Dubbel plezier

Wat is het een toch zegen dat er slechte smaak bestaat. Voor de goede smaak pleit niets dan de goede smaak zelf; verder schreeuwt alles in de wereld om het tegendeel.

Warm-menselijke gevoelens en het economisch belang gaan hier in volmaakte harmonie samen. Beide zijn zij uit op wat direct aanspreekt, op wat simpel en toegankelijk is, makkelijk te maken, snel te vernieuwen. Zo wasbaar als een joggingpak, zo herkenbaar als Madonna, zo panklaar als een visstick. Zelfs de liefhebbers van het verfijnde en het verantwoorde (zij weten het wel, al geven zij het niet toe) zouden geen leven hebben in een wereld zonder betraande zigeunerkindertjes, Hup-Hollandpetjes en horrorfilms. Waar zouden zij zich nog tegen moeten afzetten?

Twee Amerikaanse antropologen, Jane en Michael Stern, hebben een encyclopedie van de slechte smaak samengesteld. Het leukste van het maken van het boek, verklaren zij voorin, was beoordelen wat er in thuis hoort en wat niet. Hoe slechte smaak te definiëren? Hun omschrijving klinkt soms bijna religieus: slechte smaak is onmatig en ongeduldig. Hij wil het onderste uit de kan. Waarom genoegen nemen met een saaie klok aan de muur als je dubbel plezier kunt hebben door de klok in de buik van een Venus van Milo te monteren? Waarom zou een peper-en-zoutstel op gewone keukenspullen moeten lijken, als je ook een stel kunt kopen in de vorm van de hoofden van John en Robert Kennedy, met gaatjes waar de kogels hen doorboorden, zodat de gasten aan tafel even kunnen stilstaan bij het tragische einde van deze grote mannen terwijl zij hun biefstuk op smaak brengen?

Slechte smaak provoceert en overtreedt expres de regels van de beschaving. In die rol zaait hij verwarring over wat kan, en wat niet. Toen de kubisten begonnen de kunstwereld op haar kop te zetten, werd van wansmaak en onfatsoen gesproken. Toch bleken steeds meer kenners waarde te hechten aan de schilderijen van Braque en Picasso, en sindsdien is de deftige kunst van deze eeuw een beetje stuurloos geworden. Van wat gepresenteerd wordt als kunst, durft haast niemand meer te zeggen dat het van slechte smaak getuigt - met alle gevolgen van dien. Maar makers en kopers zijn blij, dus wat is er eigenlijk tegen?

De encyclopedie van de Sterns gaat niet over kunst, maar wel over verbluffend veel andere zaken. Het behandelt tatouages en monsterlijk grote trucks (de vervulling van de droom van elke automobilist: dwars over alles en iedereen heen te kunnen rijden), chihuahua-hondjes en fop-braaksel, muzak en Heavy Metal (“Anders dan Rhythm & Blues, Elvis, de Beatles en Bruce Springsteen, die allemaal een overdaad aan intellectuele pleitbezorgers hebben aangetrokken, heeft niemand met enige beschaving zich geroepen gevoeld om Heavy Metal aan te prijzen.”).

Las Vegas, stickers en T-shirts met humoristische teksten, langharige vloerkleden, druipkaarsen, designer-spijkerbroeken, meisjes die Tiffany en jongens die Jason heten, winkelcentra, Dolly Parton en haar borsten, blikvlees (Spam daar, Smac bij ons) en bovenmaatse pepermolens - stuk voor stuk zijn zij hecht verankerd in de moderne tijd. Zij komen ergens vandaan en gaan nooit meer weg. Je zou er somber van kunnen worden, maar je kunt er ook pret aan beleven, zoals de Sterns. Hun boek schijnt trouwens een bestseller te zijn geworden in de Verenigde Staten: dubbele pret, ook wat dat betreft.

Wie bij het onderwerp ”slechte smaak' alleen maar aan voor de hand liggende dingen als tuinkabouters denkt, weet niet wat hij mist. In de encyclopedie vinden wij ook zaken als de maraschino-kers (je zou er eigenlijk de hele inventaris van de banketbakkerij aan toe kunnen voegen), de verstelbare leunstoel, en de kittige non die overal begon op te duiken na het wereldsucces van de zingende Soeur Sourire in 1963. Ook liefhebberijen als bowlen, macramé, minigolf en bierdrinken worden uitvoerig behandeld.

En het nudisme: een absolute, terechte vondst. Is er iets smakelozers dan mensen die zich in het openbaar poedelnaakt uitkleden en dan doen alsof er niets aan de hand is? Iets raarders dan bij hoog en bij laag beweren dat een spelletje strandbal of een familiebarbecue met los bengelende geslachtsdelen de natuurlijkste zaak van de wereld is?

De verleiding is groot om de Amerikaanse verzameling van de Sterns uit te breiden met echt Hollandse wansmaak. Carnavalskrakers en nasiballen. Geveltuintjes en Vader Abraham. Pas 65. Demonstraties met doodskisten. De kruimeldief. Braderieën. Doei!

Hele velden voor antropologisch onderzoek liggen braak. Iedereen vindt het leuk, iedereen heeft iets bij te dragen. En wat het alleen maar leuker maakt is dat iedereen, ook de meest verfijnde geest, wel iets heeft waarvan hij zegt: nee, dit mag er niet bij. Dit is juist mooi, geen wansmaak. Marcel Proust heeft ergens geschreven over slechte muziek en dat je daar niet hard over mag oordelen. Slechte muziek, zegt Proust, is zó belangrijk in het leven van talloze mensen, er zijn zoveel goedkope liedjes die de tederste sentimenten hebben begeleid en de mooiste herinneringen wakker roepen - het zou verkeerd zijn om dat allemaal vol minachting af te wijzen.

Maar ja, alle leuke spelletjes zijn een beetje harteloos. En tenslotte gaat het juist in dit geval maar over een idee, een conventie, en de verboden vruchten zijn zoals bekend ook de verleidelijkste. Ik ken mensen die nu in leggings lopen en hun kinderen voor de video zetten om ze bezig te houden, terwijl zij kort geleden nog niets dan diepe minachting voor die dingen hadden. Fijnproevers gooien sinds jaar en dag met veel misbaar ijsblokjes in hun wijn en verklaren aan wie het horen wil hun geheime liefde voor de Hema-rookworst. Slechte smaak geeft gewoon sjeu aan het leven.