Oostenrijk is geen ongewoon land

Oostenrijk is niet overal even populair. Vooral sinds de discussie over het oorlogsverleden van de in juli aftredende bondspresident Kurt Waldheim wordt Oostenrijk vaak voorgesteld als een onverbeterlijk nazi-nest, waar men niets heeft geleerd, het nazi-verleden niet heeft verwerkt en waar een "neo-nazistische' sfeer zou hangen. Dat het Oostenrijkse volk in 1986 de "oorlogsmisdadiger' Waldheim ondanks alle internationale commotie tot staatshoofd koos, wordt dan vaak als bewijs voor deze visie aangevoerd, evenals het bestaan van neo-nazistische commando's en de vaak vergoelijkende uitspraken over het Derde Rijk van een der politieke leiders: de liberale fractievoorzitter Jörg Haider.

Voor mij liggen voorbeelden uit drie landen van deze afkeer van Oostenrijk. Ten eerste een bericht over het afzeggen van een leerlingenuitwisseling tussen het atheneum van het Hageveld College in Heemstede en het gymnasium van het Benediktijnerklooster in Lambach in Opper-Oostenrijk. December vorig jaar zegde het Hageveld College af omdat Adolf Hitler leerling zou zijn geweest van de kloosterschool in Lambach, omdat er nazistische activiteiten in die omgeving zouden zijn gesignaleerd en omdat de Oostenrijkse binnenlandse politiek door verontrustende rechts-radicale tendensen zou worden gekenmerkt. (Terzijde: Hitler zat op de openbare lagere school in Lambach; er was toen geen school in het klooster. Dit werd overigens later door de nazi's in beslag genomen).

In dit patroon van contact vermijden met de "onverbeterlijke' Oostenrijkers past een column in het Algemeen Dagblad van 17 december jongstleden van Ariane Amsberg. Zij roept haar lezers op zich tweemaal te bedenken voor zij in Oostenrijk vakantie gaan houden, omdat in dat land nazi-propagandisten, “profiterend van het collectieve zwijgen van de Oostenrijkse gemeenschap” onder schoolkinderen met videospelletjes van jodenvernietigingsteneur “felle haat jegens joden, zowel als verbeten nationalistische gevoelens” kweken. Zij beschrijft dan als nieuwste rage onder de jeugd in Oostenrijk de videospelletjes "Hitler-dictator', "Sieg Heil', "Ariër of Jood', waarbij men kan winnen door joden te martelen of te vergassen. “Met medeplichtigheid van ouders en plaatselijke autoriteiten circuleren deze wettelijk verboden videospelletjes onder de Oostenrijkse minderjarigen”, aldus mevrouw Amsberg. (Dat deze spelletjes, die naar men zegt van Amerikaanse makelij zijn, in Oostenrijk zijn gesignaleerd is overigens juist. De Oostenrijkse radio wijdde er een reportage aan. Mij is het alleen nog niet gelukt Oostenrijkse ouders of scholieren te vinden die de videospelletjes ooit hebben gezien. In Wenen noch in de provincie).

Waar haalde Ariane Amsberg de informatie vandaan dat de wettelijk verboden spelletjes oogluikend worden toegestaan? Ik denk van de Franse televisie. Daarvoor heeft Patrice Dutertre een documentaire over de nazi-video's in Oostenrijk gemaakt, waarin wordt beweerd dat 32 procent van de kinderen ermee speelt en dat het de politie niets kan schelen. Dit komt allemaal, aldus deze "kenner van Oostenrijk' in een interview, omdat “Oostenrijk een rechtse regering heeft, een regering van Waldheim, die zelf een Wehrmacht-officier was, beschuldigd van oorlogsmisdaden in Joegoslavië. Met andere woorden, alle kaders van politie en politici bestaan uit mensen die het bijna normaal vinden dat zulke video's bestaan.”

Om even de puntjes op de i te zetten: Waldheim is het staatshoofd van Oostenrijk. De regering wordt geleid door de sociaal-democraat Vranitzky. De minister van onderwijs, de sociaal-democratische antifascist Rudolf Scholten, die zich steeds beijvert voor grondige en historisch verantwoorde behandeling van de nazi-gruwelen op de scholen, werd door het Franse televisieteam wel geïnterviewd, maar zijn krachtige veroordeling van enige vorm van oogluikend toelaten van de nazi-video's op de scholen werd door de Franse televisie niet uitgezonden.

Dat Oostenrijk in Israel van huis uit geen goede naam heeft, valt te begrijpen. Van de grote nazi-moordenaars was een onevenredig hoog percentage uit Oostenrijk afkomstig. Ten eerste Eichmann (al was hij in Duitsland geboren), maar ook Seyss-Inquart, Kaltenbrunner, de commandant van Treblinka: Stangl, de commandanten van Theresiënstadt Burger en Seidl, de Gauleiter in Wenen Globocnik, later actief in Treblinka en Sobibor, en nog vele anderen.

Maar dit lijkt geen goede reden om het Weense Burgtheater, dat onder leiding van de Duitser Claus Peymann juist een niets verhullende omgang met het nazi-verleden probeert te bevorderen, als typisch Oostenrijkse ondemocratische instelling aan te vallen. Dat is dit voorjaar in artikelen in The Jerusalem Post en de Israel Nachrichten gedaan in bewoordingen die duidelijk maken dat Oostenrijk voor hen een hopeloos geval blijft, ook al brengt het Thomas Bernards "Heldenplatz' op de planken en onthult het een monument in het hartje van de stad ter herdenking van de slachtoffers van het nationaal-socialisme, waarin een joods slachtoffer de centrale figuur is.

