Leraar Duits

In W&O van 18 juni geeft de heer Springveld, leraar Duits, zijn visie op de geringe populariteit van het Duits in middelbaar en universitair onderwijs, i.t.t. het Italiaans en Spaans in het laatste onderwijstype.

Dat zou niet zo erg zijn als het Duits aan Nederlandstalige leerlingen een succesbeleving zou bieden. Ze willen er immers best voor werken, maar niet als er extreem hoge eisen aan ze worden gesteld. Het gevolg is dat leerlingen het niet in hun pakket opnemen. Liever beginnen ze na hun eindexamen met Spaans.

Dhr. Springveld vindt dat niet zo erg: liever een handjevol gemotiveerden, dan de kwaliteit verlagen, want zo zegt hij ""op de lange duur wint kwaliteit''.

Als leraar Spaans ben ik daar toch niet zo gerust op. Het Spaans, sinds 1990 officieel examenvak op HAVO en VWO, is een pittig vak met een goed eindniveau. Toch is het zo'n 15 jaar na introductie slechts mondjesmaat vertegenwoordigd in het voortgezet onderwijs (961 HAVO/VWO kandidaten in 1991, waaronder een fractie jeugdigen).

De invoering van de basisvorming waar immers allereerst Frans, Duits en Engels aan bod komen, zet de positie van het Spaans nog eens extra onder druk. De scholen die het in de onderbouw blijven aanbieden wordt het extra onaantrekkelijk gemaakt, want de eraan bestede lesuren tellen niet als vreemde-taaluren. In dit voor Spanje en het Spaans zo symbolische jaar is de "status aparte' nog altijd van kracht.

De overheid had 1992 kunnen aangrijpen om deze apartheid op te heffen door scholen die Spaans (willen) aanbieden te stimuleren i.p.v. ze te straffen. Zolang dit niet gebeurt zal de reële vraag naar het Spaans zich blijven manifesteren in het universitair onderwijs. Met als gevolg dat er niet alleen een tekort ontstaat aan docenten Duits maar ook een overschot aan docenten Spaans.