Politieke wetenschap

Belastingvereenvoudiging is van de politieke agenda afgevoerd. De voorstellen van de Commissie Stevens voor een simpeler belastingstelsel met lagere tarieven zijn, ondanks de sympathie van het kabinet ervoor, gestrand op een negatief oordeel van de Sociaal-Economische Raad.

Ook fiscale stroomlijning op Europees niveau heeft schipbreuk geleden. De plannen van de Commissie Ruding verdwijnen in een Brusselse bureaulade. Ruding moest een aanzet geven tot de harmonisatie van de bedrijfsbelastingen in de Gemeenschap. De Europese Commissie vindt dit evenwel niet het juiste moment om in te grijpen in zoiets gevoeligs als nationale belastingstelsels.

Dat laat ons achter met een Nederlands stelsel dat op enkele punten problemen geeft. Zo wordt de eigenaar van een Besloten Vennootschap (BV) voor een winst van 400.000 gulden door verscheidene elkaar overlappende belastingen getroffen. Hij ziet daardoor 250.000 gulden naar de fiscus verdwijnen. Gaat hij in België wonen en blijft zijn BV in Nederland, dan hoeft hij de helft minder aan belastingen (Nederlandse en Belgische) te betalen.

Voor het nijpende probleem van de fiscale emigratie heeft de Tilburgse hoogleraar dr. P.H.J. Essers onlangs tijdens zijn inaugurele rede een oplossing aangedragen. Essers wil een aparte belasting op ondernemingswinsten. Die moet zowel voor rechtspersonen als voor eenmanszaken gelden, met een tarief van 35 procent. Mensen met een eenmanszaak of grootaandeelhouders zouden die belasting mogen verrekenen met de inkomstenbelasting die zij in privé moeten betalen. Dat is nu anders. Een bedrijfswinst wordt eerst bij een BV belast en daarna als ontvangen dividend nog eens bij de aandeelhouder. De nieuwe opzet neemt een belangrijke prikkel tot fiscale emigratie weg. Verder bepleit Essers onder meer de afschaffing van de vermogensbelasting voor grootaandeelhouders.

De ideeën van Essers zijn een variant op eerdere wetenschappelijke gedachten die wegens gebrek aan "politieke haalbaarheid' in de praktijk niet aansloegen. Essers is zich dat bewust. “Geen enkele wetenschapper mag zich tegenwoordig meer onttrekken aan de vraag hoe zijn voorstellen moeten worden gefinancierd”, zegt hij stoer.

Met deze stellige uitspraak begeeft hij zich op glad ijs. Moet de rechtswetenschap zich niet veeleer onttrekken aan de dictatuur van de financiële dekking, waar de politiek niet omheen kan? Wat we hier door Essers tot norm verheven zien, is de op politieke maat toegesneden wetenschap. De woorden van prof. Essers zijn de doodsteek voor de meer fundamentele rechtswetenschap; ze dwingen tot oppervlakkige beschouwingen van deelgebieden. Als invalshoek dringen zich de praktische noden van alledag op.

Prof. Essers is voor een deel van de week zelf een fiscale praktijkman bij het advieskantoor Coopers & Lybrand. Ook de meeste andere fiscale hoogleraren floreren bij een dergelijke lucratieve combinatie van werkzaamheden die wordt geprezen als een waardevolle kruisbestuiving tussen praktijk en wetenschap. Voor een praktijkman is het dodelijk als zijn gedachten het stempel "onuitvoerbaar' meekrijgen. Een wetenschapper hoeft zich daar niets van aan te trekken. Het staat nergens voorgeschreven dat hij zijn denkbeelden pas mag ventileren als hij er een financieringsplan bijlevert. Als zijn visies inspireren, kunnen anderen ze omzetten in praktisch haalbare voorstellen.

Dat kan gebeuren op de wetgevingsafdelingen van de ministeries. Men kan er ook een semi-politieke commissie aan laten werken, zoals de belastingcommissies Grapperhaus (verlichting administratieve lasten bedrijfsleven), Oort en Stevens (beide belastingvereenvoudiging). Zulke commissies hebben een strikt afgebakende taakopdracht, een politiek geïnspireerde samenstelling en een zeer korte werktijd die geen gelegenheid laat tot wetenschappelijke uitweidingen. Het eindrapport is al door een politieke voorwas geweest en gelardeerd met de "koopkrachtplaatjes' die in de politiek zo belangrijk zijn. De politiek kan goed met zulke rapporten overweg, als is het eindresultaat doorgaans onbevredigend voor de commissieleden.

Terug naar prof. Essers. Die geeft een heel boeiende visie op een mogelijke ondernemingswinstbelasting. Hij slaagt er evenwel niet in te voldoen aan zijn eigen norm om de financiering ervan duidelijk te maken. Zijn becijfering van enkele aftrekposten die als budgettaire dekking aan het plan kunnen worden geofferd, overtuigt wetenschappelijk noch politiek.

Dat Essers meer wilde bereiken dan vanuit wetenschappelijk oogpunt nodig is, is verklaarbaar. Het ontbreekt ons namelijk aan een verbindend niveau waar puur wetenschappelijke visies worden omgezet in politiek hanteerbare voorstellen. Dat valt buiten het taakgebied van de wetenschap en ook van dat van de politici. Het is evenmin zonder meer een overheidstaak. Hier ligt een functie voor bijvoorbeeld een wetenschappelijk bureau van een politieke partij of voor een vereniging van inspecteurs of van adviseurs. Er blijkt evenwel nauwelijks belangstelling te zijn voor het vervullen van die verbindingsrol. Dat gemis is duidelijk voelbaar. Het leidt tot verbitterde wetenschappers die vinden dat "Den Haag' te weinig met hun plannen doet en tot ontevreden politici die menen dat ze met de voorstellen niet uit de voeten kunnen.