Directies noodlijdende bedrijven doen hun beklag; Hoeveel macht hebben grootbanken?

ROTTERDAM, 1 JULI. Hoe ver reikt de macht van de grootbanken? Voormalig topman van het wankelende automatiseringsbedrijf HCS, E.P. van den Boogaard, heeft deze week geschetst hoe een bank als ABN Amro noodlijdende bedrijven en hun directies kan maken en breken.

Zijn klacht over de macht van de bank volgt op de klacht van het bestuur van medicijnengroothandel Medicopharma. Dat bestuur betichtte huisbankier ABN Amro ervan het bedrijf te hebben opgeofferd om de bedrijfstak te saneren, een bedrijfstak waarin de belangrijke bedrijven ABN Amro als huisbankier hebben.

De kwestie Medicopharma was voor ex-ABN Amro-topman mr.R.J.Nelissen reden om vlak voor zijn vertrek vorige maand de handschoen op te pakken. Volgens Nelissen is de bank vaak zelf ook slachtoffer van wankelende bedrijven. Veel bestuurders zouden de bank misleidende informatie verschaffen. Nelissen vindt dat de bank bank machteloos tegen klagende bestuurders, omdat anders de privacy van bankcliënten in gevaar zou komen.

Vanochtend bleek die machteloosheid van ABN Amro. Op de klachten van Vanden Boogaard wilde de bank niet reageren. Volgens Van den Boogaard, die reageerde bij monde van zijn advocaat mr.J.F. van Vlijmen van Caron & Stevens, heeft ABN Amro op 30 juli 1991 de facto de macht bij HCS overgenomen. HCS heeft toen met ABN Amro een overeenkomst getekend waarin stond dat de bank een voordracht zou doen voor een nieuwe president-commissaris. Het werd oud-Shell-bestuurder ir.J.M.H. van Engelshoven. Van Engelshoven mocht op zijn beurt een nieuwe statutair directeur benoemen, die een beslissende stem kreeg. Dat werd oud-Nolte-directeur dr.ir.L.J.M. Nelissen. Daarmee had ABN Amro in feite de macht van het HCS-bestuur ontnomen en dat is volgens advocaat Van Vlijmen in strijd met de statuten.

Sinds vorig jaar juli was Van den Boogaard persona non grata. Hij mocht geen vergadering meer bijwonen en moest toezien dat ABN Amro 25 miljoen gulden incasseerde van het geld dat grootaandeelhouders in juli 1991 bijeenbrachten. Dat geld hadden de aandeelhouders gefourneerd met de bedoeling HCS op de been te helpen en niet om de risico's van de bank te verminderen. Volgens Van Vlijmen ”een ontoelaatbare overschijding van de bevoegdheid'.

ABN Amro dicteerde, volgens Van den Boogaard, daarna welk verlies hij moest bekendmaken over het eerste half jaar 1991. De HCS-accountants waren daar op tegen geweest.

In augustus verzocht ABN Amro de beurs de notering HCS op te schorten. Van den Boogaard wist zelf van niets en werd gebeld door de beurs. Toen HCS weer in de notering kwam, werd er op grote schaal gehandeld in HCS. Justitie onderzoekt momenteel nog steeds of er sprake is van handel met misbruik van voorkennis.

In het onderzoek zijndrie grootaandeelhouders van HCS betrokken: Melchior (stoeterij Zangersheide), Van den Nieuwenhuyzen (Begemann) en Albeda Jelgersma (Unigro). De vraag is: hebben zij gehandeld in HCS nadat zij op de hoogte waren van koersgevoelige informatie over de uitgiftekoers van een emissie?

Volgens Van den Boogaard wist hij zelf de uitgiftekoers niet. Hij kreeg tijdens een autorit naar Amsterdam per autotelefoon de uitgitekoers van 2,50 gulden door de bank gedicteerd. Het is bijna ongelofelijk dat ABN Amro sterk koersgevoelige informatie via een af te luisteren autonet verspreid.

“Als je de kranten leest, lijkt het wel of de banken hier de macht hebben”, zo zei de huidige HCS-directeur Nelissen gisteren naar aanleiding van de verslaggeving over de aandeelhoudersvergadering. “Het zijn niet de banken, het is het HCS-bestuur die hier beslist,” aldus een fiere Nelissen. De vraag is na het relaas van Van den Boogaard is of dat wel klopt. En als Nelissen wel macht heeft, komt dat dan niet alleen omdat ABN Amro Nelissen zelf heeft benoemd?