Kar vol vrolijke Russen in Twente; Universiteit Enschede wil gedemobiliseerde soldaten omscholen

ENSCHEDE, 2 JULI. “'k Heb allemaol Russ'n in m'n kar uut Moskou. Kan ze niet verstaon. 't Zal wel laot worden vanavond, om half negen moet ik ze weer oplaoden,” roept de oude Twentse boer luid in de telefoon. Met zijn Jan Plezier, een boerenkar getrokken door twee dikke Twentse paarden, heeft hij net een kleine dertig vrolijke Russen afgeleverd bij een landelijke uitspanning vlak bij de Duitse grens. Verrukt waren de Russen van de welgedane Hollandse koeien die door het sappige landschap met de wagen mee opholden. “Wat een uiers,” zucht er een.

Het DOT-project (Demobilized Officers Training), zo heet de onderneming die de Russen naar Nederland haalde. Een coproduktie is het van de universiteit van Twente en de universiteit van Moskou. In de stad Noginsk, onder de rook van Moskou, moet een trainingscentrum worden opgezet om de duizenden officieren die in verband met de omvangrijke reductie van het Russische leger gedemobiliseerd worden, om te scholen en een nieuw doel in het leven te geven. Het plan is uitgewerkt door de Russische psycholoog Andrej Podolski en de Nederlandse onderwijskundige Cees Terlouw van het Onderwijscentrum van de Universiteit van Twente. Een groep Russen werd geselecteerd die het centrum moeten opzetten en na twee weken training in Moskou zijn de cursisten nu in Nederland om kennis te maken met computerlesprogramma's, arbeidsbureaus, management en ondernemerschap.

“De officieren die uit Oost-Europa terugkomen, en het merendeel komt naar de provincie Moskou, raken in grote psychische problemen. Niemand zit op hen te wachten, er is geen huisvesting en geen werk. Eenderde van die gezinnen valt uit elkaar. Tweehonderdduizend gerepatrieerde officieren zitten zonder woning”, zegt Podolski die al jarenlang goede contacten met de universiteit van Twente heeft. Hoe groot het uiteindelijke aantal gedemobiliseerden zal zijn, kan of wil niemand zeggen. Volgens Terlouw komt dat omdat de strijd binnen het ministerie van defensie nog niet gestreden is. Rusland zit net in de oprichtingsfase van het Russische leger en er is veel onduidelijkheid over de toekomst. Zeker is wel dat aan omscholing en begeleiding grote behoefte is.

Om latere problemen met bestuurders te voorkomen, hebben Podolski en Terlouw een groep cursisten gekozen, waarin behalve militairen en leraren ook het bestuurlijk apparaat goed is vertegenwoordigd. Zo wandelt hier de burgemeester van Noginsk rond, de jonge Vladimir Laptev, voorheen technicus op een fabriek. “In en rond onze stad liggen veel militaire onderdelen, dus een groot deel van onze werkelozen zijn militairen. Militairen zijn ongelukkige mensen, ze zwerven rond door de voormalige Sovjet-Unie en zitten aan de grond.” Veel zeggenschap heeft Laptev overigens niet over zijn militaire onderdanen en ook hij lijkt niet erg op de hoogte over hun aantal en hun plannen. Er is een aantal bouworganisaties opgericht met de afspraak dat de militairen de helft van de woningen voor zichzelf bouwen en de rest voor de burgerbevolking.

Valentina Danilina, gedeputeerde voor sociale zaken van de provincie Moskou, vindt het niet in de haak dat de burgermaatschappij en de militairen tot op heden nog zo gescheiden opereren. Ze ziet voor de militairen mogelijkheden in de sterk onderontwikkelde dienstensector en de landbouw, al geeft ze toe dat hun opleiding ze daarvoor niet bepaald geschikt maakt. Veel bedrijven houden hun personeel koste wat kost in dienst en zij keurt dat goed, want “psychologisch zijn de mensen er niet klaar voor.” Danilina is een waardige dame; ze komt niet om hulp vragen maar om ervaring op te doen. Onder de indruk is ze van de Nederlandse bejaardentehuizen en invalidenvoorzieningen. “Een dergelijke instelling ten opzichte van misdeelden is bij ons nog ver te zoeken.”

Kolonel Ivan Najdjonov neemt deel aan de cursus als lid van de Raad ter sociale bescherming van militairen en hun gezinsleden. Hij schat dat ongeveer de helft van alle officieren de dienst zal verlaten. Het Russische leger zou moeten worden teruggebracht tot 2.100.000 man. Gedemobiliseerde officieren krijgen vijf maandsalarissen uitbetaald (een officierssalaris schommelt op dit moment tussen de zes- en twaalfduizend roebel). Niemand weet hoeveel militairen het Russische leger telt, zegt kolonel Viktor Ponomarjov, en hoe groot het in de toekomst zal worden, hangt af van de politieke stabiliteit in het land. “Er zijn veel moeilijkheden met de recrutering en dat is logisch: je moet weten wiens belangen je verdedigt. Vroeger waren bijvoorbeeld de Tataren goede militairen, maar nu ze hun eigen republiek hebben uitgeroepen weet niemand of ze nog wel moeten dienen. En wie moet dan de noordelijke grenzen verdedigen?”

"Tweemaal held van de Sovjet-Unie, volksafgevaardigde van Wit-Rusland, professor, doctor in de militaire wetenschappen, kosmonaut en luitenant-generaal van de luchtmacht' vermeldt het visitekaartje van Vladimir Kovaljonok, die zo te zien stevig in het zadel zit. Het kosmonautenaureool hangt nog rond zijn stevige kuif. Hij is ook directeur van een militair onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met het ontwerpen van vliegtuigen en hij voorziet voorlopig geen problemen. Het ministerie van defensie is nog steeds zijn grootste opdrachtgever en bovendien is er een grote markt voor kleine privévliegtuigjes die tot op heden nauwelijks bestonden in Rusland. “De Mig-29 is in de hele wereld in trek,” zegt Kovaljonok, die overigens verzekert dat wapenverkoop aan het buitenland onder strikte controle van de overheid staat.

Een docent van het onderwijscentrum toont de Russen de mogelijkheden van computerprogramma's voor lesdoeleinden. Een computergestuurd videoprogramma over veiligheid in een chemisch laboratorium wekt veel hilariteit. De laborant moet voor een bepaalde chemische proef de juiste retorten en buisjes kiezen en die roepen bij menigeen de associatie op met apparatuur voor het zelf stoken van wodka. “We willen de Russen laten zien wat de mogelijkheden van computerlesprogramma's zijn, maar we willen ze tegelijkertijd waarschuwen dat het gebruik van dure computers geen doel op zichzelf is. Het resultaat moet wel in verhouding staan tot de kosten”, zegt Terlouw.

De opzet van het centrum in Noginsk is volgens hem uniek. Hij probeert steun voor de plannen te vinden bij het ministerie van defensie, de EEG en de NAVO, maar tot op heden zonder veel resultaat. “Men is zeer geïnteresseerd in het project maar neemt ofwel een afwachtende houding in wegens de instabiele situatie in het land, of geeft toe dat er geen administratieve procedures bestaan voor een dergelijk praktisch project.”

Die nadruk op de praktijk, zegt Podolski, is nu juist het grote voordeel van dit centrum. “De nadruk komt bij het onderwijs te liggen op het opzetten van eigen bedrijfjes en managementcursussen. De eerste cursus moet in september beginnen.”