Ook Spanje wil nog steeds Europees gevechtsvliegtuig

MADRID, 2 JULI. De Spaanse overheid is vastbesloten door te gaan met het "Eurofighter'-project, ondanks het besluit van de Bondsrepubliek om volgend jaar niet te beginnen met de produktie van het nieuwe gevechtstoestel.

Dit heeft een woordvoerder van het ministerie van defensie gisteren meegedeeld. De Britse regering liet zich al in dezelfde zin uit.

De Spaanse regering is in principe bereid meer geld te investeren en handhaaft haar bestelling van 87 toestellen. Een goedkopere, lichtere versie van de Eurofighter zou volgens defensie niet aan de eisen van de Spaanse luchtmacht voldoen. Bovendien zou de ontwikkeling hiervan extra kosten en een vertraging van zeker vijf jaar met zich meebrengen.

Het staatsbedrijf Construcciones Aeronauticas S.A. (CASA) is met een deelname van dertien procent de kleinste partner in het samenwerkingsverband. Duitsland en Engeland nemen ieder met drieëndertig procent deel en Italië heeft een belang van 21 procent. CASA zou vanaf 1993 acht à tien toestellen per jaar bouwen in fabrieken te Madrid en Sevilla. Bij Casa zelf leverde dat naar schatting vijfduizend arbeidsplaatsen op, terwijl de twintig toeleveringsbedrijven volgens de meest optimistische schatting extra werk aan nog eens tien à vijftienduizend mensen kunnen geven.

De directie van CASA noemde het Duitse voorstel voor de ontwikkeling van een lichter jachtvliegtuig gisteren “een afleidingsmanoeuvre” die moet dienen om uitstel te krijgen bij betaling van de contractueel verplichte schadeloosstelling aan de drie overgebleven partners. De Spaanse firma zegt ervan overtuigd te zijn dat deze drie het project samen kunnen uitvoeren binnen het budget dat afgesproken was door de vier oorspronkelijke deelnemers. Het bedrijf rekent erop extra kosten ter hoogte van tien miljard peseta's (circa 180 miljoen gulden) te moeten maken. De Spaanse bijdrage werd tot nu toe begroot op 125 miljard peseta's. Zeventig miljard is al uitgegeven.