Nog slechts kwart van burgers is voor een shocktherapie; In Rusland dreigt een inflatiegolf

MOSKOU, 1 JULI. Exact op de dag dat de Russische roebel ten dele convertibel is geworden, dient zich in Rusland een nieuwe inflatiegolf aan. Volgens de Russische regering van waarnemend-premier Jegor Gaidar heeft het begrotingstekort over de maand mei alle records overtroffen. Alleen in mei al heeft het tekort de zestig miljard roebel overschreden, hetgeen volgens de sinds vandaag geldende koers neerkomt op 480 miljoen dollar. Het tekort over de eerste vijf maanden van dit jaar bedroeg 123 miljard roebel, bijna een miljard dollar.

De regering heeft daarop gereageerd met extra roebel-emissies. De hoeveelheid in omloop zijnde roebels neemt momenteel maandelijks met 83 procent toe. Verlaging van de belastingen, met name dit jaar ingevoerde BTW van 28 procent, is in de ogen van Gaidar daarom uit den boze. Maar de positie van de premier, architect van de economische hervorming, is de laatste weken steeds penibeler geworden. Zelfs president Boris Jeltsin, die hem tot nu toe steeds door dik en dun dekte, heeft gisteren tijdens een zitting van de ministerraad laten doorschemeren dat hij nog niet heeft besloten of hij Gaidar na de komende topconferentie van de G-7 in München als definitieve premier aan het parlement zal voordragen. Niet alleen in het parlement staat Gaidar namelijk aan hevige kritiek bloot, volgens opiniepeilingen is zijn populariteit ook onder de bevolking de afgelopen maanden scherp gedaald. Nog slechts een kwart van de burgers zou zijn "shocktherapie' ondersteunen.

De regering presenteerde juist gisteren een nieuw economisch programma. Volgens dit stuk zal de economie van Rusland zich pas volgend jaar enigszins herstellen van de diepe crisis. En de inflatie, die de fundamenten van de volkshuishouding thans dreigt weg te spoelen, zal niet eerder dan in 1993 kunnen worden teruggebracht tot drie procent per maand. Thans is het percentage volgens de officiële cijfers 27 procent per maand en volgens officieuze berekeningen meer dan tachtig procent. De industriële produktie zal volgens het programma tegen die tijd slechts met vijf procent dalen, tegen ruim vijftien procent nu. Pas in 1994 zal de produktiegroei weer het nulpunt hebben bereikt, aldus de prognose. De regering hoopt dat tegen die tijd ook de buitenlandse investeringen, die het afgelopen half jaar tot stilstand zijn gekomen, weer zullen aantrekken.

In 269 pagina's tellend regeringsprogramma “ter verdieping van de economie” worden echter nauwelijks maatregelen op korte termijn voorgesteld. Het rapport heeft het karakter van een drie-jarenplan. In het document worden slechts globale hoofdlijnen uitgewerkt. Zo moet in 1995 veertig tot vijftig procent van de Russische industrie zijn geprivatiseerd. Daarmee zal pas in 1994 een begin worden gemaakt. Ook de landhervorming is nog in het ongewisse. Volgens enkele betrokken ministers zal Jeltsin deze cruciale kwestie via een decreet proberen op te lossen, om te voorkomen dat het parlement een drastische herverdeling van het grondbezit zou kunnen blokkeren.

De belangrijkste stap naar een markteconomie die wel doorgang moet vinden, is de convertibilisatie van de roebel. Vandaag is daarmee begonnen door het besluit van de Staatsbank om voortaan nog slechts één koers te hanteren. Tot nu toe bestonden er twee koersen: een fluctuerende toeristische koers en een twee keer zo dure "commerciële koers'. Tegen die laatste koers van 55 roebel op één dollar moesten de binnen- en buitenlandse bedrijven tot nu toe hun dollars aan de Staatsbank verkopen. Veel ondernemingen ontdoken die verplichting omdat een dollar bij commerciële banken ongeveer 130 roebel opbracht en op de zwarte markt de laatste weken zelfs meer dan 140 roebel.

Het kapitaalverkeer blijft weliswaar gereguleerd. Maar volgens de nieuwe richtlijnen moeten de Russische bedrijven nu nog slechts dertig procent van hun dollar-inkomsten aan de nationale bank af te dragen tegen een koers van één op 125,26, een koers die anderhalf keer zo laag als de Staatsbank drie maanden geleden nog hoopte te realiseren. De helft van hun dollars mogen de bedrijven houden. De resterende twintig procent moeten ze aan een officieel geregistreerde bank verkopen tegen de vigerende marktkoers. Ondernemingen die voor meer dan een derde in bezit zijn van buitenlandse investeerders dienen ook de helft van hun dollar-inkomsten om te wisselen, zij het dat deze bedrijven niet aan de Staatsbank hoeven te verkopen maar alles bij een commerciële bank mogen wisselen. De vijftig procent "harde valuta' die bedrijven conform de nieuwe bepalingen kunnen houden, mag overigens nog steeds niet vrijelijk worden aangewend. Elke onderneming is verplicht dit deel van haar dollarinkomsten onder te brengen bij een bank die van de Staatsbank een licentie heeft gekregen om "valutarekeningen' te openen.