"Krokodil aan het IJ' Koolhaas bezorgd over politieke desinteresse

AMSTERDAM, 2 JULI. De Amsterdamse politiek heeft te snel een oordeel geveld over de plannen voor de IJ-oevers die onder leiding van Rem Koolhaas zijn ontworpen. “De gemeenteraad heeft iets van de hand gewezen waar ze überhaupt nog geen toelichting op hebben gehad. Er is best een dialoog mogelijk, maar paradoxaal genoeg niet met de betrokken politici.” Dat zei Koolhaas gisteravond op een bijeenkomst die Groen Links over de controversiële plannen had belegd op de achtste Dag van de Architectuur.

Over de belangstelling van beleggerszijde, de Internationale Nederlanden groep, was de architect aanmerkelijk beter te spreken. Daar was de reactie aanvankelijk wat beduusd, maar Koolhaas had ze - naar eigen zeggen - weten te overtuigen.

De aanwezige gemeenteraadsleden wezen de verwijten van Koolhaas verontwaardigd van de hand. Hadden zij niet de afgelopen maanden, al dan niet informeel, een uitgebreide voorlichting genoten van de financieringsmaatschappij Amsterdam Waterfront? En was het bovendien niet de afspraak dat er een tussentijds oordeel werd geveld, zodat de plannen in een vroegtijdig stadium konden worden aangepast?

De presentatie van Koolhaas, een bijna twee uur durend college met lichtbeelden, was er niet minder om. Bevlogen maar beheerst en met een droog gevoel voor humor denderde hij over het Groen-Linkse publiek heen. Door zijn gastheren beurtelings gepresenteerd als "de krokodil aan het IJ' en "geen schoothondje', nam de architect de gelegenheid te baat een aantal misverstanden recht te zetten die zijns inziens waren ontstaan.

Dat in zijn plannen - in tegenstelling tot de gemeentelijk uitgangspunten - werd gekozen voor bovengrondse metro, diende gezien te worden als een mogelijke kostenbesparing. Nog afgezien van het feit dat het ronduit “misdadig” zou zijn als de reiziger geen blik werd gegund op een van de mooiste uitzichten in Europa.

De uitgebreide aandacht voor de parken, de ondergrondse autowegen en de laagbouw op de Oostelijke Handelskade zorgden voor een allengs mildere stemming onder het publiek, dat het uitgebreide exposé ademloos uitzat. De plannen om het huidige PTT-eiland ten oosten van het station om te vormen tot een dicht bebouwd gebied van hotels en kantoren kon vanwege de hoogte (vijftig meter) nog wel op enig wantrouwen rekenen, maar bleef niettemin het klassieke boegeroep bespaard.

Ondanks alle “misverstanden”, verbloemde Koolhaas geenszins de fundamentele verschillen die bestaan tussen zijn ideeën en de uitgangspunten die de gemeente vorig jaar heeft vastgesteld. Met de geplande boulevard langs het IJ als “verbindend element” maakt de architect in zijn plannen korte metten. Ieder eiland aan het IJ zou zijn eigen karakter moeten krijgen, als een “reeks stoomboten voor de bestaande stad”.

Ondanks alle kritiek bleef Koolhaas vasthouden aan zijn centrale stelling: de IJ-oevers moeten niet zozeer een voortzetting, alswel een aanvulling van de historische binnenstad worden. “Ik geloof niet dat het dogma van herhaling de oplossing voor de IJ-oevers is”, zo verklaarde Koolhaas na afloop van zijn presentatie.

Zorgen maakt hij zich over de betrokkenheid van de Nederlandse politici. In de Franse plaats Lille, waar Koolhaas op de kruising van twee TGV-lijnen een omvangrijk zaken- en congrescentrum bouwt, heeft hij een keer in de twee maanden contact met de burgemeester Pierre Mauroy. Van Thijn heeft hij nog nooit gesproken. Dat een en ander wellicht samenhangt met de wat bescheidener rol van de burgemeester hier te lande kan de architect niet vermurwen. Koolhaas: “Ik kan me toch voorstellen dat je als burgemeester gewoon benieuwd bent hoe het er uit ziet?” ROTTERDAM. Ze komen voor de skyline en “de on-Nederlandse allure” van de architectuur. De hoogbouw aan het Weena, de Kop van Zuid of de oude wijken van de architect Oud. Op de Dag van de Architectuur gisteren opende de gemeente Rotterdam gisteren als eerste in Nederland een ArchiCenter, een VVV-informatiebureau dat is gespecialiseerd in architectuur en stedebouw.

Wethouder J. Linthorst van ruimtelijke ordening ziet in de architectuur een groeimarkt, een belangrijke pijler voor de toeristische belangstelling voor de stad. Mede daarom krijgt het ArchiCenter van WVC, de Rotterdamse Kunststichting (RKS) en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam de komende twee jaar een subsidie van in totaal bijna drie ton.

