Kasteel voor de middeleeuwer van nu

Castle Drogo, Drewsteighton, Devon. Dagelijks geopend van 11 tot 18 u van april tot eind oktober.

Er zijn architecten die zich niets aantrekken van stijlen of modes. Onverstoorbaar werken ze voort in "de eeuwenoude traditie', alsof de twintigste eeuw helemaal geen Bauhaus en Le Corbusier heeft gekend. In "Zeitgeist' geloven ze niet en de "nieuwe tijd' die een nieuwe bouwkunst zou "eisen' laat ze koud. Meestal wonen ze in Engeland, een land dat trots is op zijn tradities. Een van Engelands belangrijkste architecten van deze eeuw, Sir Edwin Lutyens (1869-1944), heeft dan ook geen witte gebouwen van staal en glas ontworpen, maar een ontzaglijk aantal degelijke stenen gebouwen waaronder het Viceroy's House in New Delhi.

Lutyens is ook de architect van Engelands laatst voltooide kasteel, Castle Drogo, en niemand had dit beter kunnen doen dan hij, de vijand van de modernistische architectuur. De opdracht kreeg hij van Julius Drewe (1856-1931), de oprichter van de Home and Colonial Stores die, steenrijk geworden, al op 33-jarige leeftijd ging rentenieren. In 1910 kocht hij het landgoed Drogo in het graafschap Devon. Volgens Drewe had dit ooit toebehoord aan een verre voorvader van hem, de Noormannenbaron Drogo de Teign, en een "middeleeuws' kasteel leek hem daarom het meest passende onderkomen voor zijn familie.

Aanvankelijk speelde geld geen rol en in 1911 kwam Lutyens met een ontwerp voor een kolossaal kasteel. Maar Julius Drewe wilde verschillende onderdelen niet en toen na de stillegging van de bouw tijdens de Eerste Wereldoorlog de kosten uit de hand liepen, sneuvelden steeds meer delen van het ontwerp. Met Engelands laatste kasteel ging het dus precies omgekeerd als met de meeste middeleeuwse kastelen. Werden de laatsten vaak in de loop van decennia of zelfs eeuwen stukje bij beetje uitgebreid, van Castle Drogo werd uiteindelijk slechts een-derde gerealiseerd. Lang heeft Julius Drewe niet van zijn kasteel kunnen genieten. In 1931 overleed hij, een jaar nadat Castle Drogo werd voltooid.

Zelfs geamputeerd is Castle Drogo indrukwekkend. Vanuit de verte ziet het kasteel er overtuigend middeleeuws uit: robuust en ongenaakbaar ligt het als een granieten uitstulping op een berg met uitzicht over zompig Dartmoor. Ook de noordzijde van Castle Drogo, die men na een tocht door de schitterende, op verschillende niveaus aangelegde tuinen als eerste te zien krijgt, is overtuigend middeleeuws: kleine ramen, onversierde, strakke muren en torens met kantelen. Hier bevinden zich dan ook de vroegere vertrekken van de bedienden. Maar de kamers waar de leden van de Drewe-familie hun dagen doorbrachten liggen achter grote ramen, die doen denken aan de Glasgow School of Art uit 1906 van Charles Rennie Mackintosh.

Ook het interieur is tweeslachtig. De tocht door het kasteel gaat van duisternis naar licht en weer terug, en van soberheid naar luxe en weer terug. Na een donkere, spartaanse hal komt men in de bibliotheek en biljartkamer die al wat lichter zijn en in de salon is geen spoor meer te bekennen van de donkere middeleeuwen. De kamer is licht, de muren zijn voorzien van classicistische lambrizeringen en op de grond liggen dikke tapijten. Maar de apotheose van Castle Drogo is de centrale trap, die is ondergebracht in een ruimte met een hoogte van vier verdiepingen en die baadt in het licht dat door de bijna even hoge ramen schijnt. De eetkamer die men daarna betreedt is een anti-climax, een gevolg van compromissen en een voorbode van de keukens en kapel, die in hun granieten soberheid herinneren aan Berlages proto-modernisme. Het is alsof zelfs Lutyens niet aan de "tijdgeest' heeft kunnen ontsnappen.