Bevoorrading per motorfiets

ROTTERDAM, 2 JULI. Hoeveel Nederlandse vrachtwagens precies vastzitten in Frankrijk en waar, dat overzicht heeft nog niemand. Maar dat het om enkele honderden gaat staat wel vast. “We worden gek gebeld”, zegt Joan de Boer van NOB Wegtransport. Alleen al vlak over de Belgisch-Franse grens bij Lille staan een stuk of veertig wagens, zo werd bij de vervoerdersorganisatie gemeld.

De EVO, de andere organisatie van transporteurs, kreeg gisteravond bericht van een chauffeur die zeven kilometer had gelopen om een telefooncel te bereiken. Enkele transporteurs zoeken creatieve oplossingen om in contact te komen met hun mannen op de weg. Ze sturen bijvoorbeeld iemand op een motor erop uit om geld, levensmiddelen en vervangende chauffeurs naar de wagens te brengen.

Het transportbedrijf A. Wesseling uit Aalsmeer heeft vijf wagens vastzitten, drie op de heenweg en twee op de terugweg. Er is regelmatig telefonisch contact met de chauffeurs, die langzaam aan door hun voedselvoorraad heen raken. Het bedrijf probeert met een personenauto voedsel en verse chauffeurs aan te voeren, maar tot nog toe is men nog niet om de blokkades heen gekomen. Wesseling schat de produktschade op 250.000 à 300.000 gulden: “Onze afnemers zullen die ladingen wel niet meer willen hebben”. Wesseling vervoert snijbloemen, groenten en fruit.

Heijnen in Roosendaal heeft veertig à vijftig wagens vastzitten. Het bedrijf vervoert geen bederfelijke waar. Daar staan heel andere problemen tegenover. Het bevoorraadt bijvoorbeeld dagelijks fabrieken in Frankrijk. Als die enkele dagen geen aanvoer krijgen, stokt hun produktie. Ook heeft het bedrijf niet genoeg wagens meer beschikbaar om in Nederland ladingen op te halen. “Alleen de kosten van het stil staan bedragen al een paar ton”, schat H. Vos van Heijnen. “Daar komt dan nog de omzetderving bij.” Een vrachtwagen die vast staat kost de transporteur zo'n 1.500 gulden per dag, volgens de NOB. De EVO, houdt het op circa 1.000 gulden. Dat loopt echter op tot een veelvoud wanneer de lading aan bederf onderhevig is.

Voedingsmiddelen, levend vee en bloemen en planten zijn de belangrijkste produkten die naar Frankrijk worden geëxporteerd. Het zijn ook typisch produkten die over de weg worden vervoerd. Een vrachtwagen met levende varkens die maandag vast zat is inmiddels wel op zijn bestemming aangekomen, maar menig varken heeft de tocht niet overleefd. Om te voorkomen dat een gekoelde lading bederft laten chauffeurs hun motor draaien. De koeling kan dan aan blijven. Hoeveel brandstof een wagen in de tank heeft hangt af van de plaats waar hij staat. Op een volle tank kan de koeling wel een dag of vier draaien. Op de terugweg wordt veelal in Luxemburg getankt, omdat de diesel daar goedkoop is. Wie op de terugweg bij Parijs vastloopt, heeft dus niet veel meer. Bovendien is op verscheidene plaatsen inmiddels sprake van schaarste aan dieselolie. Bij de NOB is gemeld dat dit probleem zich in elk geval bij Marseille voordoet. Is de olie op, dan valt de koeling uit en is bederf bij deze temperaturen een kwestie van uren.