Een bad in een privé-moeras

Gerd Verschoor: Beyond Flowers. Collecting & Arranging Natural Objects. Stewart, Tabori & Chang, New York. Prijs $ 55.

Een van de projecten die de conceptuele kunstenaar Gerd Verschoor (Nijverdal, 1945) in Amerika hoopt te verwezenlijken is het tooien van het Vrijheidsbeeld met een hoedje bedekt met tweehonderdduizend blauwgeverfde anjers. Deze 'Reincarnation of the Carnation' is bedoeld als eerherstel voor de overgecultiveerde anjer, de bloem waar volgens Verschoor "iedereen een hekel aan heeft'. Die bezorgdheid voor de bloem brak hem op in zijn beroep van bloemist: hij kon geen bloem meer afsnijden. Hij oefende het vak trouwens op eigenaardige wijze uit: zijn bloemenwinkel in Kampen verfde hij om de twee weken in een andere kleur, en verkocht dan bloemen in uitsluitend die kleur.

Een performance in 1984 in kasteel Ehrenstein in Kerkrade, waar hij 50 Amerikaanse ontwerpers met linten aan hun stoel vastbond, leverde hem een uitnodiging op naar Amerika te komen. In Washington werkte hij een jaar als ideeënman voor het organiseren van grote parties een jaar in Washington. Daarna zocht hij erkenning als vrij kunstenaar in New York. Sinds 1989 ontwerpt hij eens per week een environment in het chique restaurant Le Madri, in Chelsea. Een installatie van drie tafels met een berg aardappelen omringd door neon, leverde hem tot in de New York Times de bijnaam "Potato man' op.

Vorige maand verscheen van Gerd Verschoor Beyond Flowers: Collecting and Arranging Natural Objects, een boek met prachtige foto's van zijn stillevens, als tafeldecor of als zelfstandige sculpturen. Naast dode, levende en plastic bloemen gebruikte Verschoor onder meer grassen en wijnranken, stenen, groente en fruit - al dan niet in staat van ontbinding -, kapotte stoelen en andere gevonden voorwerpen. Verschoor beoogt met dit boek meer dan plaatjes kijken alleen. Hij is een man met een missie en zijn boek is een cursus kijken. Met een lyrisch, bijna naïef enthousiasme, spoort hij de lezer aan dingen die hij normaal links laat liggen in de natuur op te rapen en er zijn huis mee in te richten. Grappig is Verschoors bad 'in een privé-moeras', met bundeltjes gras en plastic krokodillen opgesteld langs de badrand.

Veel van de autobiografische anekdotes lijken vooral op de Amerikaanse markt gericht, zoals één over prinses Beatrix, die een jaar geleden zelfs de New Yorker haalde (hij bood haar persoonlijk in 1985 een boeket plastic bloemen aan, die niet concurreerden met "de prachtige bloemen op haar jurk'). Hoewel het boek niet als kunstboek bedoeld is, maken de minder decoratieve kunstobjecten de meeste indruk. Zo is een sculptuur afgebeeld van in elkaar gedraaide gedroogde wingerd met een staart van een oude elektriciteitskabel op een berkestammetje. Ergens anders leunt een rij stelen van de bladeren van een afgedankte palmboom rechtop tegen een muur.

Opvallend is dat in deze objecten associaties met de natuur het minst nadrukkelijk aanwezig zijn, alsof de kunstenaar Verschoor hier het meest grondig met de voormalige bloemist Verschoor heeft afgerekend.