Volgens Annemie Devolder, stafmedewerker voor architectuur van de Rotterdamse Kunststichting (RKS) en mede-oprichter van het ArchiCenter, heeft de RKS veel invloed op het gemeentebestuur, maar altijd indirect. “Wij hebben ons ten doel gesteld het publiek en de politiek mee te laten denken over architectuur en ruimtelijke ordening.”

Coördinator Gert ter Haar van het ArchiCenter wil voorkomen dat het bureau van alle bezoekers "skyline-toeristen' maakt. “Uiteraard is het goed voor de stad als er meer toeristen komen,” zegt hij. “Toch willen we juist proberen clichébeelden weg te nemen. Rotterdam is niet alleen een nieuwe skyline, net zomin als de stad alleen uit gebouwen uit het verleden bestaat als de Kiefhoek of de Van Nelle-fabriek. Daarnaast zijn er ook andere interessante wijken.”

Bij de eerste Rotterdamse architectuurmanifestatie, in 1982, gaf de RKS vier buitenlandse architecten de gelegenheid hun visie op de stad te geven. “De stadsvernieuwing was toen al begonnen, maar er werd nauwelijks nagedacht over de identiteit van een wijk, laat staan over het totaalbeeld van de stad,” aldus Annemie Devolder. Vooral de Kop van Zuid heeft volgens haar een omslag in het denken teweeggebracht. “Die werd door de politiek gebruikt als een soort vuilnisvat van stedelijke problemen, zoals een eroscentrum. Naar aanleiding van die architectuurmanifestatie kwam langzaam de discussie over het stedebouwkundig ontwerp op gang. De opbouw van de stad wordt nu heel planmatig aangepakt: eerst het Weena, straks de Kop van Zuid, dan de Noordrand.” DEN HAAG. Geen windmolen, kaas of koeien, wel een vuurtoren en twee dijklichamen die tot een hoogte van twaalf meter oplopen. Die "winter'- en "zomer'-dijken zijn, samen met een golvende luifel die het water symboliseert, de opvallendste elementen in het nieuwe uitbreidingsplan voor Madurodam. Architect Ashok Bhalotra presenteerde het plan van hemzelf en zijn compagnon Anton Gregoire gisteravond op een bijeenkomst over massa-attracties in de Haagse talkshow "De Toren van Oud' over architectuur.

Tegelijkertijd werd elders in Den Haag het plan gepresenteerd aan de omwonenden. Een eerder plan voor de uitbreiding, van Zwarts & Jansma, is afgeketst op bezwaren van buurtbewoners tegen het kappen van een deel van de Scheveningse Bosjes. Volgens Bhalotra wordt er in zijn plan een nog kleiner deel van de Bosjes gekapt dan de gemeente al had toegestaan.

In de dijken, die aan de buitenkant worden bedekt met gras en aan de binnenkant met glas, worden nieuwe voorzieningen ondergebracht als kantoren, exposities, restaurant, winkel en technische installaties. Het park zelf wordt uitgebreid met nieuwe attracties zoals de Deltawerken, de nieuwe polders en mogelijk een voorbeeld van een hedendaagse woonwijk.

In een toespraak tijdens een diner voorafgaand aan De Toren van Oud wees directeur E. van Hylckama Vlieg van de Haagse dienst Ruimtelijke Economische Ontwikkeling erop, dat serieuze architecten pas sinds kort massa-attracties beschouwen als "legitieme' opdrachten. “Het lijkt alsof het vluchtige en oppervlakkige van gewoon vertier, het uitbeelden van een fantasie-wereld, geen serieuze aangelegenheid mocht zijn. Wellicht dat onze calvinistische achtergrond ons hier parten speelt.” De Pier van Scheveningen moet misschien ook de sfeer van een kermisattractie krijgen, opperde zij: “Kermisarchitectuur is interessant, want het is ondogmatisch, het heeft humor en het spreekt tot de verbeelding.”

Op een bijeenkomst van de organisatie "Documentation and Conservation of Buildings and Sites of the Modern Movement' (Documomo) in Den Haag werd het lot besproken van vijf monumentale voorbeelden van de Moderne bouwkunst. Een daarvan was het Olympisch stadion, dat de gemeente Amsterdam wil slopen. Minister d'Ancona van WVC heeft haar besluit over de vraag of dit stadion rijksmonument mag worden, uitgesteld tot na het begin van de Olympische Spelen in Barcelona op 25 juli. Monumentenzorg van de gemeente Amsterdam, de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg, het Berlage Instituut, de Raad voor het Cultuurbeheer en de Rijksdienst Monumentenzorg vinden sloop van het stadion "cultuurbarbarisme'. Maar er was ook veel kritiek op het plan van Ziekenhuis Hilversum om Duikers sanatorium Zonnestraal te "mummificeren' door er een glazen stolp overheen te bouwen. Hans van Dijk van het Nederlands Architectuurinstituut vindt dat het vergane Dresselhuys-paviljoen "recht op euthanasie' heeft, een ruïne “als een cultuurhistorisch statement over het dilemma dat je niet kunt oplossen. het is net zo zinloos om voor dit topmonument een nieuwe bestemming te zoeken, als voor het Parthenon of de kerk van Hiroshima.”