleid is om de zwakke winstgevendheid van het Nederlandse bankwezen te verbeteren.

Op zich is de Nederlandsche Bank de meest winstgevende bank in Nederland. Winst die vrijwel geheel ten goede komt aan minister Kok. Zonder de Nederlandsche Bank zou het financieringstekort 13 procent hoger zijn uitgevallen. Toch is dit naar verhouding weinig: de winst van de centrale bank is in Griekenland 2,7 procent van het bruto nationaal produkt, in Portugal 2,2 procent, in Spanje 1,3 procent, In Italië 1,2 procent en in Duitsland en Nederland 0,6 procent.

De economen onderschrijven dat de Nederlandsche Bank op zich niet naar winst moet streven, maar naar hogere doelen als stabilisatie van het prijsniveau en van het financiële systeem. Zij menen echter dat meer winst van de centrale bank - seigniorage in vaktermen - de staat juist dichter bij dat doel kan brengen. Zij constateren echter dat de bank in 1991 maar 3,2 procent rendement op heeft geleverd, ruim onder de marktrente op staatleningen van 8,7 procent. Dat is een verschil van 3,4 miljard gulden die volgens de economen de staat heeft toegelegd op de Nederlandsche Bank.

Niet bekend