Guerrilleros El Salvador voldoen aan vredesregeling VN; FMLN levert de wapens in; Partijen blijven elkaar "diepgaand wantrouwen'

MEXICO-STAD, 1 JULI. Met een vertraging van ruim twee maanden hebben gisteren op verschillende plaatsen in El Salvador de eerste 1.600 van in totaal ruim 8.000 voormalige guerrillastrijders van het Nationale Bevrijdingsfront Farabundo Marti (FMLN) hun wapens ingeleverd bij vertegenwoordigers van de Verenigde Naties. Volgens het vredesplan voor El Salvador zal tot november elke maand een groep voormalige FMLN-strijders hun wapens inleveren.

Op 16 januari van dit jaar werd in Mexico-Stad het vredesakkoord van Chapultepec getekend, dat een formeel einde maakte aan de twaalf jaar oude burgeroorlog in El Salvador, en op 1 februari kwam een staakt-het-vuren tot stand. Toch leek de uitwerking van de vredesregeling een half jaar lang op weinig uit te lopen. De regering van president Alfredo Cristiani en de guerrillabeweging beschuldigden elkaar de afgelopen maanden herhaaldelijk van schending van het akkoord. Secretaris-generaal Boutros Ghali van de Verenigde Naties sprak in een recent rapport over El Salvador van een “diepgaand wantrouwen” tussen de twee partijen.

Het FMLN besloot in april om de demobilisatie van het eerste contingent guerrilleros uit te stellen, omdat de regering geen haast leek te maken met de overeengekomen ontmanteling van de paramilitaire Nationale Garde en de beruchte Policia de Hacienda, een soort landwacht die nauwe banden met het leger onderhield. De in totaal 7.000 manschappen van beide organen worden verantwoordelijk gehouden voor veel van de wreedheden die het afgelopen decennium in El Salvador zijn gepleegd. Leden van de twee korpsen zouden de beruchte rechtse doodseskaders in El Salvador hebben gevormd.

Op haar beurt hield de regering vol dat het FMLN trachtte de beste wapens achter te houden, om ze in de toekomst te kunnen gebruiken. Het FMLN heeft in totaal 4.000 wapens opgegeven bij ONUSAL, de waarnemersmacht voor El Salvador van de VN. Begin deze week beschuldigde de Guatemalteekse minister van defensie generaal Jos Domingo Garcia Samayoa het FMLN ervan wapens door te willen sluizen naar de guerrillabeweging URNG, die in dit Middenamerikaanse buurland weliswaar ook over vrede onderhandelt, maar nog steeds gewapende acties uitvoert.

Nieuwe druk van het buitenland, met name de Verenigde Staten, was nodig om de beide partijen in het Salvadoraanse conflict te herinneren aan de in januari gemaakte afspraken. Pas nadat het Salvadoraanse leger vorige week voldeed aan de hergroepering van zijn 63.000 manschappen op 62 plaatsen in het land, leek het FMLN weer bereid zijn aandeel van de vredesafspraken na te komen. Het leger moet volgens het akkoord van Chapultepec de komende twee jaar met de helft worden ingekrompen. President Alfredo Cristiani heeft herhaaldelijk gezegd dat de regering zich aan deze afspraak zal houden. Begin deze week waarschuwde de plaatsvervangend chef van de generale staf, generaal Mauricio Vargas, echter dat geldgebrek de demobilistatie van zijn soldaten zal bemoeilijken. “Wij hebben al tienduizend van de 63.000 manschappen gedemobiliseerd, maar hen niet schadeloos kunnen stellen.”

Volgens een nieuw, door regering en guerrilla overeengekomen tijdschema zijn de 8.000 guerrilleros nu op vijftien plekken in het land verzameld, voorafgaand aan hun ontwapening. De wapens gaan in verzegelde containers en zullen in de laatste twee weken van oktober door de ONUSAL worden vernietigd. Tegen die tijd moeten alle voormalige verzetsstrijders zijn gedemobiliseerd en geïntegreerd in de civiele samenleving. Voormalige FMLN-strijders krijgen in ruil voor hun wapens en gevechtskleding speciale identificatiepapieren van ONUSAL waarmee ze in aanmerking kunnen komen voor bankleningen en opleidingen.

De guerrillabeweging FMLN zal worden omgevormd tot een officiële politieke partij die zal kunnen meedoen aan de verkiezingen van 1994. Voormalige guerrilleros mogen lid worden van een nieuw op te zetten politie-apparaat, nadat de Nationale Garde en de Policia de Hacienda vandaag worden ontbonden. Vorige week verklaarde de Nationale Assemblée van El Salvador de uit 1943 stammende instellingswet van de Nationale Garde en de uit 1933 stammende wet op de Policia de Hacienda ongeldig. In plaats van deze organen komt er nu een nieuwe Nationale Civiele Politie (PNC), die formeel geen banden onderhoudt met het leger. De PNC moet onder het ministerie van binnenlandse zaken en openbare veiligheid vallen.

De burgeroorlog in El Salvador heeft twaalf jaar geduurd en aan meer dan 80.000 mensen het leven gekost. In die periode heeft El Salvador herhaaldelijk voor schokkend wereldnieuws gezorgd met slachtingen onder de bevolking, verdwijningen en martelingen, de moord op geestelijken als aartbisschop Romero van San Salvador en op vier Amerikaanse nonnen. En ook de dood van buitenlandse journalisten in het geweld van de burgeroorlog, onder wie vijf Nederlanders.

De wederopbouw van de door het oorlogsgeweld zwaar getroffen economie wordt nu al bemoeilijkt door de voortgaande conflicten over hervorming van het grondbezit, twaalf jaar geleden een van de oorzaken voor de burgeroorlog. Bovendien hebben de vakbonden de regering gedreigd met een tweedaagse nationale staking in de loop van deze maand, indien de regering niet de bepalingen nakomt van de sociaal-economische paragraaf van de vredesakkoorden. Daarin is tevens geregeld hoe voormalige guerrillastrijders werk kunnen krijgen en bedrijfjes kunnen beginnen. De regering op haar beurt beschuldigt de bonden van "destabiliserende' praktijken die het land opnieuw in een chaos zullen doen belanden.