Pensioen telt mee bij staatsschuld

DEN HAAG, 2 JULI. Nederland zal de pensioenvoorziening voor ambtenaren bij het ABP mogen laten meewegen bij de beoordeling van de staatsschuld in het kader van de Europese monetaire eenwording. Het Nederlandse beleidsprogramma dat ter voorbereiding van de monetaire eenwording is opgesteld, is deze week positief ontvangen in Brussel.

Op een bijeenkomst van financiële topambtenaren van de twaalf EG-landen werd wel bezorgdheid uitgesproken over de relatief hoge inflatie en over de uitgaven voor sociale zekerheid. Deze uitgaven zijn in Nederland hoger dan in andere EG-landen en verdringen uitgaven voor investeringen in de infrastructuur. Ze verklaren ook waarom in Nederland de groei van de economie per hoofd van de bevolking achterblijft bij die van andere EG-landen.

De omvang van de staatsschuld is een van de criteria voor deelname aan de economische en monetaire unie (EMU), het streven om voor het einde van deze eeuw te komen tot één munt in een aantal EG-landen. Volgens het verdrag van Maastricht mag de staatsschuld van een land maximaal 60 procent van het bruto binnenlands produkt bedragen. In Nederland is de staatsschuld 80 procent van het bbp en zal de norm, ook bij voortgaande bezuinigingen, niet op tijd gehaald worden.

De Nederlandse regering heeft in zijn beleidsprogramma aangevoerd dat bij de beoordeling rekening gehouden moet worden met de specifieke manier waarop hier de ambtenarenpensioenen worden gefinancierd. In tegenstelling tot andere landen, die een zogenoemd omslagstelsel kennen, gebruikt het ABP een kapitaaldekkingsstelsel, waarbij het geld voor de toekomstige pensioenen nu al is gereserveerd.