"Nederlands drugbeleid verliest liberaal karakter'

DEN HAAG, 2 JULI. Nederland is betrokken geraakt bij de "war on drugs' en dat is in de ogen van drs. E.L. Engelsman, tot gisteren directeur alcohol-, drug- en tabaksbeleid op het ministerie van WVC, een dramatische ontwikkeling. Het huidige, liberale drugbeleid dreigt te worden aangetast.

Engelsman wijst op de deelname van de Nederlandse marine en luchtmacht aan de opsporing van drughandel in het Caraïbisch gebied. Minister Hirsch Ballin (justitie) maakte onlangs ook afspraken met de Amerikaanse regering over samenwerking bij de aanpak van het witwassen van zwart geld, waaronder druggelden. Het verdelen van de in beslag genomen illegaal verkregen winsten maakt deel uit van de afspraak met de VS. “Het gevaar dreigt dat Nederland zich zodoende ondergeschikt maakt aan, en dus afhankelijk wordt van de Amerikaanse drugpolitiek.”

Engelsman, nu directeur vluchtelingen, minderheden en asielzoekers op WVC, wilde na 16 jaar niet langer "het gezicht van het Nederlandse drugbeleid' zijn, mede omdat het drugbeleid te veel het domein van justitie wordt. “Als we niet uitkijken wordt het drugprobleem in de toekomst in justitie-termen gedefinieerd en het drugbeleid door justitiële normen gedomineerd. Voor een deel is dat al zo.”

Nederland wordt volgens Engelsman meegezogen in internationale ontwikkelingen waar de nadruk ligt op de justitie-aanpak, één van de redenen waarom Justitie, tegen wil en dank, steeds meer een stempel op het drugbeleid drukt. “Het falen van de internationale, verbiedende aanpak leidt tot een verharding van de bestrijding van de handel. Daardoor wordt niet primair het beheersen van gezondheidsproblemen, maar de bestrijding van die handel als hoofddoel van het drugbeleid gezien.”

Onder Engelsmans leiding creëerde Nederland een uniek drugbeleid. In het buitenland dient het in toenemende mate als voorbeeld. Spuitomruil en methadonverstrekking zijn een paar fenomenen waartoe Engelsman (mede) de aanzet heeft gegeven. In veel landen waar het drugbeleid “moralistischer en emotioneler gekleurd is”, wordt de vraag of maatregelen ook werken niet vaak gesteld. Druggebruik mag simpel niet. Het wordt meer gezien als een zonde dan als een vorm van gedrag waaraan risico's verbonden zijn.

“Onze vorm van hulp aan drugverslaafden is daar strijdig met de moraal en daarom komen manieren om de problemen die samenhangen met druggebruik te verminderen niet in beeld.” Het is een van de redenen waarom aids in de Verenigde Staten om zich heen blijft grijpen, aldus Engelsman. Tevreden stelt hij vast dat vrijwel geen enkele buitenlandse journalist nog negatief schrijft over het Nederlandse drugbeleid. Dat is wel eens anders geweest.

Engelsman heeft altijd gewezen op de negatieve neveneffecten van de bestrijding van de handel in soft drugs. Collega's en drug-experts uit het buitenland legde hij de elementaire vraag voor waarom drugs niet met alcolhol en tabak vergeleken kunnen worden. “Nee, zo moest ik dat niet zien. Maar zo moet je dat wel zien. Te veel heerst de opvatting dat vooral drugs erg zijn en dat je die moet bestrijden.”

Engelsman haalt de statistieken erbij. In Nederland gaan er jaarlijks 18.000 mensen voortijdig dood door het roken van tabak, door alcoholgebruik bijna 2.000. Alcohol- en tabaksmisbruik kosten de samenleving jaarlijks ten minste drie miljard gulden, berekende het Economisch Instituut. “Toch is de politiek niet van plan roken en alcoholmisbruik, met uitzondering van rijden onder invloed, als crimineel gedrag te bestempelen. Uit Kamerdebatten blijkt dat het recht om je dood te drinken en te roken kennelijk wordt gezien als een onvervreemdbaar recht op individuele vrijheid, persoonlijke levenssfeer en onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. We zouden veel meer tegen alcohol en tabak kunnen doen. Toch hebben we het geïntegreerd in de samenleving.”

