Hoe beter ze zich leren concentreren, hoe beter ze worden; Schaken onder schooltijd

Tweeëndertig armen gaan omhoog. Groep vijf van de Julianaschool in Bussum heeft schaakles. Onder schooltijd. Alle kinderen weten al tijdens de zevende les hoe ze de zwarte koning mat moeten zetten. In een stelling met een koning en een dame tegen een kale koning vinden ze vijf verschillende oplossingen. Na afloop zeggen ze schaken leuker te vinden dan rekenen, leuker dan handenarbeid en zelfs leuker dan gym. En ze leren wat. ""Denken'', zegt een jongen. ""Doordenken'', verbetert een ander.

Op ongeveer zestienhonderd van de vierentachtighonderd basisscholen in Nederland krijgen kinderen in de hoogste groepen schaakles. De lessen zijn vrijwel altijd facultatief en na schooltijd of tijdens de middagpauze. Een tiental scholen heeft aan de onderwijsinspectie toestemming gevraagd schaakles in het rooster op te nemen. Daar schaakt iedereen onder schooltijd. Het ministerie van onderwijs geeft basisscholen de mogelijkheid schaken te gebruiken bij het vak rekenen.

Op de Julianaschool begon onderwijzer Paul van der Horst in 1973 met schaaklessen. Bij een gros potloden had de vertegenwoordiger in schoolmateriaal een schaakbord cadeau gedaan. Van der Horst leerde eerst zichzelf de regels en daarna zijn leerlingen. In 1984 won de school het jaarlijkse schoolschaakkampioenschap van Nederland. Dit jaar vroeg men de inspecteur of het schaken onder schooltijd mocht.

Wat Van der Horst vroeger veel extra tijd kostte, doet hij nu in zijn gewone werkweek. Hij geeft iedere week een uur les aan groep zes (negen jaar) en acht weken lang een uur les aan groep vijf (acht jaar). Vrijdagmiddag is er competitie voor groep vijf tot en met acht. ""Ik heb maar tweeëndertig stoelen in mijn klas, anders zouden er meer dan honderd kinderen meedoen'', zegt Van der Horst.

Bovenaan

Ruth zit in groep zes. Ze staat bovenaan groep D van de competitie. Vorig jaar ging het minder goed: ""Toen won ik een partij, maar verloor ik er daarna een van dezelfde tegenstander'', zegt Ruth. Haar klasgenootje Evelyne weet waarom: ""Als je wint ga je heel snel spelen. Je wilt die middag zoveel mogelijk partijen spelen. Dan maak je fouten.''

In de schaakcompetitie probeert Ruth vaak het herdersmat. Dat wint lekker snel. Als ze geen mat kan geven maar een toren wint, is het ook goed: ""Je begint met een toren en daarna komen de andere stukken''. Is het niet vervelend als je tegenstander lang nadenkt? ""In die tijd kan je zelf ook al een plannetje maken'', zegt Evelyne. Thuis hebben Ruth en Evelyne hun vader al verslagen. Daar biedt alleen de computer nog weerstand.

Concentreren

Op de Julianaschool zijn ze tevreden over het schaken als schoolvak. ""Het meest zichtbare gevolg is dat de kinderen leren om zich te concentreren'', zegt Van der Horst. ""Een mus in de dakgoot middenin een staartdeling en weg is de concentratie. Bij schakende leerlingen is dat veel minder het geval. Hoe beter ze zich kunnen concentreren, hoe beter ze worden.''

De "transfereffecten', zoals de overdracht van kennis en vaardigheden van schaakles op andere vakken op de basisschool wordt genoemd, zijn door (schaars) wetenschappelijk onderzoek nog niet duidelijk aangetoond. Leerlingen die schaken maken hun Cito-toets beter dan kinderen die niet schaken, ontdekte de psycholoog Karel van Delft dit jaar op twee scholen in Apeldoorn. Maar hij kon niet aantonen dat hun prestaties waren verbeterd door het schaken. Alleen de Belg J. Christiaen hield halverwege de jaren zeventig een experiment met twee klassen: één met schaakles en één zonder schaakles. De schakers bleken beter te presteren.

Transfereffecten

""De transfereffecten van schaakonderwijs bestaan'', zegt Rob Brunia, maar zijn niet in cijfers uit te drukken. Brunia geeft al vijftien jaar schaakles en ontwikkelde met bondscoach Cor van Wijgerden een schaakmethode die op veel scholen wordt gebruikt. Wel is volgens hem de transfer in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit van de schaaklessen. ""Omdat het niet eenvoudig is om binnen één klas ieder kind op zijn eigen niveau te laten schaken, geef ik de voorkeur aan schaakles na schooltijd. Dan krijg je kinderen die kiezen voor het schaken, leerlingen die het meest profiteren van de te verwachten transfereffecten.''

Drie jaar geleden begon de stichting VSB-schoolschaak van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond en de Verenigde Spaarbank met het verbreiden van schaken op school. Met 400.000 gulden per jaar sponsort de stichting onder meer scholenkampioenschappen en de opleiding van schaakleraren volgens de schaakmethode "Brunia/Van Wijgerden'. Vorig jaar slaagden ruim drieduizend kinderen voor het eerste diploma, terwijl ongeveer honderd onderwijzers zich lieten opleiden tot schaakleraar.

Schaakles kan al als leerlingen nog maar zes jaar oud zijn, zo is Brunia in de praktijk gebleken. In het begin is schaken niet veel meer dan lego. Kinderen zien alleen de materiële waarde van de schaakstukken en nog niet de functie ervan. Ze veroveren eerst al het materiaal van hun tegenstander en gaan pas daarna proberen mat te zetten. Ook dan leren ze wat. Als ze zich niet concentreren maken ze fouten, ze selecteren en houden hun aandacht op het schaakbord. In het spel herkennen ze oorzaak en gevolg: als een stuk niet gedekt staat, kan het geslagen worden. En ze brengen het probleem onder woorden: ""mijn toren wordt aangevallen en staat niet gedekt''.

Na het materiaal ontdekt een leerling volgens Brunia achtereenvolgens de ruimte - waar nog geen stukken staan - en de tijd - hoe lang het duurt om de stukken daar te krijgen - op het schaakbord. Na een aantal jaren gaat een schakend kind relaties en verhoudingen herkennen en leert het redeneren. Mat wordt het hogere doel en bepaalt de zetten. De waarde van schaken is net zo groot of klein als aardrijkskunde of geschiedenis, maar bij schaken vertaalt de prestatie zich direct in een beloning: een winstpartij.

Respect

Op de Julianaschool geeft Van der Horst getalenteerde schakers extra lessen na schooltijd. Het zijn in het algemeen de goede leerlingen. Toch ziet Van der Horst voldoende voordelen om bij alle leerlingen het schaakspel klassikaal te introduceren: ""Het is een spel met onbegrensde mogelijkheden. Kinderen krijgen genoeg van mens-erger-je-niet, maar blijven schaken. Bovendien is het sociaal gedrag van schakers uitstekend. De drama's die je bij andere sporten ziet - huilen, weglopen - vindt je niet bij schaken. Schakers hebben respect voor hun tegenstander. Klasgenoten die elkaar in de klas links laten liggen, helpen elkaar in het schaakteam.''