Mozart-entertainment in zomerserie

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Andrey Boreyko. Solist: Jos van Immerseel, piano. In de serie Robeco Zomerconcerten. Programma: Mozart, pianoconcert in Es KV 271. Beethoven, Finale uit strijkkwartet op. 59 nr. 3; strijkkwartet in cis op. 131. Gehoord: 1/7 Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz: 4/10 Veronica Radio 4.

De dag na de afsluiting van het Holland Festival begon gisteravond de serie Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw. Tot vier jaar geleden stond Het Gebouw gedurende de zomermaanden te zwijgen terwijl de toeristen vanuit hun bus een landerige blik op de gevel konden werpen. Sinds het Eeuwfeest in 1988 is daar verandering in gekomen. Het begon met een serie van vijftien zomerconcerten. Zo'n 10.000 reizigers uit binnen- en buitenland hadden al gauw in de gaten dat er iets bijzonders gaande was en dit jaar worden voor 32 concerten minstens 50.000 bezoekers verwacht. Terwijl het levenloze Museumplein er als vanouds bij ligt als een monumentaal vraagteken, zindert het in het Concertgebouw van leven, de hele zomer lang.

Gisteravond opende Nieuw Sinfonietta Amsterdam de serie zoals men zich een eerste vakantiedag zou wensen: met onconventioneel entertainment op hoog niveau. De feestvreugde culmineerde in de uitvoering van Mozart's Pianoconcert in Es KV 271, waarbij solist Jos van Immerseel van achter zijn instrument het orkest leidde. Tot in zijn vingertoppen beheerst deze artiest het vak van entertainer en Mozart zelf was als geen ander in staat diepzinnigheid en vermaak met elkaar te verbinden. Voor veel musici vormt juist die combinatie een bron van problemen: het is òf het één òf het ander. Van Immerseel daarentegen heeft het vermogen om spelenderwijs met het orkest en het publiek te communiceren terwijl hij, geheel in de geest van Mozart, een diepe gedachte in lichtzinnige woorden verpakt. Hoewel er geen authentiek instrument aan te pas kwam, was dit wel de meest authentieke interpretatie van het "Jeunehomme-Konzert' die ik ooit gehoord heb.

Voor het enthousiaste publiek had Van Immerseel nog een verrassing in petto: een reeks zelf geïmproviseerde variaties op het zestiende eeuwse thema "La Monica', waarbij het oude harmonische schema steeds in een nieuwere gedaante verscheen. Door vakkundig de spot te drijven met de historie wekte Van Immerseel die historie op unieke wijze tot leven.

Anders verging het mij bij Beethovens Strijkkwartet op. 131 en de Finale uit het Strijkkwartet op. 59 nr. 3, beide bewerkt voor strijkorkest door Niko Ravenstijn, lid van het ensemble. Onder leiding van de Russische dirigent Andrey Boreyko, die de zieke Lev Markiz verving, klonk Beethoven onwaarschijnlijk mooi, maar in het collectieve gebeuren sneuvelde een deel van de waarachtigheid. De voldoening kwam hier voornamelijk van de kant van de musici die evenals destijds Bernstein en de strijkers van de Wiener Philharmoniker genoten van de vermeende orkestrale kwaliteit van Beethovens kamermuziek. Het was hun van harte gegund, want ook de musici waren op deze avond met vakantie.