Holland Festival sluit af met lyrische eenakters van Stravinsky en Tjaikovski; Een opera buffa met brutale syncopes

Concert: Residentie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Vassily Sinaisky m.m.v. solisten: Araxia Davtian, Sergei Yakovlev, Tamara Sinavskaya, Elena Rubin, Mikhail Kit, Valery Alexeev, Gegam Grigorian, James Doing, Oleg Malikov, Jan Alofs, Birgit Remmert, Ellen van Haaren. Programma: opera Mavra van Stravinsky en Jolanthe van Tsjaikovski. Gehoord: 30/6 Grote Zaal, Concertgebouw te Amsterdam.

Stravinsky beschouwde zijn eerste opera Mavra (1922, revisie 1947) als een van de beste werken die hij ooit had geschreven. Tsjaikovski daarentegen vreesde dat zijn laatste opera Jolanthe (1892) niet veel meer voorstelde dan “een opgewarmde prak”. Ter afsluiting van het Holland Festival 1992 kregen beide eenakters gisteravond een concertante uitvoering in het Concertgebouw te Amsterdam, waarbij het publiek omgekeerd evenredig reageerde op deze "opvattingen' van Stravinsky en Tsjaikovski. Er kwam geen einde aan het daverende applaus en de uitbundige bravo's voor Jolanthe, terwijl Mavra werd afgedaan met een beleefd handgeklap.

Muzikaal gesproken behoort Stravinsky's Opera Buffa dan ook zeker niet tot de minste composities van de twintigste eeuw. Bij wijze van protest “tegen het pittoreske in de Russische muziek en tegen hen die maar niet willen inzien dat dit schilderachtige door heel kleine trucs wordt veroorzaakt,” zocht Stravinsky zijn toevlucht bij onder meer de jazz, de zigeunermuziek en Russische folklore. Elementen hieruit husselde hij met een grote soepelheid door elkaar, met als klinkend resultaat een vermakelijk allegaartje zonder diepgang. Op provocerende wijze deelde hij een hoofdrol toe aan de hout- en koperblazers, die zich brutaal uitleven in syncopes waar overheen de vier solisten met de moed der wanhoop belcanto-achtige aria's zingen. Stravinsky's Mavra is geïnspireerd op een gedicht van Poesjkin, waarin de sluwe Parasja weet te bewerkstelligen dat haar moeder een wel heel bijzonder dienstmeisje in huis haalt: Mavra, die in werkelijkheid Parasja's als vrouw verklede geliefde is. Maar wanneer Parasja's moeder het nieuwe dienstmeisje betrapt terwijl "zij' zich staat te scheren, komt er abrupt een einde aan de pret van de minnaars.

Na een onzekere inleiding door het Residentie Orkest zongen de Armeense sopraan Araxian Davtina, de uit Siberië afkomstige tenor Sergei Yakovlev en de Russische mezzosopraan Tamara Siniavskaya hun hoofdrollen met zulke schitterende stemmen, met zoveel gevoel voor humor en in zo'n natuurlijke en ongeremde expressiviteit dat Stravinsky's operaatje alsnog tot de verbeelding sprak. Ook de Russische zangeres Elena Rubin leverde in haar rol als buurvrouw een overtuigende bijdrage, terwijl de musici van het Residentie Orkest zich onder de bezielende leiding van dirigent Sinaisky gaandeweg wat meer op hun gemak begonnen te voelen.

Evenals Mavra behoort Tsjaikovski's Jolanthe tot de opera's die zelden of nooit worden uitgevoerd. Toch is deze uitgesproken lyrische eenakter van Tsjaikovski in muzikaal opzicht onbetwist een meesterwerk, maar door de statische handeling en de korte duur leent het stuk zich beter voor concertante uitvoeringen dan voor boeiende ensceneringen. Voor het libretto bewerkte Tsjaikovski's broer Modest Koning René's Dochter van Henrick Hertz, die zijn verhaal op zijn beurt aan een sprookje van Andersen ontleende: wanneer de lieftallige prinses Jolanthe zich bewust wordt van haar blindheid, een gebrek dat de koning altijd angstvallig voor zijn dochter verborgen heeft weten te houden, dreigt ze weg te kwijnen. Maar de dappere graaf Vaudémont brengt uitkomst. Aan zijn vurige verliefdheid ontleent Jolanthe de kracht om van haar blindheid te genezen.

Ook hier kwam het Residentie Orkest pas goed op dreef na een aarzelende introductie, maar daarna sprongen de vonken er vanaf. Alle solisten leverden buitengewone vocale en muzikale prestaties, maar het meeste applaus ging terecht naar de magistrale wijze waarop de bas Mikhail Kit zijn rol als koning invulde. Al even opmerkelijk vertolkte sopraan Araxia Davtian, tenor Gegam Grigorian en bariton Valery Alexeev hun rol als respectievelijk Jolanthe, graaf Vaudémont en Robert.

Een feestelijker afsluiting van het Holland Festival 1992 had men zich nauwelijks kunnen wensen.