Organen sociale zekerheid gaan samenwerken

DEN HAAG, 1 JULI. Organisaties in de sociale zekerheid hebben dezer dagen ingrijpende besluiten genomen om tot verregaande samenwerking te komen. Zij doen dat juist op een moment dat de oppositie in de Tweede Kamer voorstelt een aantal van deze uitvoeringsorganisaties op te heffen.

Het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK), waaraan 13 van de 19 bedrijfsverenigingen hun werkzaamheden hebben gedelegeerd, en de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) hebben vanmiddag een akkoord tot integratie van beide organisaties gesloten. Het personeel van de GMD treedt met onmiddellijke ingang in dienst van het GAK. Het GAK voert namens de betrokken bedrijfsverenigingen onder meer de Ziektewet uit, terwijl de GMD, destijds opgericht bij de invoering van de WAO, beoordeelt of en in hoeverre een werknemer arbeidsongeschikt is.

De Federatie van Bedrijfsverenigingen (FBV) en het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA) hebben gisteren besloten te streven naar regionale samenwerking waarbij werkzoekenden zoveel mogelijk bij één loket terecht kunnen. In drie of vier regio's zal daarmee volgend jaar worden geëxperimenteerd. De bedrijfsverenigingen - bestuurd door werkgevers- en werknemersorganisaties - gaan onder meer over de uitvoering van de werkloosheidswet, terwijl het CBA de overkoepelende organisatie is voor de regionale arbeidsbureaus waar werkzoekenden voor een baan staan ingeschreven.

Het plan van VVD, D66 en Groen Links voorziet eveneens in het zoveel mogelijk achter één loket samenbundelen van de sociale zekerheid. Maar deze drie oppositiepartijen willen nieuwe, onafhankelijke organisaties oprichten waarbij de rol van vakbonden en werkgevers drastisch wordt teruggedrongen. Bedrijfsverenigingen, GAK en GMD moeten volgens de oppositie worden opgeheven. Dat voornemen riep onmiddellijk negatieve reacties bij werkgevers- en werknemersorganisaties. De FBV is voor regionale samenwerking, maar gelooft niet in een organisatie die “als een dictaat van bovenaf” wordt opgelegd, zei secretaris H. Plompen vanochtend. Hij vindt dat de bedrijfstak en dus de bedrijfsvereniging verantwoordelijk moet blijven voor de uitvoering van de sociale zekerheid, gezien de nauwe relatie daarvan met het arbeidsvoorwaardenbeleid.

VNO en NCW menen dat de oppositiepartijen respectievelijk worden gedreven door een gezamenlijke afkeer van het huidige kabinet en door een antipathie tegen de sociale partners. NCW-bestuurder N.J. van Kesteren noemt het plan “principieel verkeerd”. Net als het VNO wijst het NCW op de samenhang tussen arbeidsvoorwaarden die per CAO worden vastgesteld en de sociale zekerheid.

De vakcentrale CNV vindt het oppositieplan een “fata morgana”. Het CNV wijst erop dat de bedrijfsverenigingen in snel tempo beleid ontwikkelen om werkloosheid, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid te beperken. Als werkgevers en werknemers daarvoor de verantwoordelijkheid kwijtraken aan “een instituut”, zoals VVD, D66 en Groen Links willen, leidt dat tot afwenteling van de risico's, aldus het CNV.

In de politiek ondervindt het plan van de oppositie enige sympathie bij de PvdA, in het bijzonder het streven naar één loket en zoveel mogelijk onafhankelijk toezicht. Op lange termijn kunnen ook de bedrijfsverenigingen worden samengevoegd, meent de PvdA-fractie. Maar zij mist in het oppositieplan argumenten waarom de sociale partners de verantwoordelijkheid voor de uitvoering zouden moeten kwijtraken. Het CDA is negatiever in zijn afwijzing. Kamerlid Biesheuvel meent dat de oppositie de schuld van feilen in de sociale zekerheid veel te veel bij de sociale partners en de uitvoeringsorganen legt en veel te weinig kijkt naar de ingewikkelde wetgeving.