Meer jonge verslaafden door goedkope heroïne

AMSTERDAM, 2 JULI. Het groeiende aantal koffieshops heeft de drempel om met hard drugs te experimenteren verlaagd.

Dat zegt dr.J.A. Walburg, directeur van het Jellinek Centrum, het Amsterdamse hulpverlenings-instituut voor verslavingsziekten. Hij noemt de toename van jonge heroïnegebruikers in de hoofdstad alarmerend.

Walburg wijt die toename ook aan het prijsverschil tussen heroïne en cocaïne. Cocaïne kost circa 175 gulden per gram, heroïne rond de 75 gulden, aldus Walburg. Het aantal aanmeldingen van jonge harddruggebruikers (van 18 tot 29 jaar) bij het Jellinek centrum is het afgelopen jaar met tien procent toegenomen tot 206. Tien procent van de jonge arrestanten (18-21 jaar) in Amsterdam is verslaafd aan heroïne. Dat staat in het gisteren gepubliceerde jaarverslag van het Jellinek centrum.

Vooral bij de groep "experimenteerders' en bij jonge Marokkanen en Antillianen is er volgens Walburg sprake van een toename. Walburg schat het aantal experimenteerders op tienduizend mensen. Experimenteren met drugs valt volgens hem onder de noemer "jeugd-problematiek'. De meerderheid van deze jongeren loopt na de experimenteerfase weer gewoon in het gareel. “Tot voor kort was heroïne in die groep taboe.”

Bij jonge Antillianen en Marokkanen gaat het volgens Walburg meer om mensen “die de maatschappij niet kunnen bijbenen”. Het plegen van winkeldiefstallen en autokraken hoort volgens hem ook bij hun leeftijd. “Daarmee zetten ze zich af tegen de maatschappij of het ouderlijke huis. Maar eenmaal aan de heroïne”, waarschuwt hij “kunnen ze niet meer uit die criminele wereld stappen.” Bij beide risico-groepen constateert Walburg een relatie tussen “drugzoekend gedrag” en de overgang van hasjish naar heroine. “Zeker bij Antillianen en Marokkanen is vaak sprake van excessief gebruik van hasjish en mariuhana.” Door de grote toegankelijkheid van de koffieshops is er “een verlaagde drempel richting drugs.”

Walburg noemt de mensen die cocaïne en XTC gebruiken de "winnaars' onder de experimenteerders. “Ze doen het om nog meer lol te hebben”. Heroine daarentegen wordt door de "verliezers' gebruikt, “want dat maakt je onverschillig”. Hij constateert een toename van het aantal verliezers. Een toename die volgens hem schril afsteekt tegen de zelfgenoegzaamheid die de drugshulpverlening in het verleden kenmerkte. “Iedereen beweert om strijd hoe succesvol hij is. Straks gaat iemand er de schuld van krijgen dat het heel erg tegenvalt.”

Volgens Walburg heeft het Jellinek “de problematiek rond XTC en cocaïne in de discotheken genegeerd”, omdat er uit die gebruikersgroepen “weinig vraag om hulp naar voren kwam.” Voor die geringe hulpvraag acht hij het optreden van het Jellinek zelf verantwoordelijk. “We hebben ons jarenlang op de problematische gebruiker gericht en dat is een drempel geworden voor de jongere. Het beeld van een "junkie' als een psychisch gestoorde verslaafde hebben we zelf veroorzaakt.”