Economie herstelt zich licht volgens de centrale bank

ROTTERDAM, 1 JULI. De Nederlandse economie lijkt zich enigszins hersteld te hebben van de vertraging die zich in de loop van 1991 heeft voorgedaan. De groei van het bruto binnenlands produkt (BBP) was zelfs relatief hoog, de werkloosheid is verminderd en ook het aantal nieuwe banen is gestegen.

Dat schrijft de Nederlandsche Bank in haar vandaag verschenen eerste kwartaalbericht van 1992. Volgens de voorlopige gegevens was het Bruto Binnenlands Produkt (de som van alle vervaardigde produkten en geleverde diensten) naar volume gemeten ruim 1 procent hoger dan in het vierde kwartaal van 1991. Kwam de groei in de laatste drie maanden van 1991 ten opzichte van dezelfde periode in 1990 uit op 1,4 procent, in het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg het groeitempo ten opzichte van het eerste kwartaal van 1991 3,4 procent.

Ook na correctie voor incidentele factoren, waarvan het effect op het BBP wordt geschat op ongeveer 1,5 procent, zou de groei in het eerste kwartaal iets kunnen zijn versneld.

Internationaal gezien vertoont de conjunctuur nog steeds een aarzelend verloop, al worden hier en daar tekenen van een geleidelijk herstel zichtbaar. DNB ziet vooral herstel in de Verenigde Staten. De centrale bank waarschuwt echter dat de opleving nog zwak en onevenwichtig is. Dat blijkt uit de elkaar tegensprekende conjunctuurindicatoren. Vooral in Duitsland verloopt de groei onregelmatig.

In Nederland blijft de hoge inflatie een probleem, zo constateert de centrale bank. In de eerste vier maanden van dit jaar was de stijging van de prijsindex van de gezinsconsumptie ten opzichte van de overeenkomstige periode een jaar geleden weliswaar lager dan in het vierde kwartaal van 1991 (4,3 tegen 4,7 procent), maar na januari is de prijsstijging weer enigszins versneld. In april waren de prijzen 4,4 procent hoger dan in dezelfde maand verleden jaar.

Gemiddeld steeg de prijsindex in de twaalfmaandsperiode tot en met maart met bijna 4,2 procent. Daarmee scoort Nederland relatief slecht in Europa. De drie EG-landen met de laagste inflatie zaten 1,4 procentpunt onder de inflatie van Nederland. Nederland bevindt zich daarmee nog net binnen de hooguit toegestane marge van 1,5 procentpunt die het Verdrag van Maastricht hanteert als criterium voor toetreding tot de eindfase van de Europese Monetaire Unie (EMU).