In Oostenrijk een hopeloos geval? Het is waar dat het lang heeft geduurd voordat de politieke leiding van dit land de mede-verantwoordelijkheid van vele Oostenrijkers aan de nazi-misdaden nadrukkelijk heeft erkend. Pas vorig jaar deed kanselier Vranitzky dat in het parlement. Het is niet te loochenen dat Oostenrijk aan Wiedergutmachung tegenover nazi-slachtoffers weinig heeft gedaan. Het is waar dat een flink aantal nazi's na 1945 weer prominente posities in de samenleving heeft kunnen bereiken.

Maar kan het Oostenrijk van 1992 nog altijd beschreven worden als bruin, is het nog steeds een ongewoon land, zoals hier en daar wordt gesuggereerd? Zeker niet. Er zijn neo-nazi's, maar zij verdwijnen al evenzeer in de gevangenis als in andere Westerse democratieën. Sommige politici geven onthutsende rechts-radicale opvattingen ten beste, maar er is in Oostenrijk geen neo-fascistische partij, zoals in Italië, geen Le Pen, geen Schönhuber. Een Centrumpartij is in het parlement niet te vinden. De zo omstreden Freiheitlichte Partei Österreich van Jörg Haider is eerder te vergelijken met de Christelijk Sociale Unie (CSU) in Beieren van wijlen Franz Josef Strauss dan met bovengenoemde verschijnselen.

In de World Human Rights Guide, gepubliceerd door The Economist, staat Oostenrijk met zijn mensenrechtenpraktijk op de derde plaats naast landen als België, Canada en Nieuw-Zeeland. Dat is hoger dan Zwitserland, Frankrijk en Groot-Brittannië en aanzienlijk hoger dan de Verenigde Staten, Italië en Spanje. De veertig criteria waarmee deze Guide werkt, zijn ontleend aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de verdragen over economische, sociale, culturele, burger- en politieke rechten van de Verenigde Naties.

Hiermee wil ik natuurlijk niet beweren dat met het Oostenrijk van 1992 de ideale samenleving op aarde is verwezenlijkt. Er zijn dingen waarop veel is aan te merken. Het nazi-verleden mag sinds de rel rondom Waldheim in 1986 en de daaropvolgende herdenking van de Anschluss in 1988 onderwerp van heel wat onderzoek en openhartige discussie zijn geweest, er wordt vaak ook nog vergoelijkt en onder de mat geveegd. (Net als in Frankrijk bijvoorbeeld, waar pas nu, 47 jaar na het einde van de oorlog, de antisemitische misdaden van het Vichy-regime aan de kaak worden gesteld.)

Het politieke bestel in Oostenrijk is vaak ondoorzichtig en klef. De twee grote politieke partijen, de sociaal-democratische SPÖ en de katholieke ÖVP, waren na 1945 tot verzoening en samenwerking "veroordeeld' (de tegenstelling tussen rood en zwart had in 1934 tot de burgeroorlog geleid die het austro-fascisme mogelijk maakte). Hierdoor ontstond een "Proporz-systeem', een "baantjes-naar-elkaar-toe-schuiverij', die het prestige van de politiek en vooral van de grote politieke partijen sterk heeft ondermijnd. Een herdemocratisering van het politieke bestel, zoals ook in Italië, Duitsland en de Verenigde Staten wordt bepleit, is in Oostenrijk dan ook hard nodig.

Maar dergelijke problemen maken Oostenrijk niet tot een ongewoon land. Ook de vrees voor een golf van Oosteuropese vluchtelingen is een in heel West-Europa verbreid verschijnsel. Op de oorlog in Bosnië-Herzegovina is in Oostenrijk zelfs buitengewoon hulpvaardig gereageerd. Er zijn nu veertigduizend vluchtelingen uit dat geteisterde land in Oostenrijk. Oproepen voor onderdak van Caritas en andere hulporganisaties hebben al de eerste dag meer dan duizend aanbiedingen opgeleverd. Honderden vrachtauto's met levensmiddelen en medicamenten zijn al naar het strijdtoneel vertrokken, gefinancierd uit particuliere giften.

Dit steekt gunstig af bij de rest van Europa. Duitsland, dat wel veel Kroatische vluchtelingen heeft opgenomen, zegt dat de maat nu vol is. Dat zei overigens ook ruim zeventig procent van de ondervraagden in Nederland volgens de enquête van het Sociaal en Cultureel Planbureau op de vraag of er nog meer buitenlanders in Nederland moeten worden toegelaten.

Oostenrijk 1992 is ook: een Weense Heldenplatz, gevuld met tienduizenden grotendeels jonge Oostenrijkers die zijn samengestroomd voor een demonstratie met popmuziek tegen buitenlanderhaat. Datum: woensdag 17 juni 1992. Op het kleine balkon, waarvandaan Adolf Hitler in 1938 een ander soort menigte meldde dat de Anschluss "voltrokken' was, stond nu een andere spreker: Elie Wiesel, overlevende van Auschwitz, drager van de Nobelprijs voor de vrede. Toegejuicht door zestigduizend mensen (aldus de schatting van de organisatoren) pleitte hij voor verzoening en het leren van morele waarden uit een eerlijke confrontatie met het verleden.