Een dubbele portie van hetzelfde

Flodder in Amerika! Regie: Dick Maas. Met: Nelly Frijda, Huub Stapel, Tatjana Simic, René van 't Hof, Lou Landré. In: 99 theaters.

De proloog van Flodder in Amerika! is op een paar variaties na een duplicaat van de eerste minuten van Flodder, Dick Maas' megahit uit 1986. In een parallelmontage, die ten onrechte gelijktijdigheid suggereert, zien we plaatselijke autoriteiten met welzijnswerker Sjaak (Lou Landré) vergaderen over het lot van de asociale familie Flodder en de voorbereidingen van de verhuizing van het stel (dit keer wegens een uitwisseling naar de Verenigde Staten), terwijl ze als "stelletje kolerelijers' door matriarch Nelly Frijda worden aangemoedigd. Het belangrijkste verschil is dat Ma Flodder een fotograaf van de lokale pers nu geen honderd, maar tweehonderd piek in rekening brengt voor het poseren.

De verdubbeling is zowel kenmerkend voor de gein die Maas beleeft aan stijlgrapjes als voor de strekking van de vervolgfilm: meer van hetzelfde, maar dan veel duurder. Het budget van bijna twaalf miljoen gulden van Flodder in Amerika! is een Nederlands record, evenals het aantal van 99 theaters waar de film deze week te zien valt. Beide operaties dienen slechts een doel: het toedienen van een levensreddende injectie aan het Nederlandse film- en bioscoopbedrijf, dat al een jaar loopt te kwijlen bij de gedachte dat er weer 2,3 miljoen kaartjes verkocht gaan worden. Filmcritici, die wel eens voorzichtig zouden kunnen opperen dat een verdubbeling (of zelfs een evenaring) van dat aantal niet automatisch bereikt wordt door een simpele herhaling van de succesformule, verstoren de feestvreugde en worden slechts zuinigjes getolereerd.

Al zegt de regisseur in interviews dat Flodder in Amerika! minder feilen bevat dan het origineel, wie de video van Flodder nog eens terugziet, moet wel tot de tegenovergestelde conclusie komen. Flodder 2 is minder spectaculair, minder origineel geconstrueerd en bevat vooral minder zwarte humor. Om toch vooral binnen de beperkingen van een familiefilm te blijven zijn gewaagde schokeffecten, zoals de dood van een konijn of het verongelukken van een bejaarde, nu achterwege gelaten. Het scenario is minder wreed in zijn observatie van sociale milieus en berust voornamelijk op stokoude kluchtconventies: identiteitsverwisselingen, die tot in het absurde doorgevoerd worden; de compromittering van hoogwaardigheidsbekleders; frontaal bloot en functioneel braken; en in de meest smakeloze, overbodige en te lang uitgesponnen grap, de combinatie van alle drie de elementen, wanneer de onhandige welzijnswerker in het ziekenhuis per ongeluk een transseksuele operatie ondergaat.

Bij vlagen is dit alles desondanks redelijk amusant in beeld gebracht, daar staat het vakmanschap van Maas en van zijn sterperformers (Frijda, Stapel, Van 't Hof en in mindere mate Simic) wel borg voor. Maar Flodder in Amerika! hoort thuis in de categorie standaard-entertainment. De flair en het lef van de eerste film worden dunnetjes overgedaan, met als voornaamste bonus de aanwezigheid van echte Amerikaanse locaties en acteurs. Het moet een enorme kick geven op Times Square en Broadway een film te kunnen draaien, maar wat producent/regisseur Maas dan vergeet is dat het publiek die beelden al eens eerder gezien heeft en daarom slechts voor een klein deel in het plezier mee deelt. Een autoachtervolging door Manhattan is voor de gemiddelde bioscoop- en tv-kijker een stuk minder bijzonder dan bij voorbeeld de Duckstad-achtige stilering van een buitenwijk in de lage landen, zoals die in de eerste film te zien was.

Tot de belangrijkste redenen waarom Maas kon uitgroeien tot een lieveling van het publiek (hij is met Paul Verhoeven ongetwijfeld de bekendste Nederlandse filmmaker) behoren zijn no-nonsense aanpak, dicht tegen het publiek aanleunende smaak en afwezigheid van enig moralisme. Toch wordt Maas' bekende uitspraak dat je voor boodschappen bij Albert Heijn moet wezen in Flodder 2 enigszins op de proef gesteld. Waren in het eerste deel de Floddertjes even amoreel en abject als hun deftige buren, Flodder in Amerika! tracht wel degelijk een stelling te bewijzen. Die moet ongeveer luiden dat in het land van de onbegrensde mogelijkheden de "vrije jongens'-mentaliteit van de familie Flodder betere overlevingskansen biedt dan de regel- en bedilzucht van de Hollandse zachte sector. Daarom is voor de hanigheid van Johnny, het onverzettelijke egoïsme van Ma, de pathetische geldingsdrang van zoon Kees en de hoerige onschuld van dochter Kees nu een heldenrol weggelegd, terwijl Sjakie onafgebroken in zeven sloten tegelijk loopt, zijn controle, identiteit, trots en zelfs uiteindelijk zijn mannelijkheid verliest. De absurditeit en de corruptie van de Amerikaanse samenleving worden wel gesignaleerd (zoals in het gros van de in een grote stad gesitueerde Hollywoodfilms), maar op een wel heel gemakkelijk en overzichtelijk niveau. Zo schijn je in New York veel files te hebben, is het er moeilijk een taxi te vinden en lijkt het onverstandig 's nachts door Central Park te lopen. Er zijn ook wolkenkrabbers in New York, zo leert een helikoptershot van de brug met de limousine, die de Hollandse gasten abusievelijk van het vliegveld opgehaald heeft. Tsjonge, met een helikopter boven Manhattan, het kan niet op voor de Nederlandse film! Tragisch genoeg zal bijna geen enkele kijker nog warm of koud worden van dit bekende beeld uit elke Amerikaanse film van dertien in een dozijn. Dick Maas mag dan nu alles weten van Amerikaanse filmvakbonden, maar iets zegt ons dat hij toch nooit een Paul Verhoeven zal worden. Voor internationaal succes is immers meer stijlgevoel, eigenheid en universele zeggingskracht vereist dan de op zichzelf aardig gevonden visuele grapjes met het Vrijheidsbeeld en een striptease in Volendammer kostuum bewijzen. In de statistieken aan het eind van het jaar zullen Basic Instinct en Flodder in Amerika! ongetwijfeld broederlijk naast elkaar aan de top staan. In die volgorde, denk ik.