De politicus en de draaikolk

Harde werkers zijn het, noeste werkers en misschien zelfs wel bevlogen: Nel van Dijk, Jan Willem Bertens en Maxime Verhagen.

Van beroep Europarlementariër en derhalve behept met een hoge frustratiedrempel. Wekenlang van huis, hollen ze van vergaderplaats naar vergaderplaats, vechten voor hun amendementen om vervolgens telkens weer tot hun teleurstelling te moeten constateren dat het thuisfront in het geheel geen belangstelling voor hun activiteiten heeft. Afgezien van het actieve partijkader kent ook niemand hen. Alleen Jan Willem Bertens geniet misschien nog enige bekendheid. Niet als lid van het Europees Parlement, maar als ex-ambassadeur in Latijns Amerika en als degene die in zijn partij op een niet geheel onomstreden wijze kandidaat werd gesteld voor Straatsburg.

Van Dijk, Bertens en Verhagen, vertegenwoordigers van respectievelijk Groen Links, D66 en het CDA, schreven vorige week zaterdag een verontwaardigd stuk in deze krant. Ze waren boos op premier Lubbers die had gesuggereerd voor het Europees Parlement het dubbelmandaat opnieuw in te voeren. Hierdoor zouden nationale parlementariërs zich tevens op Europese schaal kunnen profileren en werd de publieke belangstelling voor Europa wellicht wat groter, aldus de gedachte van Lubbers. De premier had er niets van begrepen, meldden de Nederlanders met standplaats Straatsburg. Immers, “de politieke verhoudingen in het parlement liggen anders dan in nationale parlementen, de partijvorming is anders en dat vraagt veel inventiviteit en geduld. Het gecompliceerde karakter van de politieke samenwerking komt ook tot uiting in de complexiteit van de stukken die met bakken en in negen talen tegelijk over ons neerdalen. Allemaal uitdagingen maar niet te combineren met een mandaat in eigen land.”

Om hun betoog kracht bij te zetten werden nog enkele afschrikwekkende voorbeelden uit het buitenland ten tonele gevoerd, waar het door Lubbers' gesuggereerde systeem wèl bestond. “Europese politici als Bettino Craxi en Laurent Fabius, die een dubbelmandaat hebben of hadden, zijn zelden in Straatsburg of Brussel gesignaleerd. Zij waren niet eens lid van een commissie.”

Een doodzonde. Niet eens lid van een commissie! Hoe durven ze. Een beetje de Europarlementariër uithangen, zonder lid te zijn van een commissie. Dat politici van naam meer aan de bekendheid en dus belangstelling voor het Europees Parlement kunnen bijdragen, doet niet ter zake. Hier dreigen "mooi weer'-politici gecreëerd te worden en dat is in het gelijkheidsdenken dat Nederlanders ook in het "verre' Straatsburg blijkens het schrijven van de drie koesteren, nu eenmaal onbestaanbaar.

De reactie van de Europarlementariërs is een uitstekend voorbeeld van één van de draaikolken waarin een politicus kan worden meegezogen. De "draaikolk-theorie' wordt ontvouwd in het deze week officieel gepresenteerde partijrapport van het CDA over "politici in functie'. De Straatsburgse politici zijn duidelijk terechtgekomen in de kolk van vervreemding. Ze zijn overbelast, hebben daardoor weinig tijd voor contacten met bijvoorbeeld burgers, boodschappen komen wederzijds niet meer over, de communicatiekanalen raken verstopt, de politicus zal zich hierdoor steeds meer afzonderen, er komt kritiek op dit gedrag, in een reactie hierop gaat de politicus meer op de tenen lopen waardoor nog meer overbelasting dreigt, waardoor er nog minder tijd is voor contacten met burgers, enzovoort, enzovoort.

De Nederlandse afgevaardigden in het Europees Parlement zullen in de meeste gevallen keihard werken, alleen het komt in Nederland totaal niet over. In een reactie daarop gaan ze zich nog meer inzetten voor de Europese zaak en hebben daardoor nog minder tijd om het denken elders over Europa in zich op te nemen. Het gevolg is dat zij met een opwaardering van het Europees Parlement komen aanzetten als oplossing voor de Europese crisis die na het Deense referendum is ontstaan. Alsof de beperkte bevoegdheden van het Straatsburgse circus aan de alom geconstateerde groeiende scepsis over het Verenigde Europa ten grondslag liggen. Als de Europarlementariërs al enige betekenis hebben voor het huidige Europa-debat, is dat slechts een negatieve. Zij mogen dan wel klagen over het "democratisch deficit', de meeste burgers klagen toch vooral over het "financieel residu' dat Europarlementariërs voor zichzelf weten te creëren. Dat laatste mag dan wel negatieve beeldvorming zijn, maar als dat beeld er is dan is het er en dan rest een politicus slechts één ding: werken aan dat beeld.

Brinkman, Wöltgens, Bolkestein en Van Mierlo naar Straatsburg, het zou ongetwijfeld aan het begrip voor Europa kunnen bijdragen. Het absorbtievermogen van de burger is nu eenmaal beperkt, zeker als het om politiek gaat. De lijnen moeten daarom kort zijn. De Nederlandse ministerraad is nog wel enigszins te bevatten, maar de Europese raad van ministers is dat nog nauwelijks. Wat er op de Europese top in Lissabon besloten wordt, moet de Nederlander dan ook niet via de Portugese premier Da Silva verteld worden maar via premier Lubbers. Dat geldt ook voor het Europees Parlement. De overbelaste burger die alleen maar met meer bestuurslagen te maken krijgt in plaats van minder, kan misschien nog enige belangstelling voor het Europees Parlement en daarmee voor Europa opbrengen als daar vertrouwde nationale politici zitten. Natuurlijk hebben de critici gelijk die zeggen dat het om twee totaal verschillende parlementen gaat. Maar vooralsnog is dat een academische kwestie. Pas als het Europees Parlement bevoegdheden zou hebben die zijn te vergelijken met bijvoorbeeld die van de Tweede Kamer zou dat kunnen gaan wringen. Maar om die bevoegdheden te verwerven zal het Europees parlement allereerst het vertrouwen bij de kiezer moeten zien te verkrijgen. Dat kan niet zonder de steun van nationale politici zoals ook tijdens verkiezingscampagnes voor het Europees parlement blijkt. Waarom dan niet één stap verder en een aantal van die coryfeeën naar Straatsburg afgevaardigd?

Hoe heilzaam zou Europese parlementaire ervaring ook niet kunnen zijn voor het debat in het nationale parlement. De eerste winst is dat de Tweede Kamer dan wel minder moèt vergaderen. Ten tweede heeft een aantal Kamerleden dan net als de ministers een rechtstreekse band met Europa. Het zou uitermate verfrissend kunnen zijn voor de oordeelsvorming en het debat iets meer kunnen tillen boven het niveau dimlicht overdag. Zij die tevens het debat in Europa voeren, worden nog meer politici van de grote lijnen. Daarmee is tevens het grootste obstakel van het dubbel mandaat geschetst. Ons mierparlement wil helemaal geen grote lijnen en onze Europarlementariërs willen helemaal geen nationale detailkluivers om zich heen hebben. Het Nederlandse pacificatiemodel schrijft in dat geval voor dat er niets dient te gebeuren en zo zal het dan ook wel gaan.