Investeringen raffinaderijen onzeker

DEN HAAG, 1 JULI. Het is volstrekt onzeker of de Westeuropese oliemaatschappijen de komende jaren voldoende investeringen zullen doen om hun raffinaderijen zodanig aan te passen dat ze kunnen voldoen aan de nieuwe, strengere milieunormen van de Europese Gemeenschap. Daarvoor zijn de marktvooruitzichten voor de afzet van schonere en duurdere brandstoffen te onzeker.

Dit bleek gisteren op een symposium in Den Haag, georganiseerd door het ministerie van VROM (milieuhygiëne). Volgens een studie van het ingenieursbureau Arthur D. Little die gisteren werd gepresenteerd, moet tot het jaar 2000 in totaal 20 miljard dollar worden geïnvesteerd in de Westeuropese raffinaderijen om te voldoen aan de drastische verlaging van het zwavelgehalte in rookgassen en geproduceerde brandstoffen die de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, zich voorstelt. In 1993 worden de desbetreffende richtlijnen van de Europese Commissie en van de Ministerraad verwacht.

Volgens Arthur D. Little is het technisch mogelijk de zwavelemissies tegen de euwwisseling met 70 procent te verminderen. Maar voor de helft van de benodigde investeringen verwacht het bureau geen of nauwelijks rendement, reden waarom aandeelhouders zich terughoudend zullen opstellen.

Nederland nam in 1988 het initiatief voor een Europese aanpak om de zwavelemissies fors te verlagen en kreeg daarvoor in 1990 steun van de Franse regering die een memorandum indiende bij de Europese raad van milieuministers. Daaruit vloeide de opdracht voor een diepgaand onderzoek voort. De studie van Arthur D. Little heeft 1 miljoen gulden gekost, waarvan het leeuwedeel is betaald door Nederland en de Europese Gemeenschap.