De schade van drugs? “Cannabisdoden kennen we niet. Het aantal doden onder drugverslaafden ligt onder de honderd. Nog niet de helft van het aantal mensen dat aan huidkanker overlijdt, onder andere als gevolg van de verslaving aan de hedonistische praktijk van het zonnebaden. Toch dwingt de overheid ons niet als bedoeïnen gekleed door het leven te gaan.” Volgens Engelsman is het belangrijkste lichamelijke effect van cannabis de negatieve beïnvloeding van het korte geheugen. “Dat is lastig als je huiswerk moet maken. Het is wel schadelijk, maar de mate daarvan rechtvaardigt niet zo'n repressief beleid”

Van hard drugs mag men de schadelijke effecten beslist niet bagatelliseren, zegt Engelsman. “Maar opiaten bijvoorbeeld, kennen evenmin het scala aan lichamelijke aandoeningen dat we bij alcohol zien.” Gezondheidsproblemen doen zich voor door versneden en vervuilde straatheroïne, niet-steriele en gedeelde spuiten, een onhygiënische levensstijl en slechte eetgewoonten. “Maar dat hoort bij het patroon van gecriminaliseerde gebruikers en is daarom indirect een gevolg van het huidige beleid.” Engelsmans conclusie: Hoe meer ziekten het gebruik van een stof veroorzaakt en hoe meer doden dat oplevert, hoe minder wetgeving we erop loslaten. “Dat lijkt de logica van mijn beleidsterrein.”

De invloed van Justitie op het drugbeleid neemt toe, terwijl de invloed van WVC afneemt. Onder andere doordat verantwoordelijkheden naar lagere overheden worden overgeheveld. Gemeenten zijn vanaf 1993 geheel verantwoordelijk voor de verslavingszorg. Engelsman betreurt dat, omdat hij zijn twijfels heeft over de mogelijkheden voor een samenhangend lokaal drugbeleid. “De recente informatie en kennis over drugs is bij ons geconcentreerd.” Centrale sturing blijft noodzakelijk, omdat je snel een landelijk beeld nodig hebt over steeds weer nieuwe vormen van druggebruik, zoals XTC, en ook op het gebied van drughulpverlening. Decentralisatie is te veel tot ideologie verheven, vindt Engelsman. Gemeenten weten doorgaans niet van elkaar met welke projecten ze bezig zijn. Decentralisatie roept volgens Engelsman de vraag op hoe WVC zonder instrumentarium zijn positie in het drugbeleid nog langer kan legitimeren. Ook die ontwikkeling speelt Justitie in de kaart.

In de Tweede Kamer mag dan jarenlang niet meer expliciet over het drugbeleid zijn gesproken, die stilte in de nationale politiek is volgens Engelsman slechts schijn. “Verpakt in andere justitie- en buitenlandse zaken-onderwerpen wordt er in de Kamer des te meer over gesproken. Als ze over de toename van overlast en criminaliteit praten, dan gaat het over drugs. Gaat het over de begroting van het gevangeniswezen, dan gaat het over druggebruikers. Hebben ze het over de toegenomen werkdruk bij politie, justitie en rechterlijke macht, dan gaat het grotendeels over drugcriminaliteit. Praten ze over de verloedering van de samenleving, dan gaat het ook over drugs.”

Nederland zal vroeg of laat gedwongen worden harder na te denken over de kosten en baten van het drugbeleid, verwacht Engelsman. “Decriminalisering van cannabis was een aantal jaren geleden nog een onhaalbare en politiek onwenselijke optie, maar het is volgens mij nu een zakelijke optie die dichterbij komt. Al was het alleen maar omdat het de mogelijkheid biedt alle aandacht en capaciteit te richten op de hard drugs.” Critici zullen wijzen op internationale regels, verwacht Engelsman, “maar dat moet ons er niet van weerhouden over legalisering na te denken.”