Rus bepleit prestatieloon onderwijs

ZOETERMEER, 1 JULI. “Het centralisme in jullie onderwijsstelsel is sterk en wordt met al die fusies van scholen nog sterker”, zegt de Russische onderwijs-expert Valery S. Lazarev. “Dat is een gevaarlijke ontwikkeling.”

Lazarev kan het weten, niet alleen als burger van de voormalige Sovjet-Unie, maar ook als kenner van tal van onderwijssystemen in binnen- en buitenland. De afgelopen tien dagen bezocht de systeemanalist en adviseur van de Russische minister van onderwijs Dneprov samen met twintig andere Russische onderwijsdeskundigen tal van Nederlandse onderwijsinstellingen. Gisteren meldden ze in Zoetermeer, “het Kremlin van het Nederlandse onderwijs” zoals een van hen grapte, hun bevindingen.

Natuurlijk hebben Lazarev en de anderen de afgelopen dagen vaak gehoord dat de fusies juist voor grote, sterke scholen moeten zorgen, die meer op eigen benen kunnen staan, waardoor de bevaderende rol van het ministerie in Zoetermeer kleiner kan worden. De Russen geloven er maar weinig van. “Jullie vergissen je als jullie denken dat schaalvergroting leidt tot zelfstandiger en betere scholen”, zegt Lazarev. “Integendeel, wij hebben om dezelfde reden als jullie nu - wegens bezuinigingen - lange tijd heel grote scholen gehad, van 2000 leerlingen en meer. Die scholen waren niet sterk maar juist kwetsbaar. Door hun grootte hoefden ze niet meer met andere scholen te concurreren om de leerlingen. Daardoor ontbrak iedere noodzaak om aan verbetering van onderwijs te doen. Verder bleek uit psychologisch onderzoek dat ze vaak minder goed in staat waren leraren te motiveren en legden ze door hun anonieme sfeer een druk op kinderen. Ook waren ze slechter bestuurbaar. Dat garandeerde hun afhankelijkheid van het centralistisch bestuur.”

Fusies dienen dan ook vaker het belang van de centrale macht dan van het onderwijs zelf, waarschuwt Lazarev. Een geringer aantal grote scholen valt gemakkelijker met een kleiner ministerie te beheersen. Niet autonomie-vergroting en verbetering van het onderwijs zijn de motieven achter de schaalvergroting, oppert Lazarev, maar het mogelijk maken van afslanking van de centrale overheid. De Zoetermeerse ambtenaren die daarbij overtollig raken, kunnen gemakkelijk in een van de vele koepelorganisaties terecht, voegt hij er tijdens de evaluatie-bijeenkomst cynisch aan toe. “Die zouden de scholen voor de centraliserende invloed moeten behoeden en een stimulerende rol moeten vervullen bij de vernieuwing van de scholen, maar dat doen ze niet. Daarvoor hebben ze veel te weinig vrijheid. In feite zijn het verlengstukken van het ministerie.”

Nee, als het Ritzen werkelijk menens was met de verbetering van het onderwijs, zoals hij steeds zegt, begon hij morgen niet met een nieuwe, zoveelste fusieronde, maar met het invoeren van prestatiebeloning, meent Lazarev. “We waren op een grote school in Den Haag, het Johan de Witt-college. Daar vroegen we een wiskundeleraar of hij er financieel beter van werd als hij zijn leerlingen dingen beter uitlegde, zodat ze het sneller snapten of moderne onderwijstechnologie als computers bij zijn lessen betrok. Hij zei van niet. Welke uitdaging heeft hij dan nog om zijn lessen te verbeteren?”

Asssocieerde onderwijzend Nederland vroeger dergelijke geluiden met het Amerikaanse Westen, tegenwoordig komen ze, zo mogelijk nog schriller, van dichterbij uit het Russische Oosten. “Bij de verbetering van ons onderwijs speelt invoering van een of andere vorm van prestatie-beloning een centrale rol”, zegt Lazarev. “Belangrijk hulpmiddel daarvoor is Amerikaans materiaal, waarmee je kennis en vaardigheden van leraren kunt testen en op vier niveaus kunt indelen om daaraan je salarisschalen te koppelen. Dat testmateriaal heb ik hier niet gezien.”