Een keuze tussen dierentuin en jungle

De metafoor die door de recente verkiezingen in Tsjechoslowakije tevoorschijn is gekomen, overschrijdt de grenzen van dat kleine land en is van toepassing op alle voormalige totalitaire staten, de Sovjet-Unie incluis.

Hier in het Westen beseffen we in een jungle te leven, een gevaarlijke en onvoorspelbare, maar opwindende plek met levendige kleuren en een eindeloze verscheidenheid aan levensvormen, maar we neigen te vergeten dat mensen in het voormalig communistische blok veertig jaar of langer hebben geleefd in een dierentuin.

Zij leefden in de kooien die hen beschermden tegen wilde dieren. Veilig, achter tralies, droomden zij over de schoonheid en de vrijheid van de jungle. Toen sprongen hun kooien plotseling open en stormden zij allen naar buiten, de wildernis in. Hun eerste reactie was van een begrijpelijke euforie: “Wat een prachtige jungle is dit! Wat is het fijn nu eindelijk vrij te zijn!”

Maar, zodra deze mensen hun kooien uitrenden, kwamen zij erachter dat de jungle vol zat met slangen, bloedzuigers, tijgers en ratten. Zij ontdekten ook dat deze schepsels even vrij waren hun eigen natuur te volgen als zijzelf.

Door de schok van deze ontdekking komt een oude vraag weer boven. Is het beter in een jungle te leven of is het toch beter in een dierentuin? Terwijl mensen in de vroegere communistische wereld hielden van de vrijheid en de schoonheid van de jungle, beginnen nu sommigen onder hen de bescherming van de dierentuin te missen. Wat zij gisteren nog beleefden als ondragelijke verveling, herinneren zij zich nu als een goddelijke en vredige kalmte.

En toen de Tsjechen en Slowaken dus begin vorige maand in Tsjechoslowakije de stemhokjes betraden om te beslissen over hun toekomst, bezweken sommigen voor de stemmen uit het verleden: “Hadden wij het in de kooi niet beter, weet u nog hoe veilig wij ons daar voelden?”, zongen de stemmen.

Maar hier stuiten wij op een lastige vraag. Is er nog een middenweg tussen een jungle en een dierentuin? Degenen die geloven in de kracht van het menselijk verstand, antwoorden met een welluidend "ja'.

De vroegere communisten hebben de kiezers beloofd dat indien zij weer aan de macht zouden komen, ze prachtige orchideeën en lianen in de dierentuin zullen planten om de tralies te verbergen. De Westerse liberalen beweren op hun beurt dat de oplossing ligt in het respecteren van de jungle, maar ze zijn wel bereid hier en daar een paar hekken neer te zetten en wat schuilplaatsen en wildparken aan te leggen, zodat iedereen in de jungle kan genieten van de bescherming van een dierentuin. Beide ideeën klinken interessant, maar kan de natuur zo te werk gaan? Kan Gods overvloed in zo'n omgeving overleven?

In Tsjechoslowakije hebben de Tsjechen voor de jungle gestemd en de Slowaken voor de dierentuin. Het is duidelijk dat een compromis onmogelijk is. Dus de enige mogelijkheid om het land bijeen te houden, is de Tsjechen ervan te overtuigen dat zij een leven in de dierentuin moeten aanvaarden, of de Slowaken uit te leggen dat een leven in een kapitalistische jungle heel lonend kan zijn. Dat er geen reden tot paniek is voor de toekomst en dat iedereen kan leren in het wild te overleven en zelfs te gedijen, mits men maar bereid is eraan te werken.

© NRC Handelsblad/The Washington